Subdomein M3 · Biologie HAVO
Examenvragen over Zelforganisatie van cellen
13 vragen uit 4 eindexamens Biologie HAVO (2025 tot en met 2026) gaan over het subdomein Zelforganisatie van cellen, samen goed voor 20 punten. Bij elke vraag staat een uitleg: wat er gevraagd wordt, hoe je het aanpakt, het antwoord voor alle punten en de valkuilen. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.
Valkuilen bij Zelforganisatie van cellen
Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.
- Bij vraag 11 van ‘Bedreigingen voor de beekprik’ (2026, tijdvak 1) →
Een ander uiterlijk betekent niet een ander genotype. Het verschil zit in welke genen tot expressie komen. Dat het darmkanaal verdwijnt komt doordat genen uitgezet worden, niet doordat het DNA zelf verandert.
- Bij vraag 27 van ‘Plantenveredeling voor biologische landbouw’ (2026, tijdvak 1) →
R is een eiwit dat aan de hand van het RNA gemaakt wordt, geen effector.
- Bij vraag 31 van ‘De Vel-bloedgroep’ (2026, tijdvak 2) →
De volgorde moet volledig kloppen. Het mRNA moet de kern uit voordat het ribosoom het kan aflezen, en het eiwit moet gevouwen zijn voordat het in het membraan wordt ingebouwd.
- Bij vraag 34 van ‘Katten bekennen kleur’ (2026, tijdvak 2) →
Geef de reden: de U (uracil). "Het zijn codons" is geen volledige toelichting. Voor DNA zou je een T verwachten.
- Bij vraag 30 van ‘De Bajau’ (2025, tijdvak 1) →
Zeg dat het DNA gelijk is. "Wangslijmvliescellen zijn makkelijk af te nemen" is al in de tekst gegeven en geeft geen punt.
- Bij vraag 39 van ‘Gevaarlijke sporen’ (2025, tijdvak 1) →
Leucine heeft zes codons. Alleen CUU en CUC komen met één basewijziging bij histidine uit.
Alle 13 vragen over Zelforganisatie van cellen
Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.
Eindexamen 2026, tijdvak 1
Eindexamen 2026, tijdvak 2
- Vraag 341 punt · met uitleg
Je bepaalt of de tabel de nucleotidevolgorde van DNA of RNA laat zien, en je licht dat toe.
- Vraag 351 punt · met uitleg
Je verklaart hoe de mutatie het gevormde tyrosinase korter maakt.
- Vraag 362 punten · met uitleg
Je legt uit hoe het niet-gemuteerde allel T bij een heterozygote kat () in het fenotype te zien is.
- Vraag 382 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie uitspraken over de kleuringen in afbeelding 3.