Hoofdstuk 10 · Polaris · Scheikunde VWO
Examenvragen bij hoofdstuk 10: Biochemie
33 vragen uit 8 eindexamens Scheikunde VWO (2022 tot en met 2025) gaan over de stof van hoofdstuk 10 (Biochemie) van Polaris, samen goed voor 78 punten. Bij elke vraag staat een uitleg: wat er gevraagd wordt, hoe je het aanpakt, het antwoord voor alle punten en de valkuilen. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.
Valkuilen bij hoofdstuk 10
Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.
- Bij vraag 1 van ‘Kwaliteitscontrole voor straight whiskey’ (2025, tijdvak 1) →
Teken alle andere groepen ( en OH) ongewijzigd opnieuw. Schrijf je water als in plaats van als structuurformule, dan wordt dat niet aangerekend.
- Bij vraag 23 van ‘Dystrofine’ (2025, tijdvak 1) →
Noteer je antwoord zoals de vraag zegt: "wel" of "niet", gevolgd door "omdat". Alleen "wel/niet" zonder reden telt niet.
- Bij vraag 7 van ‘Gaatjes’ (2025, tijdvak 2) →
Structuurformules in plaats van molecuulformules zijn ook goed als ze juist zijn. De coëfficiënten moeten de kleinste gehele getallen zijn.
- Bij vraag 21 van ‘De geur van kater-urine’ (2025, tijdvak 2) →
Drielettersymbolen (Ile, Val, Pro) of de namen van de aminozuren worden niet aangerekend. De volgorde van de aminozuren is die van de coderende streng, van de N-kant naar de COOH-kant.
- Bij vraag 17 van ‘Creatine’ (2024, tijdvak 1) →
Geef je alleen de juiste molecuulformule , dan krijg je 1 punt. Een aminozuur heeft een -groep en een -groep aan hetzelfde C-atoom.
- Bij vraag 3 van ‘TCP en het aerotoxisch syndroom’ (2024, tijdvak 2) →
Het model rekent ook twee varianten met een OOH-groep goed (zie de Opmerking in het model). Zet de -groep naast de OH-groep, niet op een andere plaats. Teken ook de H-atomen van de ring volledig of gebruik de schematische ringformule.
Alle 33 vragen over hoofdstuk 10
Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.
Eindexamen 2025, tijdvak 1
- Vraag 12 punten · met uitleg
Je maakt op de uitwerkbijlage de reactievergelijking van sacharose naar isosachrosan af. Het is een reactie waarbij twee OH-groepen samen een ethergroep vormen en een molecuul water afsplitsen.
- Vraag 23 punten · met uitleg
Je geeft de reactievergelijking waarin xylaan, een polymeer, FF en water vormt. Je gebruikt molecuulformules, dus geen structuurformules.
- Vraag 232 punten · met uitleg
Je zegt van elk van de drie structuurniveaus (primair, secundair, tertiair) of die is veranderd door het uitrekken van de spectrine-repeat, met een reden. Je gebruikt figuur 1.
- Vraag 243 punten · met uitleg
Je tekent de structuurformule van een serine-eenheid midden in een peptideketen, waarbij de H van de OH-groep in de restgroep is vervangen door een -groep. Je geeft de niet-bindende elektronenparen en de formele ladingen.
- Vraag 254 punten · met uitleg
Je bepaalt welk aminozuur in gezond dystrofine bij base 3396 hoort, en wat de mutatie voor de eiwitsynthese betekent.
Eindexamen 2025, tijdvak 2
- Vraag 213 punten · met uitleg
Je geeft de 1-lettersymbolen van de laatste drie aminozuren van cauxine, en tekent de structuurformule van dat ketenstuk. De DNA-volgorde is van de coderende streng.
- Vraag 222 punten · met uitleg
Je legt uit of het ketenstuk van de laatste drie aminozuren in cauxine meer of minder hydrofiel is dan ~DEL in 'normale' carboxyl-esterase.
