Hoofdstuk 19 · Nectar (4.1e editie) · Biologie VWO
Examenvragen bij hoofdstuk 19: Sport
15 vragen uit 8 eindexamens Biologie VWO (2021 tot en met 2025) gaan over de stof van hoofdstuk 19 (Sport) van Nectar (4.1e editie), samen goed voor 23 punten. Bij elke vraag staat een uitleg: wat er gevraagd wordt, hoe je het aanpakt, het antwoord voor alle punten en de valkuilen. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.
Valkuilen bij hoofdstuk 19
Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.
- Bij vraag 35 van ‘Epilepsie door lintwormlarven’ (2025, tijdvak 2) →
Noem geen NADH: dat ontstaat bij andere stappen van de citroenzuurcyclus. Ook ontstaat niet bij deze stap.
- Bij vraag 27 van ‘Bonenziekte’ (2024, tijdvak 1) →
C is de valkuil: G6PD staat bij de bovenste cirkel, de vetzuren bij de onderste.
- Bij vraag 31 van ‘Slaap herstelt DNA’ (2024, tijdvak 2) →
De citroenzuurcyclus heeft zuurstof nodig om te blijven draaien, omdat NADH anders niet wordt omgezet. De vraag zoekt het proces waarin zuurstof zelf wordt gebruikt.
- Bij vraag 1 van ‘Maarten van der Weijden zwemt de Elfstedentocht’ (2023, tijdvak 1) →
Het model rekent ook "de longen worden groter" en "het hart wordt groter" goed. Geen punt krijg je voor "grotere spiermassa" en "de ademhalingsfrequentie neemt toe".
- Bij vraag 17 van ‘Strijden tegen Striga’ (2023, tijdvak 2) →
Noem dissimilatie of verbranding. Alleen "Striga is klein" of "de gastheer geeft veel af" geeft het verschil niet weer.
- Bij vraag 37 van ‘Doping in rioolwater’ (2023, tijdvak 2) →
Schrijf niet dat DNP ATP-synthase remt: het enzym werkt gewoon, maar krijgt minder .
Alle 15 vragen over hoofdstuk 19
Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.
Eindexamen 2025, tijdvak 2
- Vraag 351 punt · met uitleg
Bij de mens zet eiwitcomplex II (SQR) in de citroenzuurcyclus barnsteenzuur om. Je noemt de twee stoffen die daarbij ontstaan. Dit test de citroenzuurcyclus en de koppeling met de elektronentransportketen.
- Vraag 362 punten · met uitleg
Je vult vier woorden in een tekst over het effect van albendazol op de elektronentransportketen van de lintworm in. Dit test de oxidatieve fosforylering en de rol van de laatste elektronenacceptor.
Eindexamen 2024, tijdvak 1
Eindexamen 2024, tijdvak 2
Eindexamen 2023, tijdvak 1
- Vraag 11 punt · met uitleg
Je noemt een verandering op orgaanniveau die de maximale zuurstofopname vergroot. Dit test de organisatieniveaus en de weg van zuurstof.
- Vraag 32 punten · met uitleg
Je kiest uit tabel 1 twee eigenschappen van type I-spiervezels en legt van elke uit waarom die handig is bij een lange zwemtocht. Dit test de bouw van spiervezels in relatie tot aerobe inspanning.
- Vraag 42 punten · met uitleg
Je bepaalt bij welke verhouding tussen glycolyse, citroenzuurcyclus en oxidatieve fosforylering melkzuur ophoopt. Dit test het verschil tussen aerobe en anaerobe ATP-vorming.
Eindexamen 2023, tijdvak 2
Eindexamen 2022, tijdvak 1
Eindexamen 2022, tijdvak 3
- Vraag 33 punten · met uitleg
Je berekent hoeveel ATP de volledige aerobe dissimilatie van één molecuul palmitinezuur netto oplevert, met de omrekening die de vraag geeft. Dit test het optellen van ATP uit de vetzuuroxidatie, de citroenzuurcyclus en de investering vooraf.
- Vraag 41 punt · met uitleg
Je legt uit waarom een hogere ATP-opbrengst per zuurstofmolecuul bij vaatvernauwing hartklachten uitstelt. Dit test het verband tussen doorbloeding, zuurstofaanvoer en ATP-productie.
- Vraag 61 punt · met uitleg
Je bepaalt waarop meldonium (met meer PPARα, dus meer oxidatieve capaciteit van de mitochondriën) bij een tennisster gunstig kan werken. Dit test het verschil tussen uithoudingsvermogen en explosieve kracht.