Hoofdstuk 2 · Biologie voor Jou · Biologie VWO
Examenvragen bij hoofdstuk 2: Voortplanting en Seksualiteit
16 vragen uit 7 eindexamens Biologie VWO (2021 tot en met 2025) gaan over de stof van hoofdstuk 2 (Voortplanting en Seksualiteit) van Biologie voor Jou, samen goed voor 29 punten. Bij elke vraag staat een uitleg: wat er gevraagd wordt, hoe je het aanpakt, het antwoord voor alle punten en de valkuilen. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.
Valkuilen bij hoofdstuk 2
Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.
- Bij vraag 16 van ‘Verouderende eicellen’ (2025, tijdvak 2) →
Beschrijf wat er kapotgaat. Alleen "de eicel komt vrij" is niet genoeg: daarin staat niet waardoor er schade ontstaat. Het gaat ook niet om het baarmoederslijmvlies; dat wordt bij de menstruatie afgestoten, niet bij de ovulatie.
- Bij vraag 5 van ‘Nicotine tijdens de vroege embryonale ontwikkeling’ (2024, tijdvak 1) →
Een blastula is geen zygote meer: de binnenste cellen kunnen geen placenta maken, dus ze zijn pluripotent. Onthoud de volgorde toti → pluri → multi: tijdens de ontwikkeling ga je die alleen van links naar rechts af.
- Bij vraag 7 van ‘De herintroductie van het przewalskipaard’ (2024, tijdvak 2) →
R is een eicel, maar wel een met de kern van een lichaamscel. Het gaat om de chromosomen in de kern, niet om het celtype. Zonder die kern zou de cel haploïd zijn.
- Bij vraag 22 van ‘Evolutie van de menstruatie’ (2022, tijdvak 1) →
Noem beide stappen: alleen "het progesteron daalt" verklaart niet hoe de afwezigheid van een embryo daar de oorzaak van is.
- Bij vraag 1 van ‘NIPT’ (2022, tijdvak 2) →
Alle drie de plaatsen liggen in de placenta, dus je kunt niet gokken op "alles foetus". Zeg ook niet dat het DNA in het plasma van de moeder alleen van de moeder is. Let bij elke lijn op waar hij precies eindigt: in een vaatje van de vlok of in het weefsel eromheen.
- Bij vraag 1 van ‘Alternatieven voor 'de pil'’ (2021, tijdvak 2) →
Noem de klier en het hersendeel allebei en niet door elkaar. Het model accepteert 'hypofyse', 'adenohypofyse' en 'hypofyse voorkwab'. 'Hersenen' of 'hersenaanhangsel' zijn niet precies genoeg.
Alle 16 vragen over hoofdstuk 2
Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.
Eindexamen 2025, tijdvak 2
- Vraag 161 punt · met uitleg
Je licht toe hoe er bij de ovulatie weefselschade ontstaat. Dit test wat er bij de eisprong gebeurt.
- Vraag 171 punt · met uitleg
Je kiest het hormoon in een implantaat dat ovulaties onderdrukt: FSH, LH of progesteron. Dit test de hormonale regeling van de menstruatiecyclus.
- Vraag 212 punten · met uitleg
Voor elke groep in afbeelding 3 noteer je hoe de controle verschilt van de behandeling. Dit test het opzetten van een controlegroep: die verschilt alleen in de factor die je onderzoekt.
- Vraag 222 punten · met uitleg
Je bepaalt welke van de drie vrouwen van 38 jaar de meeste ovulaties heeft gehad en welke de minste. Dit test wanneer er geen ovulatie plaatsvindt.
Eindexamen 2024, tijdvak 1
- Vraag 52 punten · met uitleg
Je kiest de potentie van de stamcellen bij de start van het onderzoek en na 21 dagen. Dit test de begrippen totipotent, pluripotent en multipotent.
- Vraag 62 punten · met uitleg
Je beoordeelt welke van twee uitspraken over het resultaat wordt ondersteund door de metingen. De keuzes zijn A geen van beide, B alleen 1, C alleen 2 en D zowel 1 als 2. Dit test het lezen van een grafiek en het begrip 'significant'.
Eindexamen 2024, tijdvak 2
Eindexamen 2022, tijdvak 1
- Vraag 222 punten · met uitleg
Je legt uit hoe het ontbreken van een embryo bij de mens leidt tot menstruatie. Dit test de hormonale regeling van de menstruatiecyclus.
- Vraag 242 punten · met uitleg
Je legt uit dat zowel verandering 1 (slagadertjes in de decidua verliezen spierweefsel) als verandering 2 (placentahormonen maken de moeder minder gevoelig voor insuline) gunstig is voor de foetus. Dit test bloedvaten en de regeling van de bloedsuiker.
Eindexamen 2022, tijdvak 2
- Vraag 12 punten · met uitleg
Je bepaalt bij drie genummerde plaatsen in de placenta of het weefsel van de foetus of van de moeder is. Dit test de bouw van de placenta: een deel van de foetus en een deel van de moeder.
- Vraag 62 punten · met uitleg
Je beoordeelt bij drie situaties of de foetale fractie lager wordt en daarmee de kans op een vals negatief resultaat groter. Dit test het begrip foetale fractie.
- Vraag 71 punt · met uitleg
Je legt uit waarom je bij een lege blaas de baarmoeder minder goed op de echo ziet. Dit test het combineren van een gegeven uit de tekst met je kennis van de bouw van het bekken.
Eindexamen 2022, tijdvak 3
Eindexamen 2021, tijdvak 2
- Vraag 12 punten · met uitleg
Je noemt de hormoonklier en het hersendeel waarop de hormonen in de pil remmend werken. Dit test de hormonale regulatie van de menstruatiecyclus.
- Vraag 22 punten · met uitleg
Je beoordeelt twee beweringen over het effect van de hormonen in de pil: de opbouw van het baarmoederslijmvlies en de oorzaak van de menstruatie. Dit test de rol van oestrogeen en progesteron in de cyclus.
- Vraag 72 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie beweringen over de grafiek van afbeelding 3: het herstel van de vruchtbaarheid na het stoppen van BMS. Dit test het aflezen van een grafiek en het trekken van alleen de conclusies die de gegevens ondersteunen.