- Vraag 233 punten · met uitleg
Je maakt op de uitwerkbijlage de vergelijking van stap 1 af: MBG reageert met water tot MBCG en glutaminezuur. Je gebruikt (schematische) structuurformules.
- Vraag 252 punten · met uitleg
Je zegt waarvoor je piekoppervlaktes in een gaschromatogram gebruikt, en geeft met figuur 5 een argument dat stof X de geur van NGK-urine meer beïnvloedt dan stof Y.
Eindexamen 2024, tijdvak 1
- Vraag 172 punten · met uitleg
Je tekent de structuurformule van ornithine, het aminozuur dat naast glycocyamine ontstaat uit glycine en arginine.
- Vraag 182 punten · met uitleg
Je tekent op de uitwerkbijlage met stippellijntjes twee interacties tussen glycocyamine en het enzym GAMT, nummert ze en noteert de naam van elk type.
- Vraag 213 punten · met uitleg
Je geeft de basen op de coderende en de matrijsstreng voor gezonde GAMT en GAMT* en het nummer van het afwijkende basenpaar.
- Vraag 232 punten · met uitleg
Je kiest op de uitwerkbijlage de juiste mogelijkheden voor de gehaltes glycocyamine en creatine bij AGAT-deficiëntie en bij GAMT-deficiëntie, met figuur 4.
Eindexamen 2024, tijdvak 2
- Vraag 32 punten · met uitleg
Je tekent stof X: wat er overblijft van het ringvormige deel van CBDP als de serine-eenheid is aangevallen en er water is bijgekomen.
- Vraag 53 punten · met uitleg
Je tekent de structuurformule van het stuk Glu – Ser – Ala van de peptideketen, waarin de serine-eenheid is omgezet tot een fosfoserine-eenheid.
Eindexamen 2023, tijdvak 1
Eindexamen 2023, tijdvak 2
- Vraag 62 punten · met uitleg
Je bepaalt welke twee nucleïnebasen in de coderende streng veranderen als een histidine-eenheid door een alanine-eenheid wordt vervangen.
- Vraag 72 punten · met uitleg
Je bepaalt voor elk van de vier experimenten of er indigo ontstaat en dus blauwkleuring optreedt. Je gebruikt figuur 3 en de tabel op de uitwerkbijlage.
- Vraag 102 punten · met uitleg
Je tekent twee structuurformules: fluoracetyl-S-CoA en fluorcitroenzuur. Beide kun je opbouwen uit de tekst.
- Vraag 112 punten · met uitleg
Je tekent in het omkaderde deel op de uitwerkbijlage de pijlen die laten zien hoe elektronenparen verschuiven bij stap 3, en je tekent de ontbrekende groepen in trans-hydroxyaconietzuur.
- Vraag 134 punten · met uitleg
Je tekent het peptidefragment
Cys-Gly-Pro-Cysals structuurformule, met de S-Fe-bindingen van de twee cysteïne-eenheden.
Eindexamen 2022, tijdvak 1
- Vraag 152 punten · met uitleg
Je zet in de tabel op de uitwerkbijlage bij elk enzym (P, Q, R) één kruisje: lager, hoger of veel hoger dan normaal. In elke kolom komt precies één kruisje.
- Vraag 192 punten · met uitleg
Je bepaalt uit figuur 4 uit hoeveel aminozuureenheden het receptoreiwit bestaat.
- Vraag 204 punten · met uitleg
Je tekent de structuurformule van het einde van de eiwitketen: de laatste twee aminozuureenheden, afgeleid uit de basen van figuur 4.
Eindexamen 2022, tijdvak 2
- Vraag 202 punten · met uitleg
Je legt uit of de koppeling met transglutaminase de primaire structuur van de peptideketens verandert.
- Vraag 211 punt · met uitleg
Je geeft de formule van deeltje X in figuur 1, dat ontstaat bij de koppeling van de glutamine-eenheid en de lysine-eenheid.
- Vraag 222 punten · met uitleg
Je maakt de vergelijking van de reactie van de glutamine-restgroep met water compleet en noemt de aminozuureenheid die ontstaat.