Subdomein P1 · Biologie VWO
Examenvragen over Regulatie van ecosystemen
45 vragen uit 9 eindexamens Biologie VWO (2021 tot en met 2025) gaan over het subdomein Regulatie van ecosystemen, samen goed voor 79 punten. Bij elke vraag staat een uitleg: wat er gevraagd wordt, hoe je het aanpakt, het antwoord voor alle punten en de valkuilen. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.
Valkuilen bij Regulatie van ecosystemen
Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.
- Bij vraag 15 van ‘De nijlpaarden van Pablo Escobar’ (2025, tijdvak 1) →
Alleen een factor noemen ("ziekte") is niet genoeg: de vraag zegt 'licht toe', dus beschrijf het gevolg voor de sterfte of de voortplanting. Ook predatie telt alleen met een passende toelichting.
- Bij vraag 12 van ‘Spitsbergenrendier verandert zijn dieet’ (2024, tijdvak 1) →
Bij effect 1 denk je misschien dat meer dissimilatie op een actievere plant wijst. Maar dissimilatie breekt organische stof af, dus het verlaagt de NPP. Bij effect 2: de reducenten zelf horen niet bij de primaire productie; het gaat om de mineralen die ze vrijmaken voor de planten.
- Bij vraag 5 van ‘De herintroductie van het przewalskipaard’ (2024, tijdvak 2) →
Habitat en niche worden vaak verward. De habitat is de plek waar een soort leeft, de niche is de rol van de soort daar.
- Bij vraag 9 van ‘Bestrijding van ambrosia’ (2024, tijdvak 2) →
Koppel de warmere zomers of klimaatverandering aan het vormen van kiemkrachtige zaden. "De zaden komen via vogelvoer binnen" verklaart niet waarom het pas nu lukt.
- Bij vraag 40 van ‘Schadelijke peuken’ (2024, tijdvak 2) →
Fosfaat is een ander mineraal. Een symbiose die fosfaat levert, is de mycorrhiza, en niet die met knolletjesbacteriën.
- Bij vraag 13 van ‘De kip als draagmoeder’ (2023, tijdvak 1) →
Ga je uit van een haan met , dan krijg je het eerste punt niet: die haan zou onvruchtbaar zijn. Het model rekent het niet fout als je de hennen noteert als – en –.
Alle 45 vragen over Regulatie van ecosystemen
Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.
Eindexamen 2025, tijdvak 1
- Vraag 151 punt · met uitleg
Je geeft een voorbeeld van een biotische factor die de groei van de nijlpaardenpopulatie kan beperken, en je legt uit hoe. Dit test het verschil tussen biotische en abiotische factoren.
- Vraag 202 punten · met uitleg
Je kiest het proces dat verklaart waarom organismen hoger in de voedselketen relatief meer bevatten. Elke keuze gaat over aminozuren met de lichtere isotoop .
- Vraag 212 punten · met uitleg
Je redeneert dat de metingen in afbeelding 4 passen bij de hypothese dat nijlpaarden plantenmateriaal van het land naar het water brengen. Dit test het gebruik van isotopen om de herkomst van stoffen te bepalen.
- Vraag 222 punten · met uitleg
Je verklaart waarom de zuurstofconcentratie in meren met nijlpaarden 's nachts en overdag anders verloopt dan in meren zonder nijlpaarden. Dit test fotosynthese, afbraak door reducenten en eutrofiëring.
- Vraag 232 punten · met uitleg
Je beoordeelt voor vier gevolgen van de nijlpaarden of ze de biodiversiteit verhogen. Dit test wat biodiversiteit is en hoe concurrentie, habitats en eutrofiëring die beïnvloeden.
Eindexamen 2024, tijdvak 1
- Vraag 122 punten · met uitleg
Je bepaalt voor drie effecten van een hogere temperatuur of de netto primaire productie (NPP) van de vegetatie daardoor wel of niet toeneemt. Dit test het verschil tussen bruto en netto primaire productie.
- Vraag 131 punt · met uitleg
Je verklaart waardoor sommige herbivoren kunnen afnemen terwijl de vegetatie productiever wordt. Dit test relaties tussen soorten.
- Vraag 151 punt · met uitleg
Je verklaart hoe het eten van zeewier door de rendieren de stikstofkringloop op de toendra verandert.
Eindexamen 2024, tijdvak 2
- Vraag 91 punt · met uitleg
Je verklaart waarom ambrosia zich pas de laatste jaren in Nederland heeft gevestigd. Dit test het verband tussen klimaat en het voltooien van een levenscyclus.
- Vraag 172 punten · met uitleg
Je bepaalt welke van twee uitspraken over de tolerantiecurven in afbeelding 4 juist is. Dit test het lezen van een tolerantiecurve: waar de voorspelde overlevingskans boven 0 ligt, kan de soort leven.
- Vraag 401 punt · met uitleg
Je bepaalt op welke bodem de symbiose met knolletjesbacteriën een vlinderbloemige het meeste voordeel geeft. Dit test de rol van knolletjesbacteriën in de stikstofkringloop.
- Vraag 412 punten · met uitleg
Je legt uit waarom een kortere stengel van witte klaver nadelig is voor de knolletjesbacteriën als er ook andere planten staan. Dit test lichtconcurrentie en de symbiose tussen plant en bacterie.
Eindexamen 2023, tijdvak 1
- Vraag 132 punten · met uitleg
Je maakt een kruisingstabel van de transgene haan met een wild-type hen en omcirkelt het genotype van de onvruchtbare hennen. Dit test geslachtsgebonden overerving bij vogels.
- Vraag 151 punt · met uitleg
Je beschrijft wat het belang van een 'frozen aviary' kan zijn. Dit test het belang van behoud van genetische variatie.
- Vraag 221 punt · met uitleg
Je geeft een argument waarom de maisstengelboorder in Nederland niet als exoot geldt. Dit test het begrip exoot.
- Vraag 231 punt · met uitleg
Je noemt het type afweer van de maisplant dat door de rups wordt verminderd. Dit test de afweer van planten.
- Vraag 241 punt · met uitleg
Je noemt de vorm van symbiose tussen de maisstengelboorder en de schimmel. Dit test de vormen van samenleving tussen soorten.
- Vraag 382 punten · met uitleg
Je kiest welke van twee uitspraken over fosfaat en algenbloei juist is. Dit test het begrip beperkende factor en de tolerantiegrenzen.
- Vraag 393 punten · met uitleg
Je beschrijft een proefopzet om te onderzoeken in hoeverre waterplanten de fosfaatconcentratie van het oppervlaktewater verlagen. Dit test het ontwerpen van een experiment met een controlegroep.
Eindexamen 2022, tijdvak 1
- Vraag 152 punten · met uitleg
Je noteert tot welk trofisch niveau (of welke niveaus) de tijgermug als larve behoort, en als volwassen vrouwtje. Dit test trofische niveaus in een voedselketen.
- Vraag 161 punt · met uitleg
Je legt uit waarom daglengte een betrouwbaardere stimulus is dan temperatuur voor het leggen van diapauze-eitjes. Dit test de eigenschappen van abiotische factoren in de loop van het jaar.
- Vraag 192 punten · met uitleg
Je noteert bij drie relaties in afbeelding 4 (mens, tijgermug, chikungunya-virus) welke vorm van symbiose het best past. Dit test parasitisme, commensalisme en mutualisme.
Eindexamen 2022, tijdvak 2
- Vraag 162 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie uitspraken met behulp van de evolutionaire stamboom. Dit test het lezen van een stamboom: splitsingen en tijd.
- Vraag 193 punten · met uitleg
Je beschrijft hoe uit zeebruinvissen bij de monding van de Yangtze een nieuwe soort in het zoete water kon ontstaan. Dit test soortvorming: variatie, selectie en isolatie.
Eindexamen 2022, tijdvak 3
- Vraag 72 punten · met uitleg
Je legt uit waarom de zwarte vorm (carbonaria) in industriegebieden sterk toenam. Dit test natuurlijke selectie: variatie, selectiedruk en voortplantingssucces.
- Vraag 83 punten · met uitleg
Je berekent de fenotypefrequentie van carbonaria in 1900 voor een recessief en voor een dominant allel, en kiest met de grafiek welke van de twee klopt. Dit test de regel van Hardy-Weinberg.
- Vraag 91 punt · met uitleg
Je legt uit waarom er in 1900 waarschijnlijk geen Hardy-Weinberg-evenwicht was. Dit test de voorwaarden van dat evenwicht.
- Vraag 132 punten · met uitleg
Je beoordeelt of drie gegevens de sterke afname van de zwarte vorm tussen 1980 en 1990 kunnen verklaren, terwijl de populatie even groot bleef. Dit test selectiedruk en erfelijke verandering.
- Vraag 242 punten · met uitleg
Je bepaalt van drie problemen of ze de betrouwbaarheid of de validiteit van het onderzoek beïnvloeden. Dit test het verschil tussen die twee begrippen.
- Vraag 251 punt · met uitleg
Je legt uit dat een mutatie in één gen het domesticatiesyndroom bij vossen niet aannemelijk verklaart. Dit test het gebruik van de mutatiefrequentie in een redenering.
Eindexamen 2021, tijdvak 2
- Vraag 91 punt · met uitleg
Je noteert het trofische niveau van Daphnia met de biologische term. Dit test trofische niveaus in een voedselketen.
- Vraag 102 punten · met uitleg
Je beoordeelt of drie stoffen in uitwerpselen van ganzen bijdragen aan eutrofiëring. Dit test het begrip eutrofiëring.
- Vraag 112 punten · met uitleg
Je beschrijft een experiment om de hypothese te toetsen dat watervlooien de algenbloei in de meertjes van Spitsbergen verhinderen, en geeft aan welk resultaat de hypothese bevestigt. Dit test de opzet van een experiment met een controle.
- Vraag 132 punten · met uitleg
Je beschrijft een voordeel van trekken dat uit het onderzoek volgt en een nadeel van trekken. Dit test het afleiden van een conclusie uit gegevens en kennis van het leven van trekvogels.
Eindexamen 2021, tijdvak 3
- Vraag 12 punten · met uitleg
Je legt uit waarom koraaldiertjes met zoöxanthellen niet dieper voorkomen dan ongeveer 50 meter. Dit test het verband tussen symbiose, fotosynthese en licht.
- Vraag 22 punten · met uitleg
Je bepaalt van vier gegevens over het rif of ze de zoöxanthellen een voordeel geven ten opzichte van algen die vrij in het water leven. Dit test de voordelen van een symbiose.
- Vraag 32 punten · met uitleg
Je noteert welke metingen nodig zijn om de route van mucus via sponzen naar detritivoren aan te tonen, en welke uitkomst die route bevestigt. Dit test het begrip van een onderzoek met een zwaar isotoop als merker.
- Vraag 42 punten · met uitleg
Je bepaalt welke plaats in het voedselweb de sponzen hebben. Dit test het onderscheid tussen producent, consument en reducent.
- Vraag 52 punten · met uitleg
Je bepaalt van vier processen uit de stikstofkringloop of ze toenemen bij hogere temperatuur. Dit test het lezen van een schema en de namen van de processen.