Hoofdstuk 13 · Nova (2.2e editie) · Natuurkunde VWO

Examenvragen bij hoofdstuk 13: Gravitatie

11 vragen uit 6 eindexamens Natuurkunde VWO (2022 tot en met 2025) gaan over de stof van hoofdstuk 13 (Gravitatie) van Nova (2.2e editie), samen goed voor 37 punten. Bij elke vraag staat een uitleg: wat er gevraagd wordt, hoe je het aanpakt, het antwoord voor alle punten en de valkuilen. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.

Valkuilen bij hoofdstuk 13

Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.

  • Bij "toon aan" moet je de berekening laten zien en het gevraagde getal uitkomen. Reken de omlooptijd om van dagen naar seconden en de massa van de ster als 67%67\% van de zonsmassa, niet als de zonsmassa zelf. De derdemachtswortel: (…)13\left(\ldots\right)^{\frac{1}{3}}, niet de wortel.

    Bij vraag 6 van ‘Goudlokje’ (2024, tijdvak 1) →
  • Gebruik beide kenmerken: zonder de conische vorm zijn de stralen gelijk, en zonder star geheel kunnen de wielen een verschillende omlooptijd hebben. Zeg ook welk wiel sneller gaat en wat daarvan het gevolg is voor de richting van de trein.

    Bij vraag 13 van ‘Treinwielen’ (2023, tijdvak 2) →
  • Het is een afleiding: elke stap staat in je antwoord, de eindformule alleen levert niets op. De gravitatie-energie heeft een minteken (Eg=−GmMrE_g = -G\frac{mM}{r}); zonder dat kom je niet op een wortel uit.

    Bij vraag 24 van ‘Hawkingstraling’ (2023, tijdvak 2) →
  • Reken met de massa in kg (2020 keer de zonsmassa), niet met 2020 alleen. Zonder eenheid of met een rekenfout vervalt het laatste punt.

    Bij vraag 25 van ‘Hawkingstraling’ (2023, tijdvak 2) →
  • Bij "leid af" moet elke stap er staan: alleen de eindformule levert niets op. De gravitatie-energie is negatief (Eg=−GmMrE_g = -G\frac{mM}{r}); zonder dat minteken komt EtE_t niet uit op −12GmMr-\frac{1}{2}G\frac{mM}{r}.

    Bij vraag 20 van ‘LEO-satelliet’ (2022, tijdvak 2) →
  • De baanstraal rr wordt gemeten vanaf het middelpunt van de aarde, niet vanaf het aardoppervlak: tel de straal van de aarde bij de hoogte op. Neem je alleen 425 km425 \text{ km}, dan krijg je ongeveer 30,6 km s−130{,}6 \text{ km s}^{-1}. Je toont aan, dus laat de waarde 7,658 km s−17{,}658 \text{ km s}^{-1} aan het eind zien.

    Bij vraag 21 van ‘LEO-satelliet’ (2022, tijdvak 2) →

Alle 11 vragen over hoofdstuk 13

Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.