Hoofdstuk 2 · Polaris · Scheikunde VWO

Examenvragen bij hoofdstuk 2: Rekenen en meten

15 vragen uit 8 eindexamens Scheikunde VWO (2022 tot en met 2025) gaan over de stof van hoofdstuk 2 (Rekenen en meten) van Polaris, samen goed voor 51 punten. Bij elke vraag staat een uitleg: wat er gevraagd wordt, hoe je het aanpakt, het antwoord voor alle punten en de valkuilen. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.

Valkuilen bij hoofdstuk 2

Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.

  • Geef de verhouding in de volgorde van de vraag: Fe2+\text{Fe}^{2+} eerst. Zonder afleiding krijg je meestal geen punten.

    Bij vraag 15 van ‘Productie van aniline’ (2025, tijdvak 2) →
  • Je kunt ook eerst per kilogram rekenen: 2,52⋅10−2 g2{,}52 \cdot 10^{-2}\ \text{g} per dag per kg, dat is 2,81⋅10−1 g L−1 kg−12{,}81 \cdot 10^{-1}\ \text{g L}^{-1}\ \text{kg}^{-1}, en dan maal 4,6 kg. De uitkomst is dezelfde. Reken de μmol\mu\text{mol} om naar mol (10−610^{-6}) en de mL\text{mL} naar L\text{L}. Een rekenfout of een ontbrekende eenheid kost 1 punt.

    Bij vraag 20 van ‘De geur van kater-urine’ (2025, tijdvak 2) →
  • Je mag ook eerst de massa glycine bij 100% aanmaak uitrekenen (2,26×75,1131=1,30 g2{,}26 \times \dfrac{75{,}1}{131} = 1{,}30\ \text{g}) en daarna 80%80\% nemen. De eenheid (g) staat tussen haakjes: de vraag vraagt al om gram. "1" in plaats van "1,0" kost het punt voor de significantie. Een rekenfout kost 1 punt.

    Bij vraag 20 van ‘Creatine’ (2024, tijdvak 1) →
  • Een vergelijking zonder O2\text{O}_2 links kan niet kloppen. Voor een reactievergelijking geldt: 1 punt eraf voor coëfficiënten die niet de kleinste gehele getallen zijn. Toestandsaanduidingen worden niet gevraagd, dus fouten daarin tellen niet mee. Controleer je antwoord altijd door elk element links en rechts te tellen.

    Bij vraag 1 van ‘Biodiesel uit algen’ (2023, tijdvak 1) →
  • Het rendement is een verhouding: gevormd gedeeld door maximaal mogelijk, niet andersom. Reken niet met de massaverhouding alleen (3,85,5\frac{3{,}8}{5{,}5} = 69%); het gaat om de molverhouding 1 : 1. Een rekenfout of een verkeerde eenheid kost 1 punt.

    Bij vraag 16 van ‘Niacine’ (2022, tijdvak 1) →
  • Reken kg m−3\text{kg m}^{-3} netjes om naar g L−1\text{g L}^{-1} (dezelfde getalswaarde). Een rekenfout of een ontbrekende eenheid kost 1 punt. De aanvulling verandert alleen de formulering "per ton" naar "per 1,0 kg" in de uitwerking; de uitkomst blijft gelijk.

    Bij vraag 19 van ‘EPDM-rubber’ (2022, tijdvak 2) →

Alle 15 vragen over hoofdstuk 2

Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.