Hoofdstuk 9 · Biologie voor Jou · Biologie VWO
Examenvragen bij hoofdstuk 9: Stofwisseling in de cel
42 vragen uit 11 eindexamens Biologie VWO (2021 tot en met 2025) gaan over de stof van hoofdstuk 9 (Stofwisseling in de cel) van Biologie voor Jou, samen goed voor 69 punten. Bij elke vraag staat een uitleg: wat er gevraagd wordt, hoe je het aanpakt, het antwoord voor alle punten en de valkuilen. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.
Valkuilen bij hoofdstuk 9
Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.
- Bij vraag 2 van ‘Slangengifklieren uit het lab’ (2025, tijdvak 1) →
Noem bij het golgi-systeem niet alleen 'transport', maar ook waarheen: naar buiten de cel. Ribosomen maken geen mRNA; dat gebeurt bij de transcriptie in de kern.
- Bij vraag 19 van ‘De nijlpaarden van Pablo Escobar’ (2025, tijdvak 1) →
Ook 'glycerinezuur', 'glycerinezuur-1,3-difosfaat' en '(3-)glyceraldehyde-3-fosfaat' worden goed gerekend. Ribulosedifosfaat is fout: dat is het C5-molecuul waaraan wordt gebonden.
- Bij vraag 34 van ‘Histamine-intoxicatie’ (2025, tijdvak 1) →
Bij een lage temperatuur denatureert een enzym niet; dat gebeurt bij een hoge temperatuur. Een enzym dat koud is geweest, werkt weer gewoon als het warmer wordt.
- Bij vraag 5 van ‘Een brouwerij in de darmen’ (2025, tijdvak 2) →
Noem de glucose: die zetten de micro-organismen om in alcohol. Het dieet doodt de bacteriën niet; het neemt hun grondstof weg.
- Bij vraag 35 van ‘Epilepsie door lintwormlarven’ (2025, tijdvak 2) →
Noem geen NADH: dat ontstaat bij andere stappen van de citroenzuurcyclus. Ook ontstaat niet bij deze stap.
- Bij vraag 26 van ‘Bonenziekte’ (2024, tijdvak 1) →
Verwar NADPH niet met . De vraag gaat over de vorm die in de PPP wordt gevormd: NADPH, de geladen drager. Die geeft zijn elektronen af bij een opbouwreactie.
Alle 42 vragen over hoofdstuk 9
Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.
Eindexamen 2025, tijdvak 1
- Vraag 12 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie uitspraken over de gifklier en het afvoerbuisje. Je hebt kennis nodig van klieren (exocrien of endocrien), van ATP en van epitheelweefsel.
- Vraag 22 punten · met uitleg
Je legt uit waarom een cel die gif maakt veel ribosomen en een groot golgi-systeem heeft. Dit test de functie van organellen bij het maken en uitscheiden van eiwitten.
Eindexamen 2025, tijdvak 2
- Vraag 351 punt · met uitleg
Bij de mens zet eiwitcomplex II (SQR) in de citroenzuurcyclus barnsteenzuur om. Je noemt de twee stoffen die daarbij ontstaan. Dit test de citroenzuurcyclus en de koppeling met de elektronentransportketen.
- Vraag 362 punten · met uitleg
Je vult vier woorden in een tekst over het effect van albendazol op de elektronentransportketen van de lintworm in. Dit test de oxidatieve fosforylering en de rol van de laatste elektronenacceptor.
Eindexamen 2024, tijdvak 1
- Vraag 262 punten · met uitleg
Je bepaalt of NADPH energierijke elektronen afstaat of opneemt, en bij welk type stofwisseling NADPH wordt verbruikt. Dit test de rol van NADPH als drager van energierijke elektronen (en waterstof).
- Vraag 271 punt · met uitleg
Je leidt met afbeelding 1 (bij vraag 26) af wat er gebeurt met de productie van vetzuren als G6PD onwerkzaam is. De keuzes zijn A neemt toe, B neemt af en C verandert niet.
- Vraag 281 punt · met uitleg
Je verklaart waarom rode bloedcellen geen extra G6PD kunnen aanmaken, terwijl andere cellen dat wel doen.
Eindexamen 2024, tijdvak 2
- Vraag 311 punt · met uitleg
Je bepaalt bij welk proces zuurstof wordt gebruikt. Dit test de stappen van de dissimilatie.
- Vraag 322 punten · met uitleg
Je legt uit dat actieve neuronen veel ATP gebruiken, met een proces op cellulair niveau en een proces op moleculair niveau. Dit test waarvoor een zenuwcel ATP nodig heeft.
