Subdomein M7 · Biologie VWO
Examenvragen over Reproductie van het organisme
12 vragen uit 6 eindexamens Biologie VWO (2021 tot en met 2025) gaan over het subdomein Reproductie van het organisme, samen goed voor 19 punten. Bij elke vraag staat een uitleg: wat er gevraagd wordt, hoe je het aanpakt, het antwoord voor alle punten en de valkuilen. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.
Valkuilen bij Reproductie van het organisme
Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.
- Bij vraag 24 van ‘Onderzoek naar pijnbeleving’ (2025, tijdvak 1) →
Leid 'autosomaal' niet af uit de stamboom: ook X-chromosomaal dominante overerving past bij deze stamboom. Wie uit de stamboom concludeert dat het niet X-chromosomaal kan zijn, krijgt het eerste punt niet.
- Bij vraag 19 van ‘Verouderende eicellen’ (2025, tijdvak 2) →
Het gaat om het totaal aantal geboren F2-muizen, dus ook de muizen met een normaal allel. Lees goed of er naar het aantal knock-outs of naar het totaal wordt gevraagd.
- Bij vraag 32 van ‘Bonenziekte’ (2024, tijdvak 1) →
R laat het omgekeerde zien: hij heeft het gemuteerde allel van zijn moeder, dus zij is niet homozygoot voor het gezonde allel. Dat beantwoordt de vraag niet, maar volgens een aanvulling op het correctievoorschrift krijg je voor R met zo'n toelichting in totaal 1 punt. P of S levert geen punt op.
- Bij vraag 7 van ‘De herintroductie van het przewalskipaard’ (2024, tijdvak 2) →
R is een eicel, maar wel een met de kern van een lichaamscel. Het gaat om de chromosomen in de kern, niet om het celtype. Zonder die kern zou de cel haploïd zijn.
- Bij vraag 2 van ‘NIPT’ (2022, tijdvak 2) →
Gel-elektroforese vermeerdert niets: daarmee scheid je fragmenten op grootte. Noem de techniek met zijn naam, niet alleen "kopiëren".
- Bij vraag 21 van ‘Warkruid verbindt planten’ (2022, tijdvak 2) →
Omdat het "RNA-interferentie" heet, lijkt het of RNA de transcriptie van DNA remt. Maar de binding gebeurt aan het mRNA, dus na de transcriptie.
Alle 12 vragen over Reproductie van het organisme
Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.
Eindexamen 2025, tijdvak 1
- Vraag 242 punten · met uitleg
Je beredeneert met de tekst en de stamboom dat de Marsili-mutatie autosomaal en zeer waarschijnlijk dominant overerft. Dit test het analyseren van een stamboom.
- Vraag 322 punten · met uitleg
Je bepaalt of een functieverlies-mutatie en een functiewinst-mutatie gewoonlijk dominant of recessief overerven. Dit test wat dominant en recessief betekenen bij een heterozygoot.
Eindexamen 2025, tijdvak 2
Eