Hoofdstuk 17 · Nectar (4.1e editie) · Biologie VWO
Examenvragen bij hoofdstuk 17: DNA
50 vragen uit 11 eindexamens Biologie VWO (2021 tot en met 2025) gaan over de stof van hoofdstuk 17 (DNA) van Nectar (4.1e editie), samen goed voor 84 punten. Bij elke vraag staat een uitleg: wat er gevraagd wordt, hoe je het aanpakt, het antwoord voor alle punten en de valkuilen. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.
Valkuilen bij hoofdstuk 17
Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.
- Bij vraag 11 van ‘Hoe planten overstroming overleven’ (2025, tijdvak 1) →
Bij vakje 2 lijkt de pijl van NO naar PGB1 op productie, maar hij betekent dat NO wordt gebonden, zodat er minder vrij NO overblijft. Bij vakje 4: minder afbraak van ERF7 betekent meer ERF7, en dus meer transcriptie.
- Bij vraag 25 van ‘Onderzoek naar pijnbeleving’ (2025, tijdvak 1) →
Ook na de geboorte kunnen mutaties ontstaan, maar dan alleen in een deel van de cellen. Ga steeds na of de mutatie zowel in de zenuwcellen als in de geslachtscellen terecht kan komen.
- Bij vraag 25 van ‘Zwanger met de ziekte van Graves’ (2025, tijdvak 2) →
Verwar methylering en acetylering niet. In deze afbeelding hoort acetylering bij een lossere verpakking en wel genexpressie, methylering bij geen genexpressie. Lees de legenda goed: driehoekjes zijn methylgroepen, bolletjes acetylgroepen.
- Bij vraag 41 van ‘Dwergolifanten op Sicilië’ (2025, tijdvak 2) →
Gelelektroforese is geen van beide technieken: daarmee scheid je DNA-fragmenten op lengte, maar je vermenigvuldigt ze niet en je leest er geen basenvolgorde mee af. Noem de naam van de techniek; een beschrijving van de stappen is niet gevraagd.
- Bij vraag 22 van ‘Drop’ (2024, tijdvak 1) →
'Versterker' klinkt als wat de MR doet, maar een enhancer is een plek op het DNA.
- Bij vraag 6 van ‘De herintroductie van het przewalskipaard’ (2024, tijdvak 2) →
Alleen zeggen dat het DNA wordt "bekeken" is te vaag; het gaat om de volgorde. Het tweede punt krijg je ook als je zegt dat je kunt selecteren op erfelijke afwijkingen of gunstige eigenschappen.
Alle 50 vragen over hoofdstuk 17
Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.
Eindexamen 2025, tijdvak 1
- Vraag 252 punten · met uitleg
Je bepaalt in welke perioden de Marsili-mutatie bij Maria kan zijn ontstaan. Haar ouders hadden de mutatie niet, Maria wel. Dit test hoe een mutatie wordt doorgegeven bij celdelingen.
- Vraag 302 punten · met uitleg
Je bepaalt welke puntmutatie in de coderende streng van het DNA het aminozuur in tabel 2 verandert. Dit test de genetische code en het verschil tussen de coderende streng en de matrijsstreng.
Eindexamen 2025, tijdvak 2
- Vraag 252 punten · met uitleg
Je bepaalt met afbeelding 2 welk effect methylering van de histonstaarten heeft op de genen die door T3 worden geregeld: remming of stimulering, van de replicatie of van de transcriptie. Dit test de regulatie van genexpressie via de verpakking van het DNA.
- Vraag 262 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie uitspraken over T3 en de invloed van T3 op genexpressie. Dit test wat voor stof T3 is, wat een regelsequentie in het DNA doet en hoe de verpakking van DNA de transcriptie beïnvloedt.
Eindexamen 2024, tijdvak 1
Eindexamen 2024, tijdvak 2
- Vraag 242 punten · met uitleg
Je beredeneert waarom injecties in de beenspieren genoeg zijn om in het hele lichaam LPL-activiteit te krijgen. Dit test hoe een enzym in het lichaam wordt verspreid.
- Vraag 262 punten · met uitleg
Je bepaalt van vier onderdelen van de plasmide of ze in de minicircle zitten. Dit test wat een gen nodig heeft om in een zoogdiercel tot expressie te komen, en wat alleen voor bacteriën nodig is.
Eindexamen 2023, tijdvak 1
- Vraag 92 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie uitspraken over de binding van de transcriptiefactor aan de TATA-box. Dit test de regulatie van genexpressie.
- Vraag 102 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie uitspraken over het gemodificeerde DDX4-gen aan de hand van afbeelding 3 en 4. Dit test transcriptie, splicing en exons.
