Hoofdstuk 10 · Systematische Natuurkunde (11e editie) · Natuurkunde VWO
Examenvragen bij hoofdstuk 10: Elektromagnetisme
24 vragen uit 8 eindexamens Natuurkunde VWO (2022 tot en met 2025) gaan over de stof van hoofdstuk 10 (Elektromagnetisme) van Systematische Natuurkunde (11e editie), samen goed voor 66 punten. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.
Valkuilen bij hoofdstuk 10
Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.
- Bij vraag 13 van ‘Opslag van energie’ (2025, tijdvak 1) →
Eén omwenteling is zes periodes, niet één. Met krijg je een snelheid van ongeveer . Meet bij voorkeur over meerdere periodes (drie), dan is de aflezing nauwkeuriger. Reken de diameter om naar meters.
- Bij vraag 12 van ‘Experiment van Millikan’ (2025, tijdvak 2) →
Bij een afleiding staan alle stappen op papier: alleen de uitkomst levert niets op. Je mag de newton niet laten staan, want de vraag wil grondeenheden. Haal je het tweede punt niet, dan mag het laatste punt ook niet worden toegekend.
- Bij vraag 11 van ‘Batterijtrein’ (2024, tijdvak 1) →
Noem de veldlijnendichtheid. Alleen zeggen dat P "dichter bij de spoel" ligt is niet genoeg: dat is niet wat je in de figuur ziet.
- Bij vraag 17 van ‘Temperatuurbepaling in een kernfusiereactor’ (2024, tijdvak 1) →
Reken de diameter om van pm naar m (). Het gaat om de oppervlakte (kwadraat), niet om de diameter zelf. Bij een orde van grootte schrijf je één macht van tien op.
- Bij vraag 13 van ‘Lise Meitner’ (2024, tijdvak 2) →
Vergeet de lading niet: met een positief deeltje had je de andere kant op gekregen. Zeg erbij welke regel je gebruikt. Heb je de kracht de verkeerde kant op getekend, dan krijg je het punt voor de richting van nog wel als die daarbij past.
- Bij vraag 11 van ‘Poollicht’ (2023, tijdvak 1) →
Dit lijkt vreemd, maar het volgt uit de richting van de veldlijnen. Zet de N dus niet bij de geografische noordpool aan de bovenkant.
Alle 24 vragen over hoofdstuk 10
Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.
Eindexamen 2025, tijdvak 1
- Vraag 133 punten · met uitleg
Je bepaalt de snelheid van de kabel uit de spanningspulsen van de dynamo. Dit test het verband tussen het aantal pulsen en het aantal omwentelingen, en met .
- Vraag 143 punten · met uitleg
Je vult in de tabel op de uitwerkbijlage in wat elke aanpassing doet met de grootte en de frequentie van de opgewekte spanning. Dit test inductie: de spanning hangt af van hoe snel de flux verandert en van het aantal windingen.
- Vraag 162 punten · met uitleg
Je legt uit waarom een elektromotor een wisselspanning nodig heeft en waarom de frequentie in figuur 6 in het begin toeneemt. Dit test de werking van een elektromotor met magneten en een spoel.
Eindexamen 2025, tijdvak 2
- Vraag 123 punten · met uitleg
Je leidt de SI-eenheid van de viscositeit af met formule (1), in grondeenheden. Dit test rekenen met eenheden.
- Vraag 153 punten · met uitleg
Je tekent het elektrisch veld tussen de platen (minstens vijf veldlijnen) en toont aan dat de veldsterkte is. Dit test de richting van een elektrisch veld en .
- Vraag 165 punten · met uitleg
Je tekent de elektrische kracht op de druppel en bepaalt daarmee de lading van de druppel. Dit test krachtenevenwicht, de zwaartekracht op een bol en .
- Vraag 173 punten · met uitleg
Je bepaalt uit figuur 3 het elementair ladingsquantum in coulomb. Dit test het herkennen van het kleinste interval en het omrekenen van ESU naar C.
Eindexamen 2024, tijdvak 1
- Vraag 111 punt · met uitleg
Je geeft aan hoe je in figuur 4 ziet dat het magnetisch veld in punt P sterker is dan in punt Q. Dit test dat de dichtheid van de veldlijnen de sterkte van het veld aangeeft.
- Vraag 121 punt · met uitleg
Je tekent in de figuur op de uitwerkbijlage de richting van de stroom door de windingen van de spoel. Dit test de relatie tussen de richting van het magnetisch veld en de stroom (rechterhandregel voor een spoel).
- Vraag 134 punten · met uitleg
Je tekent de kracht op de punten 2, 3 en 4 van de magneten, en geeft per punt (1 tot en met 4) aan of het een noord- of zuidpool is. Dit test dat een noordpool in de richting van het veld wordt geduwd, een zuidpool tegen het veld in.
Eindexamen 2024, tijdvak 2
- Vraag 133 punten · met uitleg
Je tekent in punt de richting van de Lorentzkracht en geeft de richting van het magnetisch veld, met een toelichting. Dit test de Lorentzkracht en de richtingsregel voor negatieve deeltjes.
- Vraag 145 punten · met uitleg
Je leidt formule (1), , af en beredeneert welke -straler de energierijkste deeltjes uitzendt. Dit test de Lorentzkracht, de middelpuntzoekende kracht en de samenhang tussen impuls en energie.
Eindexamen 2023, tijdvak 1
- Vraag 111 punt · met uitleg
Je geeft aan waar de magnetische noordpool van de aarde ligt, als je de aarde als staafmagneet ziet. Dit test de richting van magnetische veldlijnen.
- Vraag 123 punten · met uitleg
Je tekent de lorentzkracht op het deeltje en zegt of het deeltje positief of negatief geladen is. Dit test de richting van de lorentzkracht bij een cirkelbeweging in een magnetisch veld.
- Vraag 132 punten · met uitleg
Je legt met figuur 4 uit waarom de cirkel kleiner wordt als het deeltje de pool nadert. Dit test dat het magnetisch veld sterker is waar de veldlijnen dichter op elkaar liggen, en de lorentzkracht.