Hoofdstuk 4 · Nova (2.2e editie) · Natuurkunde VWO
Examenvragen bij hoofdstuk 4: Elektrische systemen
20 vragen uit 8 eindexamens Natuurkunde VWO (2022 tot en met 2025) gaan over de stof van hoofdstuk 4 (Elektrische systemen) van Nova (2.2e editie), samen goed voor 58 punten. Bij elke vraag staat een uitleg: wat er gevraagd wordt, hoe je het aanpakt, het antwoord voor alle punten en de valkuilen. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.
Valkuilen bij hoofdstuk 4
Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.
- Bij vraag 1 van ‘Lampjespracticum’ (2025, tijdvak 2) →
Een steile lijn zegt niets over de weerstand: de weerstand is , niet de helling van de grafiek. Noem ook de temperatuur: zonder het verband tussen stroomsterkte en temperatuur mis je het tweede punt. De conclusie moet kloppen met je eigen redenering.
- Bij vraag 10 van ‘Batterijtrein’ (2024, tijdvak 1) →
Verwissel de dikte van het draad () en de diameter van de spoel () niet: dan krijg je maximaal 2 punten. Reken mm en cm om naar meter. De lengte van het draad is niet de lengte van de spoel, maar het aantal windingen maal de omtrek van één winding.
- Bij vraag 1 van ‘Elektrische scooter’ (2024, tijdvak 2) →
Teken geen extra verbindingen die een kortsluiting of een niet-werkende schakeling geven, bijvoorbeeld een draad die de stroommeter overbrugt: dan krijg je geen punt.
- Bij vraag 5 van ‘Cappuccino’ (2023, tijdvak 1) →
Sluit de stoomknop niet parallel aan de stoomthermostaat aan: dan wordt de temperatuurbegrenzing van overbrugd. Een schakeling die niet naar behoren werkt, bijvoorbeeld door extra verbindingen, levert hooguit 1 punt op.
- Bij vraag 20 van ‘Geleidende klei’ (2023, tijdvak 2) →
De stroommeter staat in serie, niet parallel aan de kleirol. Door extra verbindingen kan een schakeling ontstaan die niet werkt, dan krijg je hooguit 1 punt. Een spanningsmeter die parallel aan de spanningsbron staat, wordt niet aangerekend.
- Bij vraag 11 van ‘Practicum warmtestraling’ (2022, tijdvak 1) →
Gebruik de diameter, niet de straal, in . ScienceData geeft ; daarmee krijg je , en dat telt ook goed. De diameter heeft twee significante cijfers, dus ook het antwoord. Zonder eenheid of met een rekenfout vervalt het laatste punt.
Alle 20 vragen over hoofdstuk 4
Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.
Eindexamen 2025, tijdvak 1
Eindexamen 2025, tijdvak 2
- Vraag 13 punten · met uitleg
Je beslist met het -diagram of het gloeilampje een PTC (weerstand neemt toe met de temperatuur) of een NTC (weerstand neemt af met de temperatuur) is. Dit test het verband tussen weerstand, stroomsterkte en temperatuur.
- Vraag 24 punten · met uitleg
Je bepaalt de totale weerstand van twee in serie geschakelde, gelijke lampjes als de spanning over gelijk is aan . Dit test het aflezen van een grafiek, en de serieschakeling.
- Vraag 32 punten · met uitleg
Je maakt het schakelschema compleet: een ohmse weerstand parallel aan , een stroommeter voor de totale stroom en een spanningsmeter over . Dit test het schakelen van weerstanden en meters.
- Vraag 44 punten · met uitleg
Je legt uit dat de totale stroomsterkte groter wordt na het toevoegen van de parallelle weerstand, en of en feller of minder fel gaan branden. Dit test de weerstand van parallel- en serieschakelingen en het verdelen van de spanning.
Eindexamen 2024, tijdvak 1
- Vraag 104 punten · met uitleg
Je bepaalt de weerstand van het stuk spoeldraad tussen de batterijpolen. Dit test , de lengte van een winding en de oppervlakte van een dwarsdoorsnede.
- Vraag 143 punten · met uitleg
Je beredeneert met welke weerstand het grootst is, of . Dit test het vermogen in een serieschakeling.
Eindexamen 2024, tijdvak 2
- Vraag 11 punt · met uitleg
Je maakt het schakelschema compleet, zodat de stroommeter de stroomsterkte meet die de oplader uit het stopcontact haalt. Dit test hoe je een ampèremeter aansluit.
- Vraag 23 punten · met uitleg
Je laat zien dat de energie waarmee de accu is opgeladen is. Dit test en het feit dat het oppervlak onder een -diagram de lading is.
- Vraag 34 punten · met uitleg
Je berekent het rendement van het opladen en geeft het in het juiste aantal significante cijfers. Dit test en het gebruik van een percentage.
Eindexamen 2023, tijdvak 1
- Vraag 52 punten · met uitleg
Je sluit de stoomknop in de schakeling aan. Dit test dat je een schakelaar en thermostaten in serie of parallel kunt opnemen om een gewenst gedrag te krijgen.
- Vraag 61 punt · met uitleg
Je geeft aan waar de veiligheidsthermostaat in de schakeling hoort. Dit test dat je een onderdeel zo plaatst dat het alleen het verwarmingselement uitschakelt.
- Vraag 73 punten · met uitleg
Je laat met een berekening zien dat de weerstand van het element is. Dit test het rendement en .
- Vraag 84 punten · met uitleg
Je bepaalt wie gelijk heeft: Silvia (massieve nichroomstaaf) of Mara (holle buis met een dunnere draad). Dit test en de oppervlakte van een cirkel.
Eindexamen 2023, tijdvak 2
- Vraag 202 punten · met uitleg
Je tekent de verbindingssnoeren van de schakeling om de soortelijke weerstand van de kleirol te bepalen. Dit test dat een stroommeter in serie en een spanningsmeter parallel staat.
- Vraag 215 punten · met uitleg
Je berekent de soortelijke weerstand van de klei en noteert het antwoord met het juiste aantal significante cijfers. Dit test , de oppervlakte van een cirkel en .
- Vraag 223 punten · met uitleg
Je beredeneert hoeveel keer zo groot of klein de weerstand van de kleirol wordt als de rol twee keer zo lang wordt uitgerold. Dit test bij constant volume.
Eindexamen 2022, tijdvak 1
- Vraag 114 punten · met uitleg
Je berekent het vermogen dat het verwarmingselement opneemt direct na het inschakelen, uit de afmetingen van de constantaandraad en de spanning. Dit test en .
- Vraag 123 punten · met uitleg
Je berekent hoeveel procent de soortelijke weerstand van constantaan toeneemt bij een temperatuurstijging van naar en beslist of Tess (minder dan 5%) of Fem (meer dan 5%) gelijk heeft.