- Vraag 112 punten · met uitleg
Je bepaalt of het voedingsmedium GFP en/of puromycine moet bevatten om PGC's met het genconstruct te selecteren (stap 3 in afbeelding 5). Dit test selectie met een resistentiegen.
- Vraag 121 punt · met uitleg
Je legt uit hoe de gel in afbeelding 7 laat zien dat het genconstruct op de juiste plaats zit. Dit test gel-elektroforese.
- Vraag 142 punten · met uitleg
Je bepaalt of de PGC's van het Rumpless Game-embryo en het vrouwelijke barnevelder embryo transgeen zijn. Dit test het doel van de techniek.
Eindexamen 2023, tijdvak 2
- Vraag 252 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie uitspraken over de puntmutatie in het β-globinegen. Dit test introns, het leesraam en de eiwitstructuur.
- Vraag 322 punten · met uitleg
Je bepaalt of deel P een activatoreiwit of een enhancer is, en of BCL11A een RNA-polymerase of een transcriptiefactor is. Dit test de regulatie van genexpressie.
- Vraag 331 punt · met uitleg
Je kiest de term voor het volledig uitschakelen van een gen met genetische technieken. Dit test begrippen uit de genetische modificatie.
Eindexamen 2022, tijdvak 1
- Vraag 52 punten · met uitleg
Je omcirkelt in de tekening op de uitwerkbijlage het adduct en noteert de naam van de stikstofbase waaraan het vastzit. Dit test het herkennen van de bouw van een nucleotide en van de stikstofbasen.
- Vraag 72 punten · met uitleg
Je verklaart waarom mutaties binnen introns niet zijn onderzocht, en waarom mutaties op de splice-plaatsen wel. Dit test het verschil tussen exons en introns en wat er bij splicing gebeurt.
- Vraag 82 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie beweringen over afbeelding 1, met de mutaties in het TP53-gen. Dit test het lezen van een figuur en het verschil tussen wat de figuur laat zien en wat je erbij denkt.
Eindexamen 2022, tijdvak 2
- Vraag 142 punten · met uitleg
Je arceert in de tabel op de uitwerkbijlage bij elk fragment het deel van de basenvolgorde dat ermee is vastgesteld. Dit test het lezen van DNA-sequenties, waaronder de tegenovergestelde streng.
- Vraag 151 punt · met uitleg
Je verklaart waarom veel repeterende sequenties shotgun-sequencing onbetrouwbaar maken. Dit test hoe de computer de fragmenten aan elkaar zet.
- Vraag 211 punt · met uitleg
Je bepaalt op welk niveau miRNA's de expressie van een gen verminderen. Dit test de stappen van genexpressie: transcriptie en translatie.
- Vraag 221 punt · met uitleg
Je bepaalt wat de mutatie in de target-genen van de gastheerplant doet, als warkruid er beter op groeit. Dit test het combineren van de gegeven tekst over RNAi met mutaties.
- Vraag 351 punt · met uitleg
Je bepaalt waardoor het DSX-eiwit bij mannetjes en vrouwtjes verschilt. Dit test alternatieve splicing.
- Vraag 361 punt · met uitleg
Je verklaart waarom het GFP-gen in het construct zit. Dit test het gebruik van een merkergen bij genetische modificatie.
- Vraag 371 punt · met uitleg
Je bepaalt welk monster van een onvruchtbaar vrouwtje komt. Dit test het lezen van een gel-elektroforese en genotype.
- Vraag 382 punten · met uitleg
Je beoordeelt twee uitspraken over embryo's met een gene-drive-construct. Dit test heterozygotie en de overerving van een gene drive.
Eindexamen 2022, tijdvak 3
- Vraag 101 punt · met uitleg
Je bepaalt welk type mutatie stap 3 in afbeelding 3 laat zien. Dit test de typen mutaties.
- Vraag 112 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie beweringen over transposons en crossing-over als bronnen van genetische variatie. Dit test waar en hoe crossing-over plaatsvindt en wat een transposon doet.
- Vraag 122 punten · met uitleg
Je bepaalt met de primers (afbeelding 4) en de gel (afbeelding 5) de genotypen van de ouders en van nakomeling 4. Dit test PCR en gel-elektroforese.
Eindexamen 2021, tijdvak 2
- Vraag 42 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie voorwaarden voor een virus dat als vector een gemodificeerd gen in muizen brengt, en geeft aan welke noodzakelijk zijn. Dit test virussen en gentechnologie.
- Vraag 62 punten · met uitleg
Je koppelt de letters P, Q, R en S in afbeelding 2 aan de stoffen BMS, retinolzuur, retinolzuurreceptor en RNA-polymerase. Dit test de werking van een receptor in de genregulatie en een antagonist.