Hoofdstuk 7 · Nectar (4.1e editie) · Biologie VWO
Examenvragen bij hoofdstuk 7: Evolutie
30 vragen uit 11 eindexamens Biologie VWO (2021 tot en met 2025) gaan over de stof van hoofdstuk 7 (Evolutie) van Nectar (4.1e editie), samen goed voor 53 punten. Bij elke vraag staat een uitleg: wat er gevraagd wordt, hoe je het aanpakt, het antwoord voor alle punten en de valkuilen. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.
Valkuilen bij hoofdstuk 7
Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.
- Bij vraag 16 van ‘De nijlpaarden van Pablo Escobar’ (2025, tijdvak 1) →
'Flessenhalseffect' of 'bottleneck effect' levert geen punt op: de Afrikaanse populatie is niet gekrompen, er is een kleine groep weggehaald die elders opnieuw begon.
- Bij vraag 29 van ‘Onderzoek naar pijnbeleving’ (2025, tijdvak 1) →
Schrijf niet dat het gen hier niet kan muteren of dat de soort het gen 'nodig heeft': mutaties ontstaan wel, maar selectie verwijdert ze. Zonder de stap naar overleving of voortplanting mis je het tweede punt.
- Bij vraag 39 van ‘Dwergolifanten op Sicilië’ (2025, tijdvak 2) →
Zonder toelichting krijg je geen punt. Alleen "natuurlijke selectie" is geen goede toelichting: die werkt bij beide vormen. Het gaat om de geografische scheiding.
- Bij vraag 35 van ‘Bonenziekte’ (2024, tijdvak 1) →
Gebruik voor de vrouwen niet : dat zijn de draagsters (), en die hebben de ziekte niet. Reken voor de mannen niet met : bij één X-chromosoom is er geen tweede allel dat het eerste kan compenseren. Daardoor komt bonenziekte bij mannen veel vaker voor.
- Bij vraag 3 van ‘De herintroductie van het przewalskipaard’ (2024, tijdvak 2) →
Het stichtereffect lijkt te passen, omdat een kleine groep de bron van de huidige populatie is. De vraag omschrijft echter de afname van de populatiegrootte: dat is het flessenhalseffect.
- Bij vraag 28 van ‘Gentherapie nagemaakt’ (2024, tijdvak 2) →
Gevraagd zijn de zieken (), niet de dragers (). Dragers zijn heterozygoot en niet ziek: dat zijn er ongeveer , en dat is niet het antwoord. Het correctievoorschrift rekent het niet aan als je de letter gebruikt voor het recessieve allel.
Alle 30 vragen over hoofdstuk 7
Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.
Eindexamen 2025, tijdvak 1
- Vraag 161 punt · met uitleg
Je noemt de term voor genetic drift die ontstaat doordat een nieuwe populatie begint met maar een paar individuen. Dit test de vormen van genetic drift.
- Vraag 171 punt · met uitleg
Je bepaalt of een nieuwe nijlpaardensoort in Colombia zou ontstaan door allopatrische of door sympatrische soortvorming, en je licht dat toe. Dit test de manieren van soortvorming.
Eindexamen 2025, tijdvak 2
- Vraag 382 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie uitspraken over het verschil in genetische samenstelling tussen een nieuwe eilandpopulatie en de populatie op het vasteland. Dit test het foundereffect, gene flow en de genenpool.
- Vraag 391 punt · met uitleg
Je bepaalt of soortvorming op een eiland allopatrisch of sympatrisch is. Dit test de twee vormen van soortvorming.
- Vraag 421 punt · met uitleg
Je berekent met afbeelding 3 de laagst mogelijke snelheid van verdwerging in mm per generatie (generatietijd 31 jaar).
Eindexamen 2024, tijdvak 1
- Vraag 352 punten · met uitleg
Je berekent met de regel van Hardy-Weinberg welk percentage van de vrouwen en van de mannen bonenziekte heeft, als het gemuteerde allel een frequentie van 20% heeft. Dit test Hardy-Weinberg bij een X-chromosomaal gen.
- Vraag 361 punt · met uitleg
Je kiest de beste verklaring voor de hoge frequentie van het gemuteerde G6PD-allel in malariagebieden: A gene-flow, B het flessenhalseffect, C het stichtereffect, D migratie of E natuurlijke selectie.
Eindexamen 2024, tijdvak 2
Eindexamen 2023, tijdvak 1
Eindexamen 2023, tijdvak 2
Eindexamen 2022, tijdvak 1
- Vraag 172 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie beweringen over afbeelding 3: de kritische fotoperiode van tijgermuggen uit de VS en Japan in 1988 en 2008. Dit test het aflezen van diagrammen en het trekken van conclusies.
- Vraag 181 punt · met uitleg
Je verklaart waarom de Amerikaanse populaties in 1988 weinig verschilden in kritische fotoperiode. Dit test genetische variatie bij een kleine stichtergroep.
- Vraag 231 punt · met uitleg
Je kiest het gegeven dat een evolutionair verband tussen bloeden na een schijnzwangerschap (huismuis) en menstruatie bij primaten aannemelijk maakt.
- Vraag 251 punt · met uitleg
Je legt uit wat het evolutionaire voordeel is van een miskraam bij een embryo met grote chromosomale afwijkingen. Dit test het begrip evolutionair voordeel: wat levert het op voor het doorgeven van genen?
Eindexamen 2022, tijdvak 2
Eindexamen 2022, tijdvak 3
- Vraag 72 punten · met uitleg
Je legt uit waarom de zwarte vorm (carbonaria) in industriegebieden sterk toenam. Dit test natuurlijke selectie: variatie, selectiedruk en voortplantingssucces.
- Vraag 83 punten · met uitleg
Je berekent de fenotypefrequentie van carbonaria in 1900 voor een recessief en voor een dominant allel, en kiest met de grafiek welke van de twee klopt. Dit test de regel van Hardy-Weinberg.
- Vraag 91 punt · met uitleg
Je legt uit waarom er in 1900 waarschijnlijk geen Hardy-Weinberg-evenwicht was. Dit test de voorwaarden van dat evenwicht.
- Vraag 132 punten · met uitleg
Je beoordeelt of drie gegevens de sterke afname van de zwarte vorm tussen 1980 en 1990 kunnen verklaren, terwijl de populatie even groot bleef. Dit test selectiedruk en erfelijke verandering.