Hoofdstuk 2 · Systematische Natuurkunde (11e editie) · Natuurkunde VWO
Examenvragen bij hoofdstuk 2: Beweging
11 vragen uit 7 eindexamens Natuurkunde VWO (2022 tot en met 2025) gaan over de stof van hoofdstuk 2 (Beweging) van Systematische Natuurkunde (11e editie), samen goed voor 32 punten. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.
Valkuilen bij hoofdstuk 2
Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.
- Bij vraag 1 van ‘Shorttrack’ (2025, tijdvak 1) →
Reken de minuut om naar seconden: , niet of . Het antwoord mag niet in drie significante cijfers (11,1): dan mis je het punt voor significantie. Laat je de eenheid weg of reken je fout, dan vervalt ook het punt voor de berekening, want dat is het laatste punt van de vraag.
- Bij vraag 5 van ‘Springende Hydrogelballetjes’ (2025, tijdvak 2) →
Reken de massa om naar kg en de hoogte naar m. Het energieverlies is het verschil tussen twee hoogtes, niet de zwaarte-energie op één hoogte. Volgens de aanvulling hoort de significantie bij het laatste punt: geef twee significante cijfers (de massa heeft er drie, de hoogtes twee).
- Bij vraag 1 van ‘Snelheidsrecord op de fiets’ (2024, tijdvak 1) →
Het punt voor significantie heb je alleen met zes cijfers: of is te kort. Reken de uren om naar seconden (maal ), anders klopt de eenheid niet. Is er een rekenfout of staat de eenheid er niet, dan vervalt ook het punt voor het afmaken van de berekening.
- Bij vraag 4 van ‘Snelheidsrecord op de fiets’ (2024, tijdvak 1) →
Een lijn door twee meetpunten van de kromme (een koorde) is geen raaklijn. Gebruik één raaklijn en pak twee punten die ver uit elkaar liggen, dat geeft de kleinste leesfout. De tijdas staat in minuten en de afstand in kilometers: reken de tijd om naar uren, anders komt er geen uit.
- Bij vraag 23 van ‘Latin American Tower’ (2024, tijdvak 2) →
Een raaklijn is nodig: een lijn door twee punten op de grafiek geeft een gemiddelde snelheid, niet de snelheid op . Het verschil van is , want de beginsnelheid is nul. Twee significante cijfers.
Alle 11 vragen over hoofdstuk 2
Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.
Eindexamen 2025, tijdvak 1
- Vraag 13 punten · met uitleg
Je berekent de gemiddelde snelheid over de hele race en geeft het antwoord in het juiste aantal significante cijfers. Dit test en het omgaan met significantie.
- Vraag 22 punten · met uitleg
Je bepaalt in de -grafiek hoeveel seconden Schulting sneller was geweest als ze de hele race de snelheid van de laatste ronden had gehouden. Dit test het lezen van een afstand-tijddiagram: de helling is de snelheid.
Eindexamen 2025, tijdvak 2
Eindexamen 2024, tijdvak 1
- Vraag 13 punten · met uitleg
Je berekent hoeveel seconden Denise over de laatste mijl deed, en geeft het antwoord in het juiste aantal significante cijfers. Dit test , het omrekenen van uren naar seconden en significantie.
- Vraag 43 punten · met uitleg
Je bepaalt de snelheid op het moment van loskoppelen, bij , in . Dit test dat de snelheid in een -diagram de helling van de raaklijn is.