Hoofdstuk 8 · Nectar (4.1e editie) · Biologie VWO
Examenvragen bij hoofdstuk 8: Kenmerken van ecosystemen
20 vragen uit 11 eindexamens Biologie VWO (2021 tot en met 2025) gaan over de stof van hoofdstuk 8 (Kenmerken van ecosystemen) van Nectar (4.1e editie), samen goed voor 33 punten. Bij elke vraag staat een uitleg: wat er gevraagd wordt, hoe je het aanpakt, het antwoord voor alle punten en de valkuilen. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.
Valkuilen bij hoofdstuk 8
Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.
- Bij vraag 18 van ‘De nijlpaarden van Pablo Escobar’ (2025, tijdvak 1) →
De vraag wil expliciet weten hoe de climaxsoorten worden beïnvloed: alleen "ze eten planten" levert hooguit 1 punt op. Zeg concreet dat climaxsoorten zich niet kunnen vestigen, niet kunnen groeien of doodgaan.
- Bij vraag 6 van ‘Jakobskruiskruid uit de berm’ (2025, tijdvak 2) →
Zonder toelichting krijg je het punt niet. Het grote wortelstelsel of de bladrozet zegt niets over pionier of climax.
- Bij vraag 12 van ‘Spitsbergenrendier verandert zijn dieet’ (2024, tijdvak 1) →
Bij effect 1 denk je misschien dat meer dissimilatie op een actievere plant wijst. Maar dissimilatie breekt organische stof af, dus het verlaagt de NPP. Bij effect 2: de reducenten zelf horen niet bij de primaire productie; het gaat om de mineralen die ze vrijmaken voor de planten.
- Bij vraag 10 van ‘Bestrijding van ambrosia’ (2024, tijdvak 2) →
"Grote hoeveelheid stuifmeel" levert geen punt op: stuifmeel zegt niets over het stadium in de successie. Het kenmerk moet bij de gekozen soort passen.
- Bij vraag 25 van ‘Sorghum als alternatief voor mais’ (2023, tijdvak 1) →
HHD2 heeft het hoogste versgewicht (63,2 ton/ha), maar C7 het meeste droge stof. Reken met het droge-stofgehalte, niet alleen met het versgewicht. Het model rekent het niet fout als je zegt dat C7 1,35 keer zoveel of 35% meer oplevert.
- Bij vraag 14 van ‘Strijden tegen Striga’ (2023, tijdvak 2) →
Noem één eigenschap uit de tekst die bij een pioniersoort past. Alleen "Striga is geen climaxsoort" herhaalt de vraag en levert geen punt op.
Alle 20 vragen over hoofdstuk 8
Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.
Eindexamen 2025, tijdvak 1
- Vraag 182 punten · met uitleg
Je beschrijft met een voorbeeld hoe nijlpaarden de successie op het land tegengaan, en wat dat doet met de climaxsoorten. Dit test het begrip successie.
- Vraag 202 punten · met uitleg
Je kiest het proces dat verklaart waarom organismen hoger in de voedselketen relatief meer bevatten. Elke keuze gaat over aminozuren met de lichtere isotoop .
- Vraag 212 punten · met uitleg
Je redeneert dat de metingen in afbeelding 4 passen bij de hypothese dat nijlpaarden plantenmateriaal van het land naar het water brengen. Dit test het gebruik van isotopen om de herkomst van stoffen te bepalen.
Eindexamen 2025, tijdvak 2
Eindexamen 2024, tijdvak 1
- Vraag 122 punten · met uitleg
Je bepaalt voor drie effecten van een hogere temperatuur of de netto primaire productie (NPP) van de vegetatie daardoor wel of niet toeneemt. Dit test het verschil tussen bruto en netto primaire productie.
- Vraag 151 punt · met uitleg
Je verklaart hoe het eten van zeewier door de rendieren de stikstofkringloop op de toendra verandert.
Eindexamen 2024, tijdvak 2
Eindexamen 2023, tijdvak 1
- Vraag 252 punten · met uitleg
Je berekent hoeveel meer droge stof per hectare het meest productieve sorghumras oplevert dan mais. Dit test het omrekenen van versgewicht en droge-stofgehalte naar droge stof per hectare.
- Vraag 262 punten · met uitleg
Je kiest het energiestroomschema dat past bij runderen die sorghum C7 eten. Dit test de energiestromen in een voedselketen en de verteringscoëfficiënt. De vier schema's in het boekje laten de ingenomen energie (I) zien, verdeeld in P, F en R:
- A: P klein, R klein, F groot (ongeveer 60% van I);
- B: R groot, P klein, F ongeveer een kwart van I;
- C: P groot (ongeveer driekwart van I), R en F klein;
- D: R middelgroot, P klein, F bijna de helft van I.
Eindexamen 2023, tijdvak 2
- Vraag 141 punt · met uitleg
Je noemt een eigenschap van Striga waaruit blijkt dat het geen climaxsoort is. Dit test de kenmerken van pionier- en climaxsoorten bij successie.
- Vraag 221 punt · met uitleg
Je noemt een andere oorzaak waardoor sorghum een hogere opbrengst heeft op akkers met vlinderbloemigen. Dit test de stikstofkringloop.
Eindexamen 2022, tijdvak 1
Eindexamen 2022, tijdvak 2
- Vraag 402 punten · met uitleg
Je legt uit waarom in Limfjorden netto weinig CO₂ wordt vastgelegd, hoewel de netto primaire productie hoog is. Dit test het verschil tussen productie en vastlegging van koolstof in een ecosysteem.
- Vraag 412 punten · met uitleg
Je legt uit waarom de chlorofyl-A-concentratie een betere schatting geeft van de hoeveelheid fytoplankton dan de biomassa. Dit test het verschil tussen een stof die bij één groep hoort en een totaalmaat.
Eindexamen 2022, tijdvak 3
Eindexamen 2021, tijdvak 2
Eindexamen 2021, tijdvak 3
- Vraag 32 punten · met uitleg
Je noteert welke metingen nodig zijn om de route van mucus via sponzen naar detritivoren aan te tonen, en welke uitkomst die route bevestigt. Dit test het begrip van een onderzoek met een zwaar isotoop als merker.
- Vraag 42 punten · met uitleg
Je bepaalt welke plaats in het voedselweb de sponzen hebben. Dit test het onderscheid tussen producent, consument en reducent.
- Vraag 52 punten · met uitleg
Je bepaalt van vier processen uit de stikstofkringloop of ze toenemen bij hogere temperatuur. Dit test het lezen van een schema en de namen van de processen.