Eindexamen 2023, tijdvak 1
- Vraag 32 punten · met uitleg
Je kiest uit tabel 1 twee eigenschappen van type I-spiervezels en legt van elke uit waarom die handig is bij een lange zwemtocht. Dit test de bouw van spiervezels in relatie tot aerobe inspanning.
- Vraag 42 punten · met uitleg
Je bepaalt bij welke verhouding tussen glycolyse, citroenzuurcyclus en oxidatieve fosforylering melkzuur ophoopt. Dit test het verschil tussen aerobe en anaerobe ATP-vorming.
Eindexamen 2023, tijdvak 2
- Vraag 372 punten · met uitleg
Je legt uit hoe DNP de ATP-opbrengst verlaagt. Dit test de oxidatieve fosforylering in het mitochondrium.
- Vraag 381 punt · met uitleg
Je verklaart waarom DNP leidt tot minder lichaamsvet. Dit test het verband tussen ATP-productie en de verbranding van vet.
- Vraag 392 punten · met uitleg
Je noemt een proces op molecuulniveau dat door de hoge temperatuur schade geeft, en je verklaart waarom processen in de cel daardoor minder goed verlopen. Dit test de gevolgen van hitte voor eiwitten.
Eindexamen 2022, tijdvak 1
- Vraag 261 punt · met uitleg
Je legt uit waarom cAMP een second messenger heet. Dit test de signaaloverdracht van een hormoon via een membraanreceptor.
- Vraag 272 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie uitspraken over de werking van progesteron bij menstruerende zoogdieren en de toename van cAMP in de cellen van het baarmoederslijmvlies. Dit test de signaalcascade uit afbeelding 2 bij vraag 26.
Eindexamen 2022, tijdvak 2
Eindexamen 2022, tijdvak 3
- Vraag 33 punten · met uitleg
Je berekent hoeveel ATP de volledige aerobe dissimilatie van één molecuul palmitinezuur netto oplevert, met de omrekening die de vraag geeft. Dit test het optellen van ATP uit de vetzuuroxidatie, de citroenzuurcyclus en de investering vooraf.
- Vraag 61 punt · met uitleg
Je bepaalt waarop meldonium (met meer PPARα, dus meer oxidatieve capaciteit van de mitochondriën) bij een tennisster gunstig kan werken. Dit test het verschil tussen uithoudingsvermogen en explosieve kracht.
- Vraag 152 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie beweringen over fotosysteem II. Dit test de plaats en de werking van de lichtreactie in de chloroplast.
- Vraag 161 punt · met uitleg
Je verklaart waarom remming van EPSPS bijna alle stofwisselingsprocessen remt. Dit test het verband tussen aminozuren, eiwitten en enzymen.
Eindexamen 2021, tijdvak 2
Eindexamen 2021, tijdvak 3
- Vraag 61 punt · met uitleg
Je bepaalt in welke verbinding een elektron terechtkomt dat via fotosysteem II en I wordt vervoerd. Dit test de lichtreactie van de fotosynthese.
- Vraag 71 punt · met uitleg
Je legt uit dat de lichtreactie stilvalt als de donkerreactie niet werkt. Dit test het verband tussen de twee delen van de fotosynthese.
- Vraag 232 punten · met uitleg
Je verklaart in twee delen waarom sluiten van huidmondjes de fotorespiratie verhoogt, en waarom fotorespiratie de opbrengst van de fotosynthese verlaagt. Dit test de werking van rubisco en de Calvin-cyclus.
- Vraag 242 punten · met uitleg
Je bepaalt van drie beweringen of ze op grond van afbeelding 2 juist zijn. Dit test het lezen van een grafiek met twee lijnen.
- Vraag 252 punten · met uitleg
Je bepaalt welke verbinding bij C3-planten en welke bij C4-planten het eerst stabiel wordt gevormd na fixatie van uit de lucht. Dit test het verschil tussen C3- en C4-planten.
- Vraag 262 punten · met uitleg
Je legt uit waarom fotosysteem II in de bundelschedecellen nadelig zou zijn voor de efficiëntie van de fotosynthese. Dit test de koppeling tussen fotosysteem II, zuurstof en fotorespiratie.
- Vraag 292 punten · met uitleg
Je koppelt drie eigenschappen van C4-rijst aan de verbetering van de efficiëntie waaraan ze in de eerste plaats bijdragen: land, stikstof of water. Dit test het verband tussen de eigenschappen van C4-planten en duurzame landbouw.