Hoofdstuk 2 · Nectar (4.1e editie) · Biologie HAVO
Examenvragen bij hoofdstuk 2: Cellen
20 vragen uit 4 eindexamens Biologie HAVO (2025 tot en met 2026) gaan over de stof van hoofdstuk 2 (Cellen) van Nectar (4.1e editie), samen goed voor 28 punten. Bij elke vraag staat een uitleg: wat er gevraagd wordt, hoe je het aanpakt, het antwoord voor alle punten en de valkuilen. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.
Valkuilen bij hoofdstuk 2
Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.
- Bij vraag 11 van ‘Bedreigingen voor de beekprik’ (2026, tijdvak 1) →
Een ander uiterlijk betekent niet een ander genotype. Het verschil zit in welke genen tot expressie komen. Dat het darmkanaal verdwijnt komt doordat genen uitgezet worden, niet doordat het DNA zelf verandert.
- Bij vraag 27 van ‘Plantenveredeling voor biologische landbouw’ (2026, tijdvak 1) →
R is een eiwit dat aan de hand van het RNA gemaakt wordt, geen effector.
- Bij vraag 33 van ‘Giraffen: aparte soorten’ (2026, tijdvak 1) →
Mutaties zijn willekeurig en treffen beide delen. Niet-coderend DNA verandert vaak zelfs makkelijker, omdat een mutatie daar meestal geen nadelig effect heeft. Wie alleen "coderend DNA" kiest, vergeet dat reproductieve isolatie in het hele genoom sporen achterlaat.
- Bij vraag 42 van ‘Mastitis bestrijden zonder antibiotica’ (2026, tijdvak 1) →
Een ribosoom en het endoplasmatisch reticulum zijn betrokken bij eiwitvorming, niet bij afbraak.
- Bij vraag 28 van ‘Kiezen voor vegan’ (2026, tijdvak 2) →
Alleen "wel" zonder toelichting krijgt geen punt. Een toelichting als "bij de productie zijn geen dieren gebruikt" telt ook.
- Bij vraag 31 van ‘De Vel-bloedgroep’ (2026, tijdvak 2) →
De volgorde moet volledig kloppen. Het mRNA moet de kern uit voordat het ribosoom het kan aflezen, en het eiwit moet gevouwen zijn voordat het in het membraan wordt ingebouwd.
Alle 20 vragen over hoofdstuk 2
Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.
Eindexamen 2026, tijdvak 1
- Vraag 271 punt · met uitleg
Je koppelt de letters P tot en met S aan DNA, RNA, receptor en effector. Dit test het herkennen van moleculen in een schema.
- Vraag 282 punten · met uitleg
Je legt uit hoe een mutatie bij de ziekteverwekker ervoor kan zorgen dat een resistente plant toch geïnfecteerd wordt. Dit test het verband tussen mutatie, eiwitvorm en binding.
Eindexamen 2026, tijdvak 2
Eindexamen 2025, tijdvak 1
- Vraag 361 punt · met uitleg
Je bepaalt welke van vier celonderdelen in een schimmelcel zitten. Dit test het verschil tussen plantaardige en schimmelcellen.
- Vraag 391 punt · met uitleg
Je bepaalt welke base van het codon voor leucine is gewijzigd, zodat het codon voor histidine ontstaat.
- Vraag 401 punt · met uitleg
Je verklaart waarom het onwaarschijnlijk is dat dezelfde puntmutatie bij meerdere patiënten ontstaat.