Hoofdstuk 2 · Nova (2.2e editie) · Natuurkunde VWO
Examenvragen bij hoofdstuk 2: Kracht en beweging
13 vragen uit 7 eindexamens Natuurkunde VWO (2022 tot en met 2025) gaan over de stof van hoofdstuk 2 (Kracht en beweging) van Nova (2.2e editie), samen goed voor 37 punten. Bij elke vraag staat een uitleg: wat er gevraagd wordt, hoe je het aanpakt, het antwoord voor alle punten en de valkuilen. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.
Valkuilen bij hoofdstuk 2
Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.
- Bij vraag 13 van ‘Experiment van Millikan’ (2025, tijdvak 2) →
Zeg waarom geldt: de snelheid is constant. Alleen formule (2) opschrijven levert niets op. Let bij het wegdelen op de machten van : geeft , en delen door laat over.
- Bij vraag 2 van ‘Snelheidsrecord op de fiets’ (2024, tijdvak 1) →
Voor geldt een marge van . Gebruik de snelheid in (), niet in . Vergeet de eenheid niet: zonder eenheid of met een rekenfout vervalt het laatste punt. Let ook op de macht van tien: is .
- Bij vraag 4 van ‘Elektrische scooter’ (2024, tijdvak 2) →
Noem de reden (extra remkracht), niet alleen de conclusie. Een conclusie die logisch volgt uit jouw eigen redenering ("consequent") levert het tweede punt ook op.
- Bij vraag 4 van ‘Fietshelm’ (2023, tijdvak 2) →
Noem beide stappen: eerst de kracht die sterk toeneemt, dan dat daardoor de versnelling groot wordt. Alleen het eerste levert 1 punt op.
- Bij vraag 3 van ‘Vrije worp bij basketbal’ (2022, tijdvak 1) →
Zonder de voorwaarde voor stopt het model aan het begin. Het model rekent en ook goed bij het eerste punt, omdat significantie hier niet telt. De formulering hoeft niet volgens de afspraken van een computermodel te zijn.
- Bij vraag 1 van ‘Massa meten in de ruimte’ (2022, tijdvak 2) →
Noem beide delen: wat de weegschaal meet én dat je gewichtloos bent. Gewichtloos betekent niet dat de zwaartekracht verdwenen is: je weegt niets omdat je niet op een ondergrond drukt.
Alle 13 vragen over hoofdstuk 2
Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.
Eindexamen 2025, tijdvak 2
- Vraag 134 punten · met uitleg
Je leidt formule (2) af, , uit formule (1) en formules uit je informatieboek. Dit test krachtenevenwicht bij constante snelheid, dichtheid en het volume van een bol.
- Vraag 144 punten · met uitleg
Je toont aan dat de dichtheid van de olie is, en legt uit dat de opwaartse kracht te verwaarlozen is. Dit test formule (2) omschrijven en de opwaartse kracht.
Eindexamen 2024, tijdvak 1
Eindexamen 2024, tijdvak 2
Eindexamen 2023, tijdvak 1
- Vraag 24 punten · met uitleg
Je controleert of de ski's te zacht zijn voor een langlaufer van die op beide ski's staat. Dit test de veerkracht en het vergelijken van de inzakking met de camberhoogte.
- Vraag 44 punten · met uitleg
Je beoordeelt twee beweringen: is recht evenredig met de massa, en is recht evenredig met de snelheid? Dit test het lezen van tegen en wat recht evenredig betekent.
Eindexamen 2023, tijdvak 2
- Vraag 42 punten · met uitleg
Je legt met figuur 5 uit waarom de helm niet de hele remweg van mag gebruiken. Dit test het verband tussen kracht en versnelling in een kracht-indrukkingdiagram.
- Vraag 52 punten · met uitleg
Je berekent de constante uit regel 2 van het model voor piepschuim van . Dit test het lezen van een model en het koppelen van twee formules op de grens .
- Vraag 62 punten · met uitleg
Je vult regel 7 van het model aan: de resulterende kracht op de vallende plaat. Dit test het optellen van krachten met een teken.
Eindexamen 2022, tijdvak 1
- Vraag 32 punten · met uitleg
Je geeft de twee stopvoorwaarden van het computermodel, zodat de berekening eindigt waar de grafieken van figuur 6 eindigen. Dit test het lezen van een model en van de grafieken.
- Vraag 42 punten · met uitleg
Je legt uit hoe je aan resultaat C in figuur 6 ziet dat er gescoord wordt, door figuur 6 met de gegevens van de ring in figuur 2 te vergelijken.
- Vraag 53 punten · met uitleg
Je geeft voor de resultaten A, B, D en E in figuur 6 aan of het verschil met resultaat C komt door een andere startwaarde van of van , en licht dat toe. Dit test dat de horizontale en de verticale beweging onafhankelijk van elkaar zijn.