Hoofdstuk 5 · Biologie voor Jou · Biologie VWO
Examenvragen bij hoofdstuk 5: Ecologie
59 vragen uit 11 eindexamens Biologie VWO (2021 tot en met 2025) gaan over de stof van hoofdstuk 5 (Ecologie) van Biologie voor Jou, samen goed voor 103 punten. Bij elke vraag staat een uitleg: wat er gevraagd wordt, hoe je het aanpakt, het antwoord voor alle punten en de valkuilen. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.
Valkuilen bij hoofdstuk 5
Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.
- Bij vraag 15 van ‘De nijlpaarden van Pablo Escobar’ (2025, tijdvak 1) →
Alleen een factor noemen ("ziekte") is niet genoeg: de vraag zegt 'licht toe', dus beschrijf het gevolg voor de sterfte of de voortplanting. Ook predatie telt alleen met een passende toelichting.
- Bij vraag 6 van ‘Jakobskruiskruid uit de berm’ (2025, tijdvak 2) →
Zonder toelichting krijg je het punt niet. Het grote wortelstelsel of de bladrozet zegt niets over pionier of climax.
- Bij vraag 34 van ‘Epilepsie door lintwormlarven’ (2025, tijdvak 2) →
De mens komt twee keer voor, in twee rollen. Kijk dus naar wat er in die mens zit: een volwassen worm in de darm (eindgastheer) of larven in cysten (tussengastheer). De jongen in deze opgave is tussengastheer: hij heeft cysten in zijn hersenen.
- Bij vraag 40 van ‘Dwergolifanten op Sicilië’ (2025, tijdvak 2) →
Voor het kleinste aantal soorten werken beide factoren dezelfde kant op: klein én ver weg. Kies dus niet op één factor alleen.
- Bij vraag 10 van ‘Spitsbergenrendier verandert zijn dieet’ (2024, tijdvak 1) →
De tekst noemt de verhouding 'gunstig'. Schrijf niet dat ze groter wordt: een grotere verhouding betekent juist meer warmteverlies. Noem bij de tweede vraag het warmteverlies; "het dier is beter aangepast aan de kou" is te vaag.
- Bij vraag 5 van ‘De herintroductie van het przewalskipaard’ (2024, tijdvak 2) →
Habitat en niche worden vaak verward. De habitat is de plek waar een soort leeft, de niche is de rol van de soort daar.
Alle 59 vragen over hoofdstuk 5
Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.
Eindexamen 2025, tijdvak 1
- Vraag 142 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie uitspraken over de groei van de nijlpaardenpopulatie in afbeelding 2. Dit test populatiegroei, dichtheidsafhankelijke factoren en het begrip niche.
- Vraag 151 punt · met uitleg
Je geeft een voorbeeld van een biotische factor die de groei van de nijlpaardenpopulatie kan beperken, en je legt uit hoe. Dit test het verschil tussen biotische en abiotische factoren.
- Vraag 182 punten · met uitleg
Je beschrijft met een voorbeeld hoe nijlpaarden de successie op het land tegengaan, en wat dat doet met de climaxsoorten. Dit test het begrip successie.
- Vraag 202 punten · met uitleg
Je kiest het proces dat verklaart waarom organismen hoger in de voedselketen relatief meer bevatten. Elke keuze gaat over aminozuren met de lichtere isotoop .
- Vraag 212 punten · met uitleg
Je redeneert dat de metingen in afbeelding 4 passen bij de hypothese dat nijlpaarden plantenmateriaal van het land naar het water brengen. Dit test het gebruik van isotopen om de herkomst van stoffen te bepalen.
- Vraag 222 punten · met uitleg
Je verklaart waarom de zuurstofconcentratie in meren met nijlpaarden 's nachts en overdag anders verloopt dan in meren zonder nijlpaarden. Dit test fotosynthese, afbraak door reducenten en eutrofiëring.
- Vraag 232 punten · met uitleg
Je beoordeelt voor vier gevolgen van de nijlpaarden of ze de biodiversiteit verhogen. Dit test wat biodiversiteit is en hoe concurrentie, habitats en eutrofiëring die beïnvloeden.
Eindexamen 2025, tijdvak 2
- Vraag 61 punt · met uitleg
Je bepaalt of jakobskruiskruid een climaxsoort of een pioniersoort is, met een toelichting uit de tekst. Dit test de kenmerken van soorten in de successie.
- Vraag 131 punt · met uitleg
Je beargumenteert of de jakobskruid-aardvlo op die weilanden een exoot is. Dit test het begrip exoot.
Eindexamen 2024, tijdvak 1
- Vraag 102 punten · met uitleg
Je legt in twee stappen uit hoe korte poten de oppervlakte-inhoudsverhouding veranderen en waarom dat energie spaart. Dit gaat over warmteregulatie bij warmbloedige dieren.
- Vraag 122 punten · met uitleg
Je bepaalt voor drie effecten van een hogere temperatuur of de netto primaire productie (NPP) van de vegetatie daardoor wel of niet toeneemt. Dit test het verschil tussen bruto en netto primaire productie.
- Vraag 131 punt · met uitleg
Je verklaart waardoor sommige herbivoren kunnen afnemen terwijl de vegetatie productiever wordt. Dit test relaties tussen soorten.
- Vraag 142 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie uitspraken over afbeelding 3: het verband tussen de dikte van de ijslaag en het aandeel rendieren dat aan de kust voedsel zoekt.
- Vraag 151 punt · met uitleg
Je verklaart hoe het eten van zeewier door de rendieren de stikstofkringloop op de toendra verandert.
Eindexamen 2024, tijdvak 2
- Vraag 91 punt · met uitleg
Je verklaart waarom ambrosia zich pas de laatste jaren in Nederland heeft gevestigd. Dit test het verband tussen klimaat en het voltooien van een levenscyclus.
- Vraag 101 punt · met uitleg
Je zegt of ambrosia een pioniersoort of een climaxsoort is en noemt een kenmerk dat dat ondersteunt. Dit test de begrippen uit de successie.
- Vraag 161 punt · met uitleg
Je geeft een mogelijke verklaring waarom extra bladhaantjes in Noord-Amerika ambrosia niet effectief bestrijden. Dit test populatie-interacties in een ecosysteem.
- Vraag 172 punten · met uitleg
Je bepaalt welke van twee uitspraken over de tolerantiecurven in afbeelding 4 juist is. Dit test het lezen van een tolerantiecurve: waar de voorspelde overlevingskans boven 0 ligt, kan de soort leven.
- Vraag 181 punt · met uitleg
Je noemt twee verschillende biotische factoren die de overlevingskans van het bladhaantje kunnen beïnvloeden. Dit test het verschil tussen biotische en abiotische factoren.
- Vraag 401 punt · met uitleg
Je bepaalt op welke bodem de symbiose met knolletjesbacteriën een vlinderbloemige het meeste voordeel geeft. Dit test de rol van knolletjesbacteriën in de stikstofkringloop.
- Vraag 412 punten · met uitleg
Je legt uit waarom een kortere stengel van witte klaver nadelig is voor de knolletjesbacteriën als er ook andere planten staan. Dit test lichtconcurrentie en de symbiose tussen plant en bacterie.
Eindexamen 2023, tijdvak 1
- Vraag 221 punt · met uitleg
Je geeft een argument waarom de maisstengelboorder in Nederland niet als exoot geldt. Dit test het begrip exoot.
- Vraag 231 punt · met uitleg
Je noemt het type afweer van de maisplant dat door de rups wordt verminderd. Dit test de afweer van planten.
- Vraag 241 punt · met uitleg
Je noemt de vorm van symbiose tussen de maisstengelboorder en de schimmel. Dit test de vormen van samenleving tussen soorten.
- Vraag 252 punten · met uitleg
Je berekent hoeveel meer droge stof per hectare het meest productieve sorghumras oplevert dan mais. Dit test het omrekenen van versgewicht en droge-stofgehalte naar droge stof per hectare.
- Vraag 262 punten · met uitleg
Je kiest het energiestroomschema dat past bij runderen die sorghum C7 eten. Dit test de energiestromen in een voedselketen en de verteringscoëfficiënt. De vier schema's in het boekje laten de ingenomen energie (I) zien, verdeeld in P, F en R:
- A: P klein, R klein, F groot (ongeveer 60% van I);
- B: R groot, P klein, F ongeveer een kwart van I;
- C: P groot (ongeveer driekwart van I), R en F klein;
- D: R middelgroot, P klein, F bijna de helft van I.
- Vraag 382 punten · met uitleg
Je kiest welke van twee uitspraken over fosfaat en algenbloei juist is. Dit test het begrip beperkende factor en de tolerantiegrenzen.
- Vraag 393 punten · met uitleg
Je beschrijft een proefopzet om te onderzoeken in hoeverre waterplanten de fosfaatconcentratie van het oppervlaktewater verlagen. Dit test het ontwerpen van een experiment met een controlegroep.
Eindexamen 2023, tijdvak 2
- Vraag 141 punt · met uitleg
Je noemt een eigenschap van Striga waaruit blijkt dat het geen climaxsoort is. Dit test de kenmerken van pionier- en climaxsoorten bij successie.
- Vraag 162 punten · met uitleg
Je beoordeelt twee uitspraken over de symbiose tussen mycorrhiza-schimmels en sorghum en kiest welke juist is. Dit test mutualisme en voedingswijzen.
- Vraag 212 punten · met uitleg
Je geeft twee redenen waarom wieden Striga weinig effectief bestrijdt. Dit test de levenscyclus van een parasiet.
- Vraag 232 punten · met uitleg
Je beschrijft de opzet van een veldexperiment en noemt de metingen voor de netto primaire productie van sorghum. Dit test de opzet van een experiment en het begrip netto primaire productie.
- Vraag 242 punten · met uitleg
Je koppelt drie maatregelen aan strategie P (kieming remmen of voorkomen) of Q (voortijdig laten ontkiemen). Dit test de rol van strigolactonen en fosfaat.
Eindexamen 2022, tijdvak 1
- Vraag 122 punten · met uitleg
Je legt uit dat de voortplanting van de robuuste variant (via wortelstokken) invloed kan hebben gehad op het uitsterven van de populatie in de Waddenzee. Dit test het verband tussen ongeslachtelijke voortplanting, genetische variatie en kwetsbaarheid van een populatie.
- Vraag 143 punten · met uitleg
Je legt uit waarom de onderzoekers deze zeven combinaties van behandelingen hebben opgenomen, en noteert het nummer van de controle. Dit test het opzetten van een experiment met meerdere factoren.
- Vraag 152 punten · met uitleg
Je noteert tot welk trofisch niveau (of welke niveaus) de tijgermug als larve behoort, en als volwassen vrouwtje. Dit test trofische niveaus in een voedselketen.
- Vraag 192 punten · met uitleg
Je noteert bij drie relaties in afbeelding 4 (mens, tijgermug, chikungunya-virus) welke vorm van symbiose het best past. Dit test parasitisme, commensalisme en mutualisme.
Eindexamen 2022, tijdvak 2
- Vraag 282 punten · met uitleg
Je noemt de vorm van symbiose tussen mug en Plasmodium en tussen Plasmodium en mens. Dit test het onderscheid tussen mutualisme, commensalisme en parasitisme.
- Vraag 391 punt · met uitleg
Je kiest het diagram dat past bij de verspreiding van het gene-drive-construct en je verklaart het verloop. Dit test het verband tussen een gene drive en de populatiegrootte.
- Vraag 402 punten · met uitleg
Je legt uit waarom in Limfjorden netto weinig CO₂ wordt vastgelegd, hoewel de netto primaire productie hoog is. Dit test het verschil tussen productie en vastlegging van koolstof in een ecosysteem.
- Vraag 412 punten · met uitleg
Je legt uit waarom de chlorofyl-A-concentratie een betere schatting geeft van de hoeveelheid fytoplankton dan de biomassa. Dit test het verschil tussen een stof die bij één groep hoort en een totaalmaat.
- Vraag 422 punten · met uitleg
Je verklaart waarom fytoplankton zich sneller deelt bij wind en waarom de delingssnelheid met de diepte verandert. Dit test de factoren die fotosynthese en groei bepalen.
- Vraag 432 punten · met uitleg
Je verklaart waardoor de afbraak van fytoplankton tot vissterfte leidt, en hoe mosselen dat tegengaan. Dit test het verband tussen eutrofiëring, reducenten en zuurstof.
Eindexamen 2022, tijdvak 3
- Vraag 141 punt · met uitleg
Je noemt een kenmerkende eigenschap van pioniersoorten en legt uit waardoor ze daardoor veel op akkers voorkomen. Dit test de eigenschappen van pioniersoorten bij een nieuwe, kale bodem.
- Vraag 212 punten · met uitleg
Je geeft de oorzaak van het verschil in nettoproductie tussen fosfaat (80 mg/kg) en fosfiet (80 mg/kg), voor B. distachyon en voor de transgene katoenplanten. Dit test het lezen van een staafdiagram en het verband met concurrentie.
Eindexamen 2021, tijdvak 2
- Vraag 82 punten · met uitleg
Je beschrijft twee gevolgen van een hogere temperatuur op Spitsbergen die ervoor kunnen zorgen dat er meer voedsel voor ganzen is. Dit test het effect van een abiotische factor op producenten.
- Vraag 91 punt · met uitleg
Je noteert het trofische niveau van Daphnia met de biologische term. Dit test trofische niveaus in een voedselketen.
- Vraag 112 punten · met uitleg
Je beschrijft een experiment om de hypothese te toetsen dat watervlooien de algenbloei in de meertjes van Spitsbergen verhinderen, en geeft aan welk resultaat de hypothese bevestigt. Dit test de opzet van een experiment met een controle.
- Vraag 132 punten · met uitleg
Je beschrijft een voordeel van trekken dat uit het onderzoek volgt en een nadeel van trekken. Dit test het afleiden van een conclusie uit gegevens en kennis van het leven van trekvogels.
Eindexamen 2021, tijdvak 3
- Vraag 12 punten · met uitleg
Je legt uit waarom koraaldiertjes met zoöxanthellen niet dieper voorkomen dan ongeveer 50 meter. Dit test het verband tussen symbiose, fotosynthese en licht.
- Vraag 22 punten · met uitleg
Je bepaalt van vier gegevens over het rif of ze de zoöxanthellen een voordeel geven ten opzichte van algen die vrij in het water leven. Dit test de voordelen van een symbiose.
- Vraag 32 punten · met uitleg
Je noteert welke metingen nodig zijn om de route van mucus via sponzen naar detritivoren aan te tonen, en welke uitkomst die route bevestigt. Dit test het begrip van een onderzoek met een zwaar isotoop als merker.
- Vraag 42 punten · met uitleg
Je bepaalt welke plaats in het voedselweb de sponzen hebben. Dit test het onderscheid tussen producent, consument en reducent.
- Vraag 52 punten · met uitleg
Je bepaalt van vier processen uit de stikstofkringloop of ze toenemen bij hogere temperatuur. Dit test het lezen van een schema en de namen van de processen.