Subdomein C2 · Scheikunde VWO

Examenvragen over Chemisch rekenen

32 vragen uit 8 eindexamens Scheikunde VWO (2022 tot en met 2025) gaan over het subdomein Chemisch rekenen, samen goed voor 112 punten. Bij elke vraag staat een uitleg: wat er gevraagd wordt, hoe je het aanpakt, het antwoord voor alle punten en de valkuilen. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.

Valkuilen bij Chemisch rekenen

Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.

  • Dit is de lastigste stap: "oorspronkelijke VA-eenheden" zijn de VA-eenheden die er waren vóór de reactie met butanal, dus de overgebleven plus alle VA-eenheden die in een VB-eenheid zijn opgegaan. Vergeet de factor 2 niet. Reken je met één VA-eenheid per VB-eenheid, dan krijg je 0,4990,499+0,549×100=48%\frac{0{,}499}{0{,}499 + 0{,}549} \times 100 = 48\%.

    Bij vraag 15 van ‘Veiligheidsglas’ (2025, tijdvak 1) →
  • Je mag xx ook uit de kwadratische vergelijking x2+5,42⋅10−11x−3,23⋅10−10=0x^2 + 5{,}42 \cdot 10^{-11}x - 3{,}23 \cdot 10^{-10} = 0 halen. Je krijgt dezelfde uitkomst. Rond je xx eerst af op 1,80⋅10−51{,}80 \cdot 10^{-5}, dan geeft de pH 4,74. Dat verschil door acceptabel tussentijds afronden wordt niet aangerekend. De pH heeft geen eenheid.

    Bij vraag 3 van ‘DCDA’ (2025, tijdvak 2) →
  • Geef de verhouding in de volgorde van de vraag: Fe2+\text{Fe}^{2+} eerst. Zonder afleiding krijg je meestal geen punten.

    Bij vraag 15 van ‘Productie van aniline’ (2025, tijdvak 2) →
  • Je kunt ook eerst per kilogram rekenen: 2,52⋅10−2 g2{,}52 \cdot 10^{-2}\ \text{g} per dag per kg, dat is 2,81⋅10−1 g L−1 kg−12{,}81 \cdot 10^{-1}\ \text{g L}^{-1}\ \text{kg}^{-1}, en dan maal 4,6 kg. De uitkomst is dezelfde. Reken de μmol\mu\text{mol} om naar mol (10−610^{-6}) en de mL\text{mL} naar L\text{L}. Een rekenfout of een ontbrekende eenheid kost 1 punt.

    Bij vraag 20 van ‘De geur van kater-urine’ (2025, tijdvak 2) →
  • Je mag ook eerst de massa glycine bij 100% aanmaak uitrekenen (2,26×75,1131=1,30 g2{,}26 \times \dfrac{75{,}1}{131} = 1{,}30\ \text{g}) en daarna 80%80\% nemen. De eenheid (g) staat tussen haakjes: de vraag vraagt al om gram. "1" in plaats van "1,0" kost het punt voor de significantie. Een rekenfout kost 1 punt.

    Bij vraag 20 van ‘Creatine’ (2024, tijdvak 1) →
  • Reken met 8 moleculen water, niet met 9: dan kom je op 777777 en na het H+\text{H}^+-ion op 776776. Vergeet je het H+\text{H}^+-ion, dan krijg je 795. Een rekenfout kost 1 punt.

    Bij vraag 4 van ‘TCP en het aerotoxisch syndroom’ (2024, tijdvak 2) →

Alle 32 vragen over Chemisch rekenen

Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.