Subdomein P2 · Biologie VWO
Examenvragen over Zelforganisatie van ecosystemen
19 vragen uit 8 eindexamens Biologie VWO (2021 tot en met 2025) gaan over het subdomein Zelforganisatie van ecosystemen, samen goed voor 30 punten. Bij elke vraag staat een uitleg: wat er gevraagd wordt, hoe je het aanpakt, het antwoord voor alle punten en de valkuilen. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.
Valkuilen bij Zelforganisatie van ecosystemen
Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.
- Bij vraag 18 van ‘De nijlpaarden van Pablo Escobar’ (2025, tijdvak 1) →
De vraag wil expliciet weten hoe de climaxsoorten worden beïnvloed: alleen "ze eten planten" levert hooguit 1 punt op. Zeg concreet dat climaxsoorten zich niet kunnen vestigen, niet kunnen groeien of doodgaan.
- Bij vraag 6 van ‘Jakobskruiskruid uit de berm’ (2025, tijdvak 2) →
Zonder toelichting krijg je het punt niet. Het grote wortelstelsel of de bladrozet zegt niets over pionier of climax.
- Bij vraag 40 van ‘Dwergolifanten op Sicilië’ (2025, tijdvak 2) →
Voor het kleinste aantal soorten werken beide factoren dezelfde kant op: klein én ver weg. Kies dus niet op één factor alleen.
- Bij vraag 5 van ‘De herintroductie van het przewalskipaard’ (2024, tijdvak 2) →
Habitat en niche worden vaak verward. De habitat is de plek waar een soort leeft, de niche is de rol van de soort daar.
- Bij vraag 10 van ‘Bestrijding van ambrosia’ (2024, tijdvak 2) →
"Grote hoeveelheid stuifmeel" levert geen punt op: stuifmeel zegt niets over het stadium in de successie. Het kenmerk moet bij de gekozen soort passen.
- Bij vraag 12 van ‘Zeegrasherstel in de Waddenzee’ (2022, tijdvak 1) →
Combineer de punten van één route: het eerste punt van de ene route en het tweede van een andere route tellen niet samen op. Leg het gevolg ook uit ("de hele populatie sterft"), niet alleen de oorzaak.
Alle 19 vragen over Zelforganisatie van ecosystemen
Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.
Eindexamen 2025, tijdvak 1
Eindexamen 2025, tijdvak 2
- Vraag 61 punt · met uitleg
Je bepaalt of jakobskruiskruid een climaxsoort of een pioniersoort is, met een toelichting uit de tekst. Dit test de kenmerken van soorten in de successie.
- Vraag 131 punt · met uitleg
Je beargumenteert of de jakobskruid-aardvlo op die weilanden een exoot is. Dit test het begrip exoot.
Eindexamen 2024, tijdvak 2
Eindexamen 2023, tijdvak 1
Eindexamen 2022, tijdvak 1
- Vraag 172 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie beweringen over afbeelding 3: de kritische fotoperiode van tijgermuggen uit de VS en Japan in 1988 en 2008. Dit test het aflezen van diagrammen en het trekken van conclusies.
- Vraag 181 punt · met uitleg
Je verklaart waarom de Amerikaanse populaties in 1988 weinig verschilden in kritische fotoperiode. Dit test genetische variatie bij een kleine stichtergroep.
- Vraag 212 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie beweringen over de fylogenetische stamboom van afbeelding 1. Dit test het lezen van een stamboom: menstruerende soorten zijn grijs, niet-menstruerende zwart.
- Vraag 231 punt · met uitleg
Je kiest het gegeven dat een evolutionair verband tussen bloeden na een schijnzwangerschap (huismuis) en menstruatie bij primaten aannemelijk maakt.
- Vraag 251 punt · met uitleg
Je legt uit wat het evolutionaire voordeel is van een miskraam bij een embryo met grote chromosomale afwijkingen. Dit test het begrip evolutionair voordeel: wat levert het op voor het doorgeven van genen?
Eindexamen 2022, tijdvak 2
Eindexamen 2022, tijdvak 3
- Vraag 141 punt · met uitleg
Je noemt een kenmerkende eigenschap van pioniersoorten en legt uit waardoor ze daardoor veel op akkers voorkomen. Dit test de eigenschappen van pioniersoorten bij een nieuwe, kale bodem.
- Vraag 212 punten · met uitleg
Je geeft de oorzaak van het verschil in nettoproductie tussen fosfaat (80 mg/kg) en fosfiet (80 mg/kg), voor B. distachyon en voor de transgene katoenplanten. Dit test het lezen van een staafdiagram en het verband met concurrentie.