Subdomein P4 · Biologie VWO
Examenvragen over Soortvorming
22 vragen uit 5 eindexamens Biologie VWO (2021 tot en met 2025) gaan over het subdomein Soortvorming, samen goed voor 35 punten. Bij elke vraag staat een uitleg: wat er gevraagd wordt, hoe je het aanpakt, het antwoord voor alle punten en de valkuilen. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.
Valkuilen bij Soortvorming
Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.
- Bij vraag 15 van ‘De nijlpaarden van Pablo Escobar’ (2025, tijdvak 1) →
Alleen een factor noemen ("ziekte") is niet genoeg: de vraag zegt 'licht toe', dus beschrijf het gevolg voor de sterfte of de voortplanting. Ook predatie telt alleen met een passende toelichting.
- Bij vraag 29 van ‘Onderzoek naar pijnbeleving’ (2025, tijdvak 1) →
Schrijf niet dat het gen hier niet kan muteren of dat de soort het gen 'nodig heeft': mutaties ontstaan wel, maar selectie verwijdert ze. Zonder de stap naar overleving of voortplanting mis je het tweede punt.
- Bij vraag 11 van ‘Jakobskruiskruid uit de berm’ (2025, tijdvak 2) →
Specialisatie op één waardplant komt door aanpassingen aan die plant en zijn afweerstoffen, niet door een kleine populatie. Denk bij co-evolutie aan een wapenwedloop tussen plant en planteneter.
- Bij vraag 39 van ‘Dwergolifanten op Sicilië’ (2025, tijdvak 2) →
Zonder toelichting krijg je geen punt. Alleen "natuurlijke selectie" is geen goede toelichting: die werkt bij beide vormen. Het gaat om de geografische scheiding.
- Bij vraag 4 van ‘Nicotine tijdens de vroege embryonale ontwikkeling’ (2024, tijdvak 1) →
'Kunstmatige selectie' levert geen punt op, ook al lijkt het erop. Het model vraagt de naam van het hele proces met kruisingen en selectie, en dat is veredeling. Genetische modificatie is ook fout: daarbij worden genen direct in het DNA ingebracht, zonder kruisingen.
- Bij vraag 35 van ‘Bonenziekte’ (2024, tijdvak 1) →
Gebruik voor de vrouwen niet : dat zijn de draagsters (), en die hebben de ziekte niet. Reken voor de mannen niet met : bij één X-chromosoom is er geen tweede allel dat het eerste kan compenseren. Daardoor komt bonenziekte bij mannen veel vaker voor.
Alle 22 vragen over Soortvorming
Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.
Eindexamen 2025, tijdvak 1
- Vraag 142 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie uitspraken over de groei van de nijlpaardenpopulatie in afbeelding 2. Dit test populatiegroei, dichtheidsafhankelijke factoren en het begrip niche.
- Vraag 151 punt · met uitleg
Je geeft een voorbeeld van een biotische factor die de groei van de nijlpaardenpopulatie kan beperken, en je legt uit hoe. Dit test het verschil tussen biotische en abiotische factoren.
- Vraag 161 punt · met uitleg
Je noemt de term voor genetic drift die ontstaat doordat een nieuwe populatie begint met maar een paar individuen. Dit test de vormen van genetic drift.
- Vraag 171 punt · met uitleg
Je bepaalt of een nieuwe nijlpaardensoort in Colombia zou ontstaan door allopatrische of door sympatrische soortvorming, en je licht dat toe. Dit test de manieren van soortvorming.
Eindexamen 2025, tijdvak 2
- Vraag 111 punt · met uitleg
Je kiest het biologische begrip waarvan de sint-jakobsvlinder een voorbeeld is: de rups leeft alleen nog op jakobskruiskruid.
- Vraag 122 punten · met uitleg
Specialistische vraatinsecten worden ingezet tegen jakobskruiskruid. Je bepaalt welke planten daardoor in het voordeel zijn (met een hoge of een lage PA-productie) en wat er gebeurt met het aantal niet-specialistische vraatinsecten. Dit test concurrentie en natuurlijke selectie.
- Vraag 382 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie uitspraken over het verschil in genetische samenstelling tussen een nieuwe eilandpopulatie en de populatie op het vasteland. Dit test het foundereffect, gene flow en de genenpool.
- Vraag 391 punt · met uitleg
Je bepaalt of soortvorming op een eiland allopatrisch of sympatrisch is. Dit test de twee vormen van soortvorming.
- Vraag 421 punt · met uitleg
Je berekent met afbeelding 3 de laagst mogelijke snelheid van verdwerging in mm per generatie (generatietijd 31 jaar).
Eindexamen 2024, tijdvak 1
- Vraag 352 punten · met uitleg
Je berekent met de regel van Hardy-Weinberg welk percentage van de vrouwen en van de mannen bonenziekte heeft, als het gemuteerde allel een frequentie van 20% heeft. Dit test Hardy-Weinberg bij een X-chromosomaal gen.
- Vraag 361 punt · met uitleg
Je kiest de beste verklaring voor de hoge frequentie van het gemuteerde G6PD-allel in malariagebieden: A gene-flow, B het flessenhalseffect, C het stichtereffect, D migratie of E natuurlijke selectie.
Eindexamen 2024, tijdvak 2
- Vraag 11 punt · met uitleg
Je kiest een van de twee wetenschappelijke namen en onderbouwt die keuze biologisch. Dit test het begrip soort.
- Vraag 22 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie uitspraken met afbeelding 2. Dit test het lezen van een cladogram: wie is met wie het nauwst verwant.
- Vraag 31 punt · met uitleg
Je geeft de naam voor de afname van de genenpool door een sterke afname van de populatiegrootte. Dit test de begrippen uit de populatiegenetica.
- Vraag 42 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie uitspraken over inteelt. Dit test wat inteelt doet met allelen en fitness.
Eindexamen 2021, tijdvak 2
- Vraag 261 punt · met uitleg
Je verklaart dat een lagere CO₂-concentratie in de atmosfeer tot een lagere temperatuur kan leiden. Dit test het broeikaseffect.
- Vraag 273 punten · met uitleg
Je beredeneert hoe de pestepidemie tot de verandering in vegetatie en tot de daling van de CO₂-concentratie kan hebben geleid. Dit test het verband tussen landgebruik, vegetatie en koolstofkringloop.