Hoofdstuk 9 · Nectar (4.1e editie) · Biologie HAVO
Examenvragen bij hoofdstuk 9: Erfelijkheid
11 vragen uit 4 eindexamens Biologie HAVO (2025 tot en met 2026) gaan over de stof van hoofdstuk 9 (Erfelijkheid) van Nectar (4.1e editie), samen goed voor 20 punten. Bij elke vraag staat een uitleg: wat er gevraagd wordt, hoe je het aanpakt, het antwoord voor alle punten en de valkuilen. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.
Valkuilen bij hoofdstuk 9
Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.
- Bij vraag 18 van ‘Razendsnelle adaptatie bij olifanten door stroperij’ (2026, tijdvak 1) →
De vraag zegt dat ze al in verwachting is van een dochter. Het geslacht telt dus niet meer mee in de kans.
- Bij vraag 19 van ‘Razendsnelle adaptatie bij olifanten door stroperij’ (2026, tijdvak 1) →
Een dochter met overleeft wel: het allel is alleen letaal bij mannetjes, omdat zij maar één X-chromosoom hebben en dus geen tweede allel dat het goedmaakt. Tel de zoon die doodgaat niet mee bij de nakomelingen.
- Bij vraag 36 van ‘Katten bekennen kleur’ (2026, tijdvak 2) →
Zeggen dat T dominant is, is geen uitleg: de vraag wil de stappen van allel naar fenotype. Noem tyrosinase én melanine. Het gemuteerde allel maakt het werkzame allel niet minder zichtbaar: één werkzaam allel levert genoeg enzym voor een donkere vacht.
- Bij vraag 11 van ‘Fanconi-anemie’ (2025, tijdvak 1) →
Een zieke dochter bij een gezonde vader kan niet bij X-chromosomaal recessief. Kijk daarom naar de vader, niet naar de moeder: draagsters zijn bij deze overerving gewoon gezond.
- Bij vraag 32 van ‘De Bajau’ (2025, tijdvak 1) →
Het model accepteert ook Bajau-vrouwen tegen Saluan-vrouwen of Bajau-kinderen tegen Saluan-kinderen, telkens met een groter resultaat bij de Bajau. Of duikende tegen niet-duikende Bajau-mannen, met als resultaat dat de milt ongeveer even groot is. Het tweede punt kun je alleen krijgen als het eerste punt klopt.
- Bij vraag 7 van ‘Zwarte kip’ (2025, tijdvak 2) →
De haan heeft al fibromelanose. Reken daarom met drie mogelijkheden (FF, Ff, Ff), niet met vier.
Alle 11 vragen over hoofdstuk 9
Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.
Eindexamen 2026, tijdvak 1
Eindexamen 2026, tijdvak 2
- Vraag 362 punten · met uitleg
Je legt uit hoe het niet-gemuteerde allel T bij een heterozygote kat () in het fenotype te zien is.
- Vraag 382 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie uitspraken over de kleuringen in afbeelding 3.
- Vraag 391 punt · met uitleg
Je bepaalt welke twee katten Benno moet kruisen om zoveel mogelijk mink-gekleurde nakomelingen te krijgen. Je noteert de fenotypen.
Eindexamen 2025, tijdvak 1
- Vraag 322 punten · met uitleg
Je noemt twee groepen die je vergelijkt om te bepalen of een grotere milt erfelijk is, en het resultaat dat daarop wijst.
- Vraag 332 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie uitspraken: welke zijn wel een juiste conclusie uit afbeelding 4. Dit test het lezen van een genotype-fenotypegrafiek.
Eindexamen 2025, tijdvak 2
- Vraag 72 punten · met uitleg
Je berekent de kans dat haan II-5 homozygoot is voor fibromelanose. Dat vraagt een erfelijkheidsredenering met een stamboom (afbeelding 3).
- Vraag 82 punten · met uitleg
Je geeft de mogelijke fenotypen van de nakomelingen van haan II-5 en het lichtbruine hennetje, en de verhouding, als de haan heterozygoot is.
- Vraag 91 punt · met uitleg
Je verklaart hoe inteelt leidt tot erfelijke afwijkingen bij de nakomelingen.