DME uit koolstofdioxide, vraag 3
Het mengsel dat afkomstig is uit R2 wordt in scheidingsruimte 2 (S2) gedestilleerd om het DME te scheiden van de rest van het mengsel. Het mengsel wordt in S2 gescheiden in drie fracties: DME, methanol en water.
Leg uit dat DME het laagste kookpunt heeft van deze drie stoffen. Gebruik hierbij begrippen op microniveau.
Uitleg bij vraag 3
Hint: wat wordt er gevraagd?
Je verklaart op microniveau waarom DME een lager kookpunt heeft dan methanol en water. Dit test bindingen tussen moleculen.
Toon de hele uitleg
Zo pak je het aan
- Een lager kookpunt betekent zwakkere aantrekking tussen de moleculen.
- Methanol () en water hebben een O–H-groep. Tussen hun moleculen zitten waterstofbruggen, naast vanderwaalsbindingen en dipool-dipoolbindingen.
- DME () heeft geen O–H-groep. Tussen DME-moleculen zijn alleen vanderwaalsbindingen en dipool-dipoolbindingen.
- De waterstofbrug is de sterkste van deze bindingen.
Antwoord voor alle punten
"Tussen moleculen methanol en tussen moleculen water zitten waterstofbruggen, tussen moleculen DME niet. De waterstofbrug is de sterkste binding, dus DME heeft het laagste kookpunt." 1 punt voor het juiste verschil in bindingen, 1 punt voor het inzicht dat de waterstofbrug de sterkste binding is.
Let op
Gebruik begrippen op microniveau (moleculen en bindingen), niet alleen "DME is vluchtiger". Noem je alleen dat DME geen waterstofbruggen vormt, maar niet dat dit de sterkste binding is, dan mis je het tweede punt.
Met behulp van AI geschreven en vergeleken met het officiële correctievoorschrift; het antwoordmodel van het CvTE is leidend. Zo werkt de uitleg