Subdomein M7 · Biologie HAVO
Examenvragen over Erfelijke eigenschap
12 vragen uit 4 eindexamens Biologie HAVO (2025 tot en met 2026) gaan over het subdomein Erfelijke eigenschap, samen goed voor 22 punten. Bij elke vraag staat een uitleg: wat er gevraagd wordt, hoe je het aanpakt, het antwoord voor alle punten en de valkuilen. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.
Valkuilen bij Erfelijke eigenschap
Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.
- Bij vraag 18 van ‘Razendsnelle adaptatie bij olifanten door stroperij’ (2026, tijdvak 1) →
De vraag zegt dat ze al in verwachting is van een dochter. Het geslacht telt dus niet meer mee in de kans.
- Bij vraag 32 van ‘De Vel-bloedgroep’ (2026, tijdvak 2) →
Een donor met één Vel-allel is Vel-positief, dus Mounir is geen donor voor een Vel-negatieve. De opties met "alleen Kate" of "alleen Mounir" voor de Vel-positieve persoon zijn te beperkt: Vel-negatief bloed mag ook naar een Vel-positieve persoon.
- Bij vraag 36 van ‘Katten bekennen kleur’ (2026, tijdvak 2) →
Zeggen dat T dominant is, is geen uitleg: de vraag wil de stappen van allel naar fenotype. Noem tyrosinase én melanine. Het gemuteerde allel maakt het werkzame allel niet minder zichtbaar: één werkzaam allel levert genoeg enzym voor een donkere vacht.
- Bij vraag 11 van ‘Fanconi-anemie’ (2025, tijdvak 1) →
Een zieke dochter bij een gezonde vader kan niet bij X-chromosomaal recessief. Kijk daarom naar de vader, niet naar de moeder: draagsters zijn bij deze overerving gewoon gezond.
- Bij vraag 32 van ‘De Bajau’ (2025, tijdvak 1) →
Het model accepteert ook Bajau-vrouwen tegen Saluan-vrouwen of Bajau-kinderen tegen Saluan-kinderen, telkens met een groter resultaat bij de Bajau. Of duikende tegen niet-duikende Bajau-mannen, met als resultaat dat de milt ongeveer even groot is. Het tweede punt kun je alleen krijgen als het eerste punt klopt.
- Bij vraag 7 van ‘Zwarte kip’ (2025, tijdvak 2) →
De haan heeft al fibromelanose. Reken daarom met drie mogelijkheden (FF, Ff, Ff), niet met vier.
Alle 12 vragen over Erfelijke eigenschap
Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.
Eindexamen 2026, tijdvak 1
Eindexamen 2026, tijdvak 2
- Vraag 362 punten · met uitleg
Je legt uit hoe het niet-gemuteerde allel T bij een heterozygote kat () in het fenotype te zien is.
- Vraag 382 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie uitspraken over de kleuringen in afbeelding 3.
- Vraag 391 punt · met uitleg
Je bepaalt welke twee katten Benno moet kruisen om zoveel mogelijk mink-gekleurde nakomelingen te krijgen. Je noteert de fenotypen.
Eindexamen 2025, tijdvak 1
- Vraag 322 punten · met uitleg
Je noemt twee groepen die je vergelijkt om te bepalen of een grotere milt erfelijk is, en het resultaat dat daarop wijst.
- Vraag 332 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie uitspraken: welke zijn wel een juiste conclusie uit afbeelding 4. Dit test het lezen van een genotype-fenotypegrafiek.
Eindexamen 2025, tijdvak 2
- Vraag 72 punten · met uitleg
Je berekent de kans dat haan II-5 homozygoot is voor fibromelanose. Dat vraagt een erfelijkheidsredenering met een stamboom (afbeelding 3).
- Vraag 82 punten · met uitleg
Je geeft de mogelijke fenotypen van de nakomelingen van haan II-5 en het lichtbruine hennetje, en de verhouding, als de haan heterozygoot is.
- Vraag 91 punt · met uitleg
Je verklaart hoe inteelt leidt tot erfelijke afwijkingen bij de nakomelingen.