Hoofdstuk 1 · Nova (2.2e editie) · Natuurkunde VWO

Examenvragen bij hoofdstuk 1: Bewegingen beschrijven

18 vragen uit 7 eindexamens Natuurkunde VWO (2022 tot en met 2025) gaan over de stof van hoofdstuk 1 (Bewegingen beschrijven) van Nova (2.2e editie), samen goed voor 51 punten. Bij elke vraag staat een uitleg: wat er gevraagd wordt, hoe je het aanpakt, het antwoord voor alle punten en de valkuilen. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.

Valkuilen bij hoofdstuk 1

Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.

  • Reken de minuut om naar seconden: 89,80 s89{,}80 \text{ s}, niet 1,29801{,}2980 of 129,80129{,}80. Het antwoord mag niet in drie significante cijfers (11,1): dan mis je het punt voor significantie. Laat je de eenheid weg of reken je fout, dan vervalt ook het punt voor de berekening, want dat is het laatste punt van de vraag.

    Bij vraag 1 van ‘Shorttrack’ (2025, tijdvak 1) →
  • Je hoeft geen getal om te rekenen: het gaat om de eenheid. Schrijf C=A s\text{C} = \text{A s} er wel bij, anders mis je het eerste punt. Het is geen eenheid van energie.

    Bij vraag 10 van ‘Opslag van energie’ (2025, tijdvak 1) →
  • Je hoeft de getallen niet uit te rekenen, maar je moet de raaklijnen echt tekenen. De raaklijnen moeten vlak bij de stuit liggen: een lijn door de top geeft niet de snelheid bij het raken van de pan. De massa valt weg in de verhouding.

    Bij vraag 7 van ‘Springende Hydrogelballetjes’ (2025, tijdvak 2) →
  • Bij een afleiding staan alle stappen op papier: alleen de uitkomst levert niets op. Je mag de newton niet laten staan, want de vraag wil grondeenheden. Haal je het tweede punt niet, dan mag het laatste punt ook niet worden toegekend.

    Bij vraag 12 van ‘Experiment van Millikan’ (2025, tijdvak 2) →
  • Het punt voor significantie heb je alleen met zes cijfers: 19,6 s19{,}6 \text{ s} of 19,57 s19{,}57 \text{ s} is te kort. Reken de uren om naar seconden (maal 36003600), anders klopt de eenheid niet. Is er een rekenfout of staat de eenheid er niet, dan vervalt ook het punt voor het afmaken van de berekening.

    Bij vraag 1 van ‘Snelheidsrecord op de fiets’ (2024, tijdvak 1) →
  • Bij "leid af" moet elke stap er staan, ook de conclusie. Let op de machten bij het vermenigvuldigen: s⋅s−2=s−1\text{s} \cdot \text{s}^{-2} = \text{s}^{-1} en m⋅m−3=m−2\text{m} \cdot \text{m}^{-3} = \text{m}^{-2}.

    Bij vraag 20 van ‘Echografie’ (2024, tijdvak 1) →

Alle 18 vragen over hoofdstuk 1

Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.