Hoofdstuk 1 · Nova (2.2e editie) · Natuurkunde VWO
Examenvragen bij hoofdstuk 1: Bewegingen beschrijven
18 vragen uit 7 eindexamens Natuurkunde VWO (2022 tot en met 2025) gaan over de stof van hoofdstuk 1 (Bewegingen beschrijven) van Nova (2.2e editie), samen goed voor 51 punten. Bij elke vraag staat een uitleg: wat er gevraagd wordt, hoe je het aanpakt, het antwoord voor alle punten en de valkuilen. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.
Valkuilen bij hoofdstuk 1
Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.
- Bij vraag 1 van ‘Shorttrack’ (2025, tijdvak 1) →
Reken de minuut om naar seconden: , niet of . Het antwoord mag niet in drie significante cijfers (11,1): dan mis je het punt voor significantie. Laat je de eenheid weg of reken je fout, dan vervalt ook het punt voor de berekening, want dat is het laatste punt van de vraag.
- Bij vraag 10 van ‘Opslag van energie’ (2025, tijdvak 1) →
Je hoeft geen getal om te rekenen: het gaat om de eenheid. Schrijf er wel bij, anders mis je het eerste punt. Het is geen eenheid van energie.
- Bij vraag 7 van ‘Springende Hydrogelballetjes’ (2025, tijdvak 2) →
Je hoeft de getallen niet uit te rekenen, maar je moet de raaklijnen echt tekenen. De raaklijnen moeten vlak bij de stuit liggen: een lijn door de top geeft niet de snelheid bij het raken van de pan. De massa valt weg in de verhouding.
- Bij vraag 12 van ‘Experiment van Millikan’ (2025, tijdvak 2) →
Bij een afleiding staan alle stappen op papier: alleen de uitkomst levert niets op. Je mag de newton niet laten staan, want de vraag wil grondeenheden. Haal je het tweede punt niet, dan mag het laatste punt ook niet worden toegekend.
- Bij vraag 1 van ‘Snelheidsrecord op de fiets’ (2024, tijdvak 1) →
Het punt voor significantie heb je alleen met zes cijfers: of is te kort. Reken de uren om naar seconden (maal ), anders klopt de eenheid niet. Is er een rekenfout of staat de eenheid er niet, dan vervalt ook het punt voor het afmaken van de berekening.
- Bij vraag 20 van ‘Echografie’ (2024, tijdvak 1) →
Bij "leid af" moet elke stap er staan, ook de conclusie. Let op de machten bij het vermenigvuldigen: en .
Alle 18 vragen over hoofdstuk 1
Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.
Eindexamen 2025, tijdvak 1
- Vraag 13 punten · met uitleg
Je berekent de gemiddelde snelheid over de hele race en geeft het antwoord in het juiste aantal significante cijfers. Dit test en het omgaan met significantie.
- Vraag 22 punten · met uitleg
Je bepaalt in de -grafiek hoeveel seconden Schulting sneller was geweest als ze de hele race de snelheid van de laatste ronden had gehouden. Dit test het lezen van een afstand-tijddiagram: de helling is de snelheid.
Eindexamen 2025, tijdvak 2
Eindexamen 2024, tijdvak 1
- Vraag 13 punten · met uitleg
Je berekent hoeveel seconden Denise over de laatste mijl deed, en geeft het antwoord in het juiste aantal significante cijfers. Dit test , het omrekenen van uren naar seconden en significantie.
- Vraag 43 punten · met uitleg
Je bepaalt de snelheid op het moment van loskoppelen, bij , in . Dit test dat de snelheid in een -diagram de helling van de raaklijn is.
Eindexamen 2024, tijdvak 2
Eindexamen 2023, tijdvak 1
- Vraag 183 punten · met uitleg
Je legt uit of Jelle gelijk heeft dat de akoestische lengte met een nauwkeurigere binnendiameter in meer significante cijfers kan worden opgegeven. Dit test de regels voor significante cijfers bij optellen en vermenigvuldigen.
- Vraag 192 punten · met uitleg
Je legt uit waarom de foutmarge in de golflengte te klein is om in figuur 3 te zien. Dit test het inschatten van een orde van grootte en die vergelijken met de schaal van een grafiek.
Eindexamen 2023, tijdvak 2
- Vraag 32 punten · met uitleg
Je legt uit hoe je aan figuur 3 kunt zien dat het dummyhoofd met en zonder helm met dezelfde snelheid de plaat raakt. Dit test dat de oppervlakte onder een -grafiek de snelheidsverandering is.
- Vraag 72 punten · met uitleg
Je zegt bij welke dichtheid de grootste versnelling van de vallende plaat het kleinst is. Dit test dat de versnelling de steilheid van een -grafiek is.