Hoofdstuk 8 · Nova (2.2e editie) · Natuurkunde VWO
Examenvragen bij hoofdstuk 8: Elektrische en magnetische velden
22 vragen uit 8 eindexamens Natuurkunde VWO (2022 tot en met 2025) gaan over de stof van hoofdstuk 8 (Elektrische en magnetische velden) van Nova (2.2e editie), samen goed voor 60 punten. Bij elke vraag staat een uitleg: wat er gevraagd wordt, hoe je het aanpakt, het antwoord voor alle punten en de valkuilen. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.
Valkuilen bij hoofdstuk 8
Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.
- Bij vraag 13 van ‘Opslag van energie’ (2025, tijdvak 1) →
Eén omwenteling is zes periodes, niet één. Met krijg je een snelheid van ongeveer . Meet bij voorkeur over meerdere periodes (drie), dan is de aflezing nauwkeuriger. Reken de diameter om naar meters.
- Bij vraag 15 van ‘Experiment van Millikan’ (2025, tijdvak 2) →
Reken kV en mm om naar V en m. De pijlen naar beneden zijn een apart punt: de druppel is negatief en moet omhoog, dus het veld wijst omlaag. Veldlijnen die niet op gelijke afstand staan, of schuin, kosten het eerste punt.
- Bij vraag 11 van ‘Batterijtrein’ (2024, tijdvak 1) →
Noem de veldlijnendichtheid. Alleen zeggen dat P "dichter bij de spoel" ligt is niet genoeg: dat is niet wat je in de figuur ziet.
- Bij vraag 13 van ‘Lise Meitner’ (2024, tijdvak 2) →
Vergeet de lading niet: met een positief deeltje had je de andere kant op gekregen. Zeg erbij welke regel je gebruikt. Heb je de kracht de verkeerde kant op getekend, dan krijg je het punt voor de richting van nog wel als die daarbij past.
- Bij vraag 11 van ‘Poollicht’ (2023, tijdvak 1) →
Dit lijkt vreemd, maar het volgt uit de richting van de veldlijnen. Zet de N dus niet bij de geografische noordpool aan de bovenkant.
- Bij vraag 17 van ‘Wervelstroomrem’ (2023, tijdvak 2) →
K ligt op de rechterdraad, buiten de windingen: de pijl hoort langs die draad, naar boven.
Alle 22 vragen over hoofdstuk 8
Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.
Eindexamen 2025, tijdvak 1
- Vraag 133 punten · met uitleg
Je bepaalt de snelheid van de kabel uit de spanningspulsen van de dynamo. Dit test het verband tussen het aantal pulsen en het aantal omwentelingen, en met .
- Vraag 143 punten · met uitleg
Je vult in de tabel op de uitwerkbijlage in wat elke aanpassing doet met de grootte en de frequentie van de opgewekte spanning. Dit test inductie: de spanning hangt af van hoe snel de flux verandert en van het aantal windingen.
- Vraag 162 punten · met uitleg
Je legt uit waarom een elektromotor een wisselspanning nodig heeft en waarom de frequentie in figuur 6 in het begin toeneemt. Dit test de werking van een elektromotor met magneten en een spoel.
Eindexamen 2025, tijdvak 2
- Vraag 153 punten · met uitleg
Je tekent het elektrisch veld tussen de platen (minstens vijf veldlijnen) en toont aan dat de veldsterkte is. Dit test de richting van een elektrisch veld en .
- Vraag 165 punten · met uitleg
Je tekent de elektrische kracht op de druppel en bepaalt daarmee de lading van de druppel. Dit test krachtenevenwicht, de zwaartekracht op een bol en .
- Vraag 173 punten · met uitleg
Je bepaalt uit figuur 3 het elementair ladingsquantum in coulomb. Dit test het herkennen van het kleinste interval en het omrekenen van ESU naar C.
Eindexamen 2024, tijdvak 1
- Vraag 111 punt · met uitleg
Je geeft aan hoe je in figuur 4 ziet dat het magnetisch veld in punt P sterker is dan in punt Q. Dit test dat de dichtheid van de veldlijnen de sterkte van het veld aangeeft.
