Hoofdstuk 6 · Nectar (4.1e editie) · Biologie HAVO
Examenvragen bij hoofdstuk 6: Voeding, vertering en gezondheid
20 vragen uit 4 eindexamens Biologie HAVO (2025 tot en met 2026) gaan over de stof van hoofdstuk 6 (Voeding, vertering en gezondheid) van Nectar (4.1e editie), samen goed voor 32 punten. Bij elke vraag staat een uitleg: wat er gevraagd wordt, hoe je het aanpakt, het antwoord voor alle punten en de valkuilen. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.
Valkuilen bij hoofdstuk 6
Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.
- Bij vraag 29 van ‘Gastric bypass’ (2026, tijdvak 1) →
Per rij moeten beide cellen kloppen. Vergeet niet dat het speeksel de koolhydraatvertering al in de mond en de pouch laat beginnen.
- Bij vraag 21 van ‘Kiezen voor vegan’ (2026, tijdvak 2) →
Noem je de mondholte of de dikke darm erbij, dan telt de lijst als "één onjuist deel" en verlies je een punt.
- Bij vraag 33 van ‘Katten bekennen kleur’ (2026, tijdvak 2) →
Dopaquinine is het product, geen substraat. De naam van het enzym eindigt vaak op -ase.
- Bij vraag 42 van ‘Paarden voeren zonder brokken’ (2026, tijdvak 2) →
Noem de enzymen of de langzamere beweging van de moleculen. Het enzym is bij koude niet kapot (denaturatie hoort bij hoge temperatuur): het werkt alleen langzamer.
- Bij vraag 24 van ‘Een nieuwe groente: eendenkroos’ (2025, tijdvak 1) →
Je moet het verschil benoemen: kan niet zelf gemaakt worden tegenover wel zelf gemaakt. Alleen "essentiële aminozuren zijn belangrijk" is te weinig.
- Bij vraag 28 van ‘De Bajau’ (2025, tijdvak 1) →
De lever breekt ook andere stoffen af, maar voor rode bloedcellen zijn de milt en de lever de plaatsen.
Alle 20 vragen over hoofdstuk 6
Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.
Eindexamen 2026, tijdvak 1
- Vraag 292 punten · met uitleg
Je bepaalt of er in de pouch en op plaats R koolhydraat- en eiwitvertering plaatsvindt. Dit test waar de spijsverteringssappen werken.
- Vraag 302 punten · met uitleg
Je geeft twee oorzaken waardoor een kortere darm de vetresorptie verminderd. Dit test de vetvertering en de resorptie in de dunne darm.
- Vraag 312 punten · met uitleg
Je legt uit waarom de maagwandklieren na de operatie nauwelijks maagzuur maken. Dit test de hormonale regeling van de maagzuurproductie.
Eindexamen 2026, tijdvak 2
- Vraag 212 punten · met uitleg
Je noemt de delen van het spijsverteringskanaal waar enzymen voor de eiwitafbraak aan de voedselbrij worden toegevoegd. Dit test de kennis van de vertering. Gebruik je informatieboek.
- Vraag 222 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie uitspraken over aminozuren.
- Vraag 231 punt · met uitleg
Je verklaart waarom essentiële aminozuren in de voeding moeten zitten.
- Vraag 242 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie uitspraken over de tabel met informatie over witte bonen en rundvlees.
- Vraag 402 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie uitspraken over de vertering en opname van koolhydraten.
- Vraag 421 punt · met uitleg
Je verklaart op molecuulniveau waarom bij lage temperatuur nauwelijks fructaan wordt omgezet.
- Vraag 432 punten · met uitleg
Je bepaalt welk gas er bij de bacteriële omzetting van fructaan vrijkomt en of dat aeroob of anaeroob gebeurt.
- Vraag 442 punten · met uitleg
Je legt uit hoe de vorming van monosachariden in de dikke darm tot diarree leidt.