Hoofdstuk 3 · Biologie voor Jou · Biologie VWO
Examenvragen bij hoofdstuk 3: Genetica
22 vragen uit 9 eindexamens Biologie VWO (2021 tot en met 2025) gaan over de stof van hoofdstuk 3 (Genetica) van Biologie voor Jou, samen goed voor 39 punten. Bij elke vraag staat een uitleg: wat er gevraagd wordt, hoe je het aanpakt, het antwoord voor alle punten en de valkuilen. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.
Valkuilen bij hoofdstuk 3
Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.
- Bij vraag 24 van ‘Onderzoek naar pijnbeleving’ (2025, tijdvak 1) →
Leid 'autosomaal' niet af uit de stamboom: ook X-chromosomaal dominante overerving past bij deze stamboom. Wie uit de stamboom concludeert dat het niet X-chromosomaal kan zijn, krijgt het eerste punt niet.
- Bij vraag 14 van ‘Verouderende eicellen’ (2025, tijdvak 2) →
Stadium 4 is de valkuil: de chromosomen van een secundaire oöcyt bestaan nog uit twee chromatiden, maar het zijn er maar half zoveel. Ook de poollichaampjes zijn haploïd.
- Bij vraag 32 van ‘Bonenziekte’ (2024, tijdvak 1) →
R laat het omgekeerde zien: hij heeft het gemuteerde allel van zijn moeder, dus zij is niet homozygoot voor het gezonde allel. Dat beantwoordt de vraag niet, maar volgens een aanvulling op het correctievoorschrift krijg je voor R met zo'n toelichting in totaal 1 punt. P of S levert geen punt op.
- Bij vraag 8 van ‘De herintroductie van het przewalskipaard’ (2024, tijdvak 2) →
Noem het deel: "het DNA in de mitochondriën". Alleen "een deel van het DNA komt van de eicel" is te vaag.
- Bij vraag 13 van ‘De kip als draagmoeder’ (2023, tijdvak 1) →
Ga je uit van een haan met , dan krijg je het eerste punt niet: die haan zou onvruchtbaar zijn. Het model rekent het niet fout als je de hennen noteert als – en –.
- Bij vraag 1 van ‘Kleurpatroon van de kleine monarchvlinder’ (2023, tijdvak 2) →
Het gaat om één allel per fenotype, niet om het hele genotype. Noteer je in plaats daarvan de genotypen (1: , 2: én , 3: én ), dan krijg je in totaal 1 punt.
Alle 22 vragen over hoofdstuk 3
Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.
Eindexamen 2025, tijdvak 1
- Vraag 242 punten · met uitleg
Je beredeneert met de tekst en de stamboom dat de Marsili-mutatie autosomaal en zeer waarschijnlijk dominant overerft. Dit test het analyseren van een stamboom.
- Vraag 252 punten · met uitleg
Je bepaalt in welke perioden de Marsili-mutatie bij Maria kan zijn ontstaan. Haar ouders hadden de mutatie niet, Maria wel. Dit test hoe een mutatie wordt doorgegeven bij celdelingen.
- Vraag 322 punten · met uitleg
Je bepaalt of een functieverlies-mutatie en een functiewinst-mutatie gewoonlijk dominant of recessief overerven. Dit test wat dominant en recessief betekenen bij een heterozygoot.
Eindexamen 2025, tijdvak 2
- Vraag 141 punt · met uitleg
Je noteert welke stadia in afbeelding 1 haploïd zijn. Dit test de meiose bij de oögenese.
- Vraag 152 punten · met uitleg
Je kiest bij welke deling crossing-over tot recombinatie leidt (meiose of mitose) en hoe crossing-over chromosomale afwijkingen veroorzaakt: doordat homologe of doordat niet-homologe delen worden uitgewisseld. Dit test crossing-over en het ontstaan van chromosoommutaties.
- Vraag 192 punten · met uitleg
Je berekent hoeveel F2-muizen er naar verwachting geboren worden voordat er 30 homozygote knock-out muizen (Gpr54⁻ Gpr54⁻) bij zijn. Dit test een monohybride kruising.
Eindexamen 2024, tijdvak 1
- Vraag 322 punten · met uitleg
Je zoekt in de stamboom van afbeelding 2 het kind van Francesca waaruit blijkt dat zij niet homozygoot is voor het gemuteerde G6PD-allel, en je licht dat toe.
- Vraag 342 punten · met uitleg
Je berekent met de stamboom van afbeelding 2 (bij vraag 32) de kans dat de zoon van Stella het gemuteerde G6PD-allel erft. De keuzes zijn A 0, B , C , D en E .
Eindexamen 2024, tijdvak 2
Eindexamen 2023, tijdvak 1
- Vraag 132 punten · met uitleg
Je maakt een kruisingstabel van de transgene haan met een wild-type hen en omcirkelt het genotype van de onvruchtbare hennen. Dit test geslachtsgebonden overerving bij vogels.
- Vraag 151 punt · met uitleg
Je beschrijft wat het belang van een 'frozen aviary' kan zijn. Dit test het belang van behoud van genetische variatie.
Eindexamen 2023, tijdvak 2
- Vraag 12 punten · met uitleg
Je geeft per fenotype het allel dat het bepaalt. Dit test het koppelen van genotypen aan fenotypen en het begrip dominant en recessief.
- Vraag 42 punten · met uitleg
Je berekent de kans op een nakomeling met genotype en bepaalt of die kans bij niet-gekoppelde genen kleiner, even groot of groter is. Dit test kruisingen met gekoppelde genen.
- Vraag 51 punt · met uitleg
Je noemt het proces tijdens de meiose waardoor gekoppelde genen toch van elkaar los kunnen raken. Dit test de recombinatie van allelen.
- Vraag 62 punten · met uitleg
Je beoordeelt per genotype uit afbeelding 4 of het bij een volwassen vlinder uit de kruising van afbeelding 3 kan voorkomen. Dit test geslachtsbepaling bij vlinders en de werking van de bacterie.
Eindexamen 2022, tijdvak 2
Eindexamen 2021, tijdvak 2
- Vraag 342 punten · met uitleg
Je legt uit hoe groot de kans is dat Tom drager van PKU is. Dit test recessieve overerving en kansberekening.
- Vraag 352 punten · met uitleg
Je berekent de kans dat Sandra drager is van het PKU-allel met de regel van Hardy-Weinberg, als percentage met één decimaal. Dit test Hardy-Weinberg.
Eindexamen 2021, tijdvak 3
- Vraag 192 punten · met uitleg
Je bepaalt welke van twee beweringen over de celkweek juist is. Dit test het verschil tussen mitose en meiose en de rol van toeval bij de verdeling van mitochondria.
- Vraag 201 punt · met uitleg
Je beredeneert dat een tijdelijk hoog percentage gemuteerde mitochondria in een embryo toch tot afwijkingen bij het kind kan leiden. Dit test de gevolgen van gemuteerde mitochondria voor de ontwikkeling.
- Vraag 212 punten · met uitleg
Je legt uit waarom het aan te bevelen is om MST alleen voor de conceptie van jongens toe te passen. Dit test hoe mtDNA wordt overgeërfd.