Subdomein P3 · Biologie VWO
Examenvragen over Interactie in ecosystemen
26 vragen uit 8 eindexamens Biologie VWO (2021 tot en met 2025) gaan over het subdomein Interactie in ecosystemen, samen goed voor 42 punten. Bij elke vraag staat een uitleg: wat er gevraagd wordt, hoe je het aanpakt, het antwoord voor alle punten en de valkuilen. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.
Valkuilen bij Interactie in ecosystemen
Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.
- Bij vraag 34 van ‘Epilepsie door lintwormlarven’ (2025, tijdvak 2) →
De mens komt twee keer voor, in twee rollen. Kijk dus naar wat er in die mens zit: een volwassen worm in de darm (eindgastheer) of larven in cysten (tussengastheer). De jongen in deze opgave is tussengastheer: hij heeft cysten in zijn hersenen.
- Bij vraag 13 van ‘Spitsbergenrendier verandert zijn dieet’ (2024, tijdvak 1) →
"Ze hebben minder voedsel" zonder oorzaak is geen verklaring. Noem de concurrentie of de verandering in de vegetatie.
- Bij vraag 17 van ‘Koolmezen dood door bestrijding buxusmot?’ (2024, tijdvak 1) →
Verwar persistent niet met accumulatie: dat is het ophopen van een stof in een voedselketen, en dat gebeurt juist doordat de stof persistent is. De vraag gaat over de eigenschap 'slecht afbreekbaar' zelf. 'Giftig' is geen antwoord: dat geldt voor elke gifstof.
- Bij vraag 16 van ‘Bestrijding van ambrosia’ (2024, tijdvak 2) →
"De bladhaantjes eten ook andere planten, dus niet alle ambrosia" levert geen punt op. De vraag gaat over het aantal bladhaantjes, niet over wat ze eten.
- Bij vraag 25 van ‘Sorghum als alternatief voor mais’ (2023, tijdvak 1) →
HHD2 heeft het hoogste versgewicht (63,2 ton/ha), maar C7 het meeste droge stof. Reken met het droge-stofgehalte, niet alleen met het versgewicht. Het model rekent het niet fout als je zegt dat C7 1,35 keer zoveel of 35% meer oplevert.
- Bij vraag 36 van ‘Fosfor in een lekkende kringloop’ (2023, tijdvak 1) →
Zeg je alleen dat fosfor via menselijke consumptie en het riool in het oppervlaktewater komt, dan krijg je het tweede punt niet. Het gaat om de keten via de varkens.
Alle 26 vragen over Interactie in ecosystemen
Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.
Eindexamen 2025, tijdvak 2
Eindexamen 2024, tijdvak 1
- Vraag 131 punt · met uitleg
Je verklaart waardoor sommige herbivoren kunnen afnemen terwijl de vegetatie productiever wordt. Dit test relaties tussen soorten.
- Vraag 142 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie uitspraken over afbeelding 3: het verband tussen de dikte van de ijslaag en het aandeel rendieren dat aan de kust voedsel zoekt.
Eindexamen 2024, tijdvak 2
- Vraag 161 punt · met uitleg
Je geeft een mogelijke verklaring waarom extra bladhaantjes in Noord-Amerika ambrosia niet effectief bestrijden. Dit test populatie-interacties in een ecosysteem.
- Vraag 181 punt · met uitleg
Je noemt twee verschillende biotische factoren die de overlevingskans van het bladhaantje kunnen beïnvloeden. Dit test het verschil tussen biotische en abiotische factoren.
Eindexamen 2023, tijdvak 1
- Vraag 252 punten · met uitleg
Je berekent hoeveel meer droge stof per hectare het meest productieve sorghumras oplevert dan mais. Dit test het omrekenen van versgewicht en droge-stofgehalte naar droge stof per hectare.
- Vraag 262 punten · met uitleg
Je kiest het energiestroomschema dat past bij runderen die sorghum C7 eten. Dit test de energiestromen in een voedselketen en de verteringscoëfficiënt. De vier schema's in het boekje laten de ingenomen energie (I) zien, verdeeld in P, F en R:
- A: P klein, R klein, F groot (ongeveer 60% van I);
- B: R groot, P klein, F ongeveer een kwart van I;
- C: P groot (ongeveer driekwart van I), R en F klein;
- D: R middelgroot, P klein, F bijna de helft van I.
- Vraag 271 punt · met uitleg
Je verklaart hoe methaan bijdraagt aan klimaatverandering. Dit test het versterkte broeikaseffect.
- Vraag 281 punt · met uitleg
Je verklaart hoe sorghum in plaats van mais kan leiden tot minder methaan per rund. Dit test het verband tussen voer en methaanvorming.
- Vraag 362 punten · met uitleg
Je legt met afbeelding 2 uit hoe in Nederland een verhoogd fosfaatgehalte in het oppervlaktewater kan ontstaan. Dit test de weg van fosfor door een landbouwketen.
- Vraag 371 punt · met uitleg
Je noemt een mogelijke oorzaak waardoor de benodigde fosfaatbemesting daalt terwijl de opname stijgt. Dit test de fosforkringloop in de landbouw.
Eindexamen 2022, tijdvak 1
Eindexamen 2022, tijdvak 2
- Vraag 242 punten · met uitleg
Je beschrijft een tweede controle-experiment en geeft aan wat daarmee wordt uitgesloten. Dit test het ontwerpen van een controle bij een experiment.
- Vraag 262 punten · met uitleg
Je legt uit hoe warkruid profiteert van het doorgeven van informatie tussen planten. Dit test het verband tussen de signaalstof (jasmijnzuur) en de voedselvoorziening van de parasiet.
- Vraag 402 punten · met uitleg
Je legt uit waarom in Limfjorden netto weinig CO₂ wordt vastgelegd, hoewel de netto primaire productie hoog is. Dit test het verschil tussen productie en vastlegging van koolstof in een ecosysteem.
- Vraag 412 punten · met uitleg
Je legt uit waarom de chlorofyl-A-concentratie een betere schatting geeft van de hoeveelheid fytoplankton dan de biomassa. Dit test het verschil tussen een stof die bij één groep hoort en een totaalmaat.
- Vraag 422 punten · met uitleg
Je verklaart waarom fytoplankton zich sneller deelt bij wind en waarom de delingssnelheid met de diepte verandert. Dit test de factoren die fotosynthese en groei bepalen.
- Vraag 432 punten · met uitleg
Je verklaart waardoor de afbraak van fytoplankton tot vissterfte leidt, en hoe mosselen dat tegengaan. Dit test het verband tussen eutrofiëring, reducenten en zuurstof.
Eindexamen 2022, tijdvak 3
- Vraag 171 punt · met uitleg
Je beoordeelt of de halveringstijd erop wijst dat glyfosaat een persistent middel is. Dit test het begrip persistentie.
- Vraag 222 punten · met uitleg
Je beredeneert waarom drijfmest en groenbemesting niet passen bij fosfietbemesting tegen onkruid. Dit test het verband tussen de fosforvorm en wie ervan kan groeien.
- Vraag 231 punt · met uitleg
Je beargumenteert of er algenbloei komt als er fosfiet in plaats van fosfaat in het oppervlaktewater komt. Dit test eutrofiëring en het gebruik van fosforbronnen.