Subdomein M2 · Biologie HAVO
Examenvragen over Stofwisseling van de cel
30 vragen uit 4 eindexamens Biologie HAVO (2025 tot en met 2026) gaan over het subdomein Stofwisseling van de cel, samen goed voor 44 punten. Bij elke vraag staat een uitleg: wat er gevraagd wordt, hoe je het aanpakt, het antwoord voor alle punten en de valkuilen. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.
Valkuilen bij Stofwisseling van de cel
Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.
- Bij vraag 5 van ‘Vanya in actie’ (2026, tijdvak 1) →
Een tekort aan glucose lijkt aannemelijk bij inspanning, maar melkzuurvorming begint bij een zuurstoftekort.
- Bij vraag 42 van ‘Mastitis bestrijden zonder antibiotica’ (2026, tijdvak 1) →
Een ribosoom en het endoplasmatisch reticulum zijn betrokken bij eiwitvorming, niet bij afbraak.
- Bij vraag 3 van ‘Schrik voor een prik’ (2026, tijdvak 2) →
Noem de cellen van de luchtwegen die beschadigd raken. Alleen "de afweer is zwakker" blijft te vaag, want de vraag zegt "op celniveau".
- Bij vraag 10 van ‘Bon biní na Boneiru (Welkom op Bonaire)’ (2026, tijdvak 2) →
Verwar zuurstofverbruik niet met zuurstofproductie. Dat laatste gebeurt alleen overdag in cellen met bladgroen.
- Bij vraag 25 van ‘Kiezen voor vegan’ (2026, tijdvak 2) →
Alleen "minder zuurstof" geeft één punt. Noem ook het gevolg voor de cellen (minder dissimilatie, verbranding, energie of ATP). Het model telt al deze woorden goed. Vermoeidheid en duizeligheid komen door een tekort aan energie in onder meer spier- en hersencellen.
- Bij vraag 33 van ‘Katten bekennen kleur’ (2026, tijdvak 2) →
Dopaquinine is het product, geen substraat. De naam van het enzym eindigt vaak op -ase.
Alle 30 vragen over Stofwisseling van de cel
Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.
Eindexamen 2026, tijdvak 1
Eindexamen 2026, tijdvak 2
- Vraag 101 punt · met uitleg
Je bepaalt wanneer wortelcellen zuurstof verbruiken. Dit test het verschil tussen fotosynthese en dissimilatie.
- Vraag 112 punten · met uitleg
Je bepaalt wat de uitscheiding van zout met de osmotische waarde van de bladcellen doet en via welk transport de zout-ionen worden uitgescheiden.
- Vraag 331 punt · met uitleg
Je geeft in reactie 1 het substraat en het enzym.
- Vraag 371 punt · met uitleg
Je verklaart op molecuulniveau waarom een enzym minder actief wordt bij een temperatuur boven de optimumtemperatuur.
- Vraag 382 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie uitspraken over de kleuringen in afbeelding 3.
- Vraag 411 punt · met uitleg
Je bepaalt welk type assimilatie de vorming van fructaan uit monosachariden is.
- Vraag 421 punt · met uitleg
Je verklaart op molecuulniveau waarom bij lage temperatuur nauwelijks fructaan wordt omgezet.
- Vraag 432 punten · met uitleg
Je bepaalt welk gas er bij de bacteriële omzetting van fructaan vrijkomt en of dat aeroob of anaeroob gebeurt.
- Vraag 442 punten · met uitleg
Je legt uit hoe de vorming van monosachariden in de dikke darm tot diarree leidt.
Eindexamen 2025, tijdvak 1
- Vraag 182 punten · met uitleg
Je bepaalt welk gas het eendenkroos netto opneemt in het licht en welk in het donker.
- Vraag 212 punten · met uitleg
Je bepaalt van vier organische stoffen of ze stikstof (N) bevatten.
- Vraag 242 punten · met uitleg
Je legt uit waarom je voor de verteerbaarheid van eiwitten beter naar essentiële aminozuren kijkt dan naar niet-essentiële.
- Vraag 361 punt · met uitleg
Je bepaalt welke van vier celonderdelen in een schimmelcel zitten. Dit test het verschil tussen plantaardige en schimmelcellen.
- Vraag 382 punten · met uitleg
Je vult het schema van de uitwerkbijlage in: drie woorden op de goede plaats en in de cirkels een plus of een min.
- Vraag 421 punt · met uitleg
Je noemt een molecuul in plantaardig afval dat amylase afbreekt.
Eindexamen 2025, tijdvak 2
- Vraag 102 punten · met uitleg
Je noemt een enzym dat aan de pulp kan worden toegevoegd en je verklaart waarom de ethanol-opbrengst daardoor hoger wordt.
- Vraag 111 punt · met uitleg
Je noemt het proces in gistcellen zonder zuurstof waarbij ethanol ontstaat.
- Vraag 121 punt · met uitleg
Je noemt de eindproducten van het proces dat plaatsvindt als er wel zuurstof is.