- Vraag 121 punt · met uitleg
Je tekent in de figuur op de uitwerkbijlage de richting van de stroom door de windingen van de spoel. Dit test de relatie tussen de richting van het magnetisch veld en de stroom (rechterhandregel voor een spoel).
- Vraag 134 punten · met uitleg
Je tekent de kracht op de punten 2, 3 en 4 van de magneten, en geeft per punt (1 tot en met 4) aan of het een noord- of zuidpool is. Dit test dat een noordpool in de richting van het veld wordt geduwd, een zuidpool tegen het veld in.
Eindexamen 2024, tijdvak 2
- Vraag 133 punten · met uitleg
Je tekent in punt de richting van de Lorentzkracht en geeft de richting van het magnetisch veld, met een toelichting. Dit test de Lorentzkracht en de richtingsregel voor negatieve deeltjes.
- Vraag 145 punten · met uitleg
Je leidt formule (1), , af en beredeneert welke -straler de energierijkste deeltjes uitzendt. Dit test de Lorentzkracht, de middelpuntzoekende kracht en de samenhang tussen impuls en energie.
Eindexamen 2023, tijdvak 1
- Vraag 111 punt · met uitleg
Je geeft aan waar de magnetische noordpool van de aarde ligt, als je de aarde als staafmagneet ziet. Dit test de richting van magnetische veldlijnen.
- Vraag 123 punten · met uitleg
Je tekent de lorentzkracht op het deeltje en zegt of het deeltje positief of negatief geladen is. Dit test de richting van de lorentzkracht bij een cirkelbeweging in een magnetisch veld.
- Vraag 132 punten · met uitleg
Je legt met figuur 4 uit waarom de cirkel kleiner wordt als het deeltje de pool nadert. Dit test dat het magnetisch veld sterker is waar de veldlijnen dichter op elkaar liggen, en de lorentzkracht.
Eindexamen 2023, tijdvak 2
- Vraag 171 punt · met uitleg
Je tekent in figuur 4 op de uitwerkbijlage de stroomrichting in punt K, een punt van de draad aan de rechterkant van de spoel. Dit test de richting van het veld van een elektromagneet en de rechterhandregel voor een spoel.
- Vraag 181 punt · met uitleg
Je tekent in het vooraanzicht van de schijf de richting van de wervelstroom in de punten P en Q. Dit test dat de remmende lorentzkracht op de stroom in het magneetveld tegen de beweging van de schijf ingaat.
- Vraag 193 punten · met uitleg
Je legt uit of de magneetveldsterkte bij lage snelheid groter of kleiner moet zijn dan bij hoge snelheid om dezelfde remkracht te houden. Dit test het verband tussen snelheid, wervelstroom, magneetveld en lorentzkracht.
Eindexamen 2022, tijdvak 1
- Vraag 183 punten · met uitleg
Je legt uit aan welke kant (L of R) van de hoefijzermagneet de noordpool zit, zodat de bètadeeltjes naar de GM-sensor afbuigen. Dit test de richting van de lorentzkracht.
- Vraag 193 punten · met uitleg
Je leidt de formule af voor de snelheid van een bètadeeltje dat in een homogeen magneetveld een cirkelbaan doorloopt.
- Vraag 203 punten · met uitleg
Je berekent de snelheid van de bètadeeltjes met de formule van Niels en beslist of relativistische effecten meetellen: dat is zo als groter is dan 10% van de lichtsnelheid.
Eindexamen 2022, tijdvak 2
- Vraag 113 punten · met uitleg
Je tekent de richting van de lorentzkracht op positieve ionen, legt uit dat er ladingsscheiding optreedt en zegt welke van de spanningen , en er het meest door beïnvloed wordt. Dit test de lorentzkracht op bewegende lading in een magneetveld.
- Vraag 124 punten · met uitleg
Je laat met een berekening zien of een toename van in het ECG bij door ladingsscheiding in de aorta verklaard kan worden. Dit test het combineren van formule (1) en (2) en het omrekenen van eenheden.