Hoofdstuk 16 · Nectar (4.1e editie) · Biologie VWO
Examenvragen bij hoofdstuk 16: Afweer
28 vragen uit 11 eindexamens Biologie VWO (2021 tot en met 2025) gaan over de stof van hoofdstuk 16 (Afweer) van Nectar (4.1e editie), samen goed voor 43 punten. Bij elke vraag staat een uitleg: wat er gevraagd wordt, hoe je het aanpakt, het antwoord voor alle punten en de valkuilen. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.
Valkuilen bij hoofdstuk 16
Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.
- Bij vraag 3 van ‘Slangengifklieren uit het lab’ (2025, tijdvak 1) →
D is verleidelijk, omdat de productie van antistoffen zonder T-helpercellen niet op gang komt. Ze sturen de reactie, maar de antistoffen komen uit de plasmacellen.
- Bij vraag 28 van ‘Zwanger met de ziekte van Graves’ (2025, tijdvak 2) →
Het eerste punt vraagt een effect op molecuulniveau: noem de TSH-receptor. Alleen "het IgG werkt niet meer" is te vaag. Bij het tweede punt gaat het om de T4-productie van de schildklier, niet om de symptomen.
- Bij vraag 37 van ‘Bonenziekte’ (2024, tijdvak 1) →
Alleen uitleggen wat bonenziekte wél is (een enzymtekort) levert geen punt op, net als alleen de symptomen van een allergie beschrijven. Je moet het verschil benoemen: bij bonenziekte ontbreekt de reactie van het afweersysteem.
- Bij vraag 41 van ‘PFAS in groentetuintjes’ (2024, tijdvak 1) →
De tekst noemt T-lymfocyten. T-helpercellen herkennen antigenen op MHC-II, maar die doden geen cellen. Het doden van kankercellen is het werk van de T-killercellen, en die kijken naar MHC-I.
- Bij vraag 25 van ‘Gentherapie nagemaakt’ (2024, tijdvak 2) →
Noem het virus. Een afweerreactie tegen "de therapie" of "het gen" is te vaag, want het virus is het lichaamsvreemde deel.
- Bij vraag 18 van ‘Koorts en ziek zijn’ (2023, tijdvak 1) →
Beide benamingen per systeem zijn goed. Let op de cytotoxische T-cellen: ze doden net als NK-cellen zieke cellen, maar ze reageren op één specifiek antigeen en horen dus bij de specifieke afweer.
Alle 28 vragen over hoofdstuk 16
Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.
Eindexamen 2025, tijdvak 1
- Vraag 31 punt · met uitleg
Je moet weten welke afweercellen antistoffen maken. De keuzes zijn A macrofagen, B 'natural killer'-cellen (NK-cellen), C plasmacellen en D T-helpercellen.
- Vraag 41 punt · met uitleg
Je verklaart op het niveau van moleculen waarom het gif van elke slangensoort een eigen antiserum nodig heeft. Dit gaat over de specificiteit van antistoffen.
- Vraag 72 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie mogelijke voordelen van een biobank met bevroren gifklier-organoïden. Ga na wat de organoïden wel en niet vervangen bij het maken van antiserum.
Eindexamen 2025, tijdvak 2
- Vraag 282 punten · met uitleg
Door de zwangerschap vouwen nieuwe IgG-eiwitten anders. Je beschrijft het directe effect daarvan op molecuulniveau en het gevolg voor de schildklier. Dit test hoe de ruimtelijke vorm van een antistof bepaalt waaraan hij bindt.
- Vraag 291 punt · met uitleg
Je verklaart waardoor de schildklier van de foetus vergroot zou kunnen zijn. Dit test welke stoffen de placenta passeren.
Eindexamen 2024, tijdvak 1
Eindexamen 2024, tijdvak 2
Eindexamen 2023, tijdvak 1
Eindexamen 2023, tijdvak 2
- Vraag 82 punten · met uitleg
Je bepaalt wat ebola in de dendritische cel verhindert en welke afweerrespons daardoor wordt geblokkeerd. Dit test de activatie van T-helpercellen.
- Vraag 121 punt · met uitleg
Je kiest welk gen van het ebolavirus aan het verzwakte virus in het vaccin is toegevoegd. Dit test hoe een vaccin de afweer opwekt.
- Vraag 132 punten · met uitleg
Je geeft per kenmerk aan voor welke methode (remdesivir, mAb's, vaccin) het geldt; er kunnen er meer dan één zijn. Dit test actieve en passieve immunisatie.
Eindexamen 2022, tijdvak 1
- Vraag 352 punten · met uitleg
Je legt uit hoe antistoffen en macrofagen ervoor zorgen dat cellen van Schwann worden vernietigd. Dit test de werking van antistoffen en fagocytose.
- Vraag 361 punt · met uitleg
Je kiest welk proces wordt verhinderd als de productie van cytokine IL-2 door T-helpercellen wordt geremd. Dit test de rol van cytokinen in de immuunreactie.
Eindexamen 2022, tijdvak 2
- Vraag 291 punt · met uitleg
Je noteert een situatie waarin Plasmodium van mens op mens kan worden overgedragen. Dit test het verband tussen de ontwikkeling in het bloed en overdracht.
- Vraag 312 punten · met uitleg
Je bepaalt welke van twee strategieën het specifieke immuunsysteem beïnvloedt. Dit test het onderscheid tussen aangeboren en specifieke afweer.
- Vraag 321 punt · met uitleg
Je beschrijft hoe MHC-I-moleculen ervoor zorgen dat cytotoxische T-cellen een geïnfecteerde cel herkennen. Dit test antigeenpresentatie.
- Vraag 331 punt · met uitleg
Je bepaalt welke fase de lengte van de koortsvrije periode bepaalt. Dit test het lezen van de levenscyclus.
Eindexamen 2022, tijdvak 3
- Vraag 371 punt · met uitleg
Je beredeneert waarom het uitblijven van verschijnselen het uitroeien van polio moeilijker maakt. Dit test het verband tussen herkenning van zieken en verspreiding.
- Vraag 382 punten · met uitleg
Je kiest de conclusie over de immuunrespons na het salkvaccin en het sabinvaccin, uit afbeelding 4. Dit test het lezen van diagrammen met antistofconcentraties.
- Vraag 391 punt · met uitleg
Je bepaalt waarvoor het gen in stap 1 moet coderen om een vaccin met VLP's te maken. Dit test de bouw van een vaccin zonder genetisch materiaal van het virus.
Eindexamen 2021, tijdvak 2
Eindexamen 2021, tijdvak 3
- Vraag 311 punt · met uitleg
Je noteert in welk type T-cel geactiveerde T-helpercellen differentiëren onder invloed van IL-10. Dit test de differentiatie van T-cellen.
- Vraag 322 punten · met uitleg
Je geeft een argument voor de veronderstelling dat de lage biodiversiteit een gevolg is van de ziekte van Crohn, en een argument voor de veronderstelling dat het een oorzaak is. Dit test het onderscheid tussen oorzaak en gevolg.