Hoofdstuk 5 · Nectar (4.1e editie) · Biologie VWO
Examenvragen bij hoofdstuk 5: Erfelijkheid
20 vragen uit 10 eindexamens Biologie VWO (2021 tot en met 2025) gaan over de stof van hoofdstuk 5 (Erfelijkheid) van Nectar (4.1e editie), samen goed voor 35 punten. Bij elke vraag staat een uitleg: wat er gevraagd wordt, hoe je het aanpakt, het antwoord voor alle punten en de valkuilen. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.
Valkuilen bij hoofdstuk 5
Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.
- Bij vraag 24 van ‘Onderzoek naar pijnbeleving’ (2025, tijdvak 1) →
Leid 'autosomaal' niet af uit de stamboom: ook X-chromosomaal dominante overerving past bij deze stamboom. Wie uit de stamboom concludeert dat het niet X-chromosomaal kan zijn, krijgt het eerste punt niet.
- Bij vraag 15 van ‘Verouderende eicellen’ (2025, tijdvak 2) →
'Homoloog' kan hier verwarren: crossing-over vindt altijd plaats tussen homologe chromosomen. De vraag gaat over de stukken die worden uitgewisseld. Alleen als die niet overeenkomen, ontstaat een afwijking.
- Bij vraag 32 van ‘Bonenziekte’ (2024, tijdvak 1) →
R laat het omgekeerde zien: hij heeft het gemuteerde allel van zijn moeder, dus zij is niet homozygoot voor het gezonde allel. Dat beantwoordt de vraag niet, maar volgens een aanvulling op het correctievoorschrift krijg je voor R met zo'n toelichting in totaal 1 punt. P of S levert geen punt op.
- Bij vraag 8 van ‘De herintroductie van het przewalskipaard’ (2024, tijdvak 2) →
Noem het deel: "het DNA in de mitochondriën". Alleen "een deel van het DNA komt van de eicel" is te vaag.
- Bij vraag 13 van ‘De kip als draagmoeder’ (2023, tijdvak 1) →
Ga je uit van een haan met , dan krijg je het eerste punt niet: die haan zou onvruchtbaar zijn. Het model rekent het niet fout als je de hennen noteert als – en –.
- Bij vraag 1 van ‘Kleurpatroon van de kleine monarchvlinder’ (2023, tijdvak 2) →
Het gaat om één allel per fenotype, niet om het hele genotype. Noteer je in plaats daarvan de genotypen (1: , 2: én , 3: én ), dan krijg je in totaal 1 punt.
Alle 20 vragen over hoofdstuk 5
Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.
Eindexamen 2025, tijdvak 1
- Vraag 242 punten · met uitleg
Je beredeneert met de tekst en de stamboom dat de Marsili-mutatie autosomaal en zeer waarschijnlijk dominant overerft. Dit test het analyseren van een stamboom.
- Vraag 322 punten · met uitleg
Je bepaalt of een functieverlies-mutatie en een functiewinst-mutatie gewoonlijk dominant of recessief overerven. Dit test wat dominant en recessief betekenen bij een heterozygoot.
Eindexamen 2025, tijdvak 2
- Vraag 152 punten · met uitleg
Je kiest bij welke deling crossing-over tot recombinatie leidt (meiose of mitose) en hoe crossing-over chromosomale afwijkingen veroorzaakt: doordat homologe of doordat niet-homologe delen worden uitgewisseld. Dit test crossing-over en het ontstaan van chromosoommutaties.
- Vraag 192 punten · met uitleg
Je berekent hoeveel F2-muizen er naar verwachting geboren worden voordat er 30 homozygote knock-out muizen (Gpr54⁻ Gpr54⁻) bij zijn. Dit test een monohybride kruising.
- Vraag 201 punt · met uitleg
Je licht toe waarom bevruchte eicellen die homozygoot knock-out zijn (Gpr54⁻ Gpr54⁻) niet gebruikt konden worden voor stap 3 en 4. Dit test of je een fokschema begrijpt.
Eindexamen 2024, tijdvak 1
- Vraag 322 punten · met uitleg
Je zoekt in de stamboom van afbeelding 2 het kind van Francesca waaruit blijkt dat zij niet homozygoot is voor het gemuteerde G6PD-allel, en je licht dat toe.
- Vraag 342 punten · met uitleg
Je berekent met de stamboom van afbeelding 2 (bij vraag 32) de kans dat de zoon van Stella het gemuteerde G6PD-allel erft. De keuzes zijn A 0, B , C , D en E .
Eindexamen 2024, tijdvak 2
Eindexamen 2023, tijdvak 1
Eindexamen 2023, tijdvak 2
- Vraag 12 punten · met uitleg
Je geeft per fenotype het allel dat het bepaalt. Dit test het koppelen van genotypen aan fenotypen en het begrip dominant en recessief.
- Vraag 42 punten · met uitleg
Je berekent de kans op een nakomeling met genotype en bepaalt of die kans bij niet-gekoppelde genen kleiner, even groot of groter is. Dit test kruisingen met gekoppelde genen.
- Vraag 51 punt · met uitleg
Je noemt het proces tijdens de meiose waardoor gekoppelde genen toch van elkaar los kunnen raken. Dit test de recombinatie van allelen.
- Vraag 62 punten · met uitleg
Je beoordeelt per genotype uit afbeelding 4 of het bij een volwassen vlinder uit de kruising van afbeelding 3 kan voorkomen. Dit test geslachtsbepaling bij vlinders en de werking van de bacterie.
Eindexamen 2022, tijdvak 2
- Vraag 32 punten · met uitleg
Je berekent hoeveel fragmenten van chromosoom 21 je vindt als de foetus trisomie 21 heeft. Dit test het rekenen met de foetale fractie en het aantal kopieën van een chromosoom.
- Vraag 41 punt · met uitleg
Je verklaart hoe de NIPT iets kan zeggen over het geslacht van de foetus. Dit test kennis van geslachtschromosomen.
- Vraag 52 punten · met uitleg
Je bepaalt welke van twee afwijkingen de NIPT kan aantonen. Dit test wat de NIPT meet: het aantal fragmenten per chromosoom.