Hoofdstuk 7 · Nectar (4.1e editie) · Biologie HAVO
Examenvragen bij hoofdstuk 7: Soorten en relaties
26 vragen uit 4 eindexamens Biologie HAVO (2025 tot en met 2026) gaan over de stof van hoofdstuk 7 (Soorten en relaties) van Nectar (4.1e editie), samen goed voor 42 punten. Bij elke vraag staat een uitleg: wat er gevraagd wordt, hoe je het aanpakt, het antwoord voor alle punten en de valkuilen. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.
Valkuilen bij hoofdstuk 7
Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.
- Bij vraag 8 van ‘Bedreigingen voor de beekprik’ (2026, tijdvak 1) →
Beide verklaringen moeten het gevolg voor de algen noemen (minder fotosynthese, langzamere processen). "Er is minder licht" alleen is niet genoeg. Geef niet meer dan twee verklaringen: alleen de eerste twee tellen.
- Bij vraag 21 van ‘Razendsnelle adaptatie bij olifanten door stroperij’ (2026, tijdvak 1) →
Andere goede antwoorden: er komt ruimte voor andere soorten, in de omgewoelde grond kunnen zaden van andere soorten kiemen, of de uitgerukte planten trekken organismen aan die het dode hout afbreken. Noem één mechanisme.
- Bij vraag 26 van ‘Plantenveredeling voor biologische landbouw’ (2026, tijdvak 1) →
Beide kolommen moeten kloppen. Let op de richting: de mineralen gaan naar de plant, de organische stoffen naar de schimmel. De tekst zegt het zelf: de schimmel bevordert de opname van mineralen, en krijgt er voedingsstoffen voor terug.
- Bij vraag 12 van ‘Bon biní na Boneiru (Welkom op Bonaire)’ (2026, tijdvak 2) →
Het model telt ook "invasieve soort" en "uitheemse soort" goed. Een woord als "inheemse soort" is het tegendeel.
- Bij vraag 17 van ‘Oma’s aan de top’ (2026, tijdvak 2) →
De relatie moet je met een naam noemen. "Ze eten dezelfde dieren" is te vaag. Het model rekent ook het woord "competitie" goed voor het tweede punt.
- Bij vraag 1 van ‘De zeearend moet blijven!’ (2025, tijdvak 1) →
Een habitat hoort bij één soort. Een ecosysteem bevat alle soorten in een gebied, met de omgeving erbij.
Alle 26 vragen over hoofdstuk 7
Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.
Eindexamen 2026, tijdvak 1
- Vraag 82 punten · met uitleg
Je geeft twee verklaringen waarom schaduw algenbloei in een beek tegenhoudt. Dit test welke factoren de groei van algen bepalen.
- Vraag 102 punten · met uitleg
Je tekent het voedselweb uit de tekst, met pijlen die de richting van de energiestroom aangeven. Dit test het opzetten van een voedselweb uit een beschrijving.
- Vraag 122 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie uitspraken over het experiment met afbeelding 2. Dit test het lezen van grafieken (sterfte als grijs vlak, zuurstofverzadiging als lijn).
- Vraag 142 punten · met uitleg
Je tekent in afbeelding 3 de curve voor volwassen beekprikken. Dit test het toepassen van tolerantiegrenzen in een grafiek.
- Vraag 151 punt · met uitleg
Je verklaart hoe vispassages de overlevingskans van een populatie beekprikken vergroten.
Eindexamen 2026, tijdvak 2
- Vraag 121 punt · met uitleg
Je geeft de biologische term voor een soort die door toedoen van de mens buiten zijn oorspronkelijke leefgebied terechtkomt.
- Vraag 142 punten · met uitleg
Je noemt twee abiotische factoren die in beide onderzoeksgebieden gelijk moeten zijn. Zo ligt een verschil in vissen aan Bonaire en Aruba, en niet aan het milieu.
- Vraag 172 punten · met uitleg
Je noemt de producenten in het voedselweb uit het kader en de ecologische relatie tussen kleine walvissoorten en inktvissen.
- Vraag 182 punten · met uitleg
Je bepaalt tot welke orde of ordes van consumenten de orka behoort in het voedselweb uit het kader. Dit test het begrip orde van consumenten.
- Vraag 202 punten · met uitleg
Je beredeneert hoe de zwempositie van de oma's de overlevingskans van de populatie vergroot. Dit test het lezen van een schema en het verband tussen voedsel en overleving.
Eindexamen 2025, tijdvak 1
- Vraag 11 punt · met uitleg
Je kiest de biologische term voor een geschikt leefgebied van een soort.
- Vraag 21 punt · met uitleg
Je verklaart waarom de zeearend in Nederland geen exoot is. Dit test of je weet wat een exoot is.
- Vraag 42 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie uitspraken: welke worden wel en welke niet ondersteund door afbeelding 3. Dit test het lezen van een diagram.
- Vraag 61 punt · met uitleg
Je geeft een voorbeeld van een abiotische factor die het broedsucces verlaagt, met een toelichting.
- Vraag 91 punt · met uitleg
Je noemt een biologisch argument om de zeearend boven de bever te kiezen.
- Vraag 101 punt · met uitleg
Je geeft een argument voor de stelling dat de relatie tussen de zwarte populier en de zeearend commensalisme is.
Eindexamen 2025, tijdvak 2
- Vraag 312 punten · met uitleg
Je bepaalt of de zonnedauw uit het Zweedse onderzoek dezelfde soort is als die in het Korenburgerveen, en of ze hetzelfde genus hebben.
- Vraag 332 punten · met uitleg
Je beredeneert waarom bij meer stikstof steeds meer veenpluis en steeds minder kleine zonnedauw voorkomt, terwijl de stikstof binnen de tolerantiegrenzen van zonnedauw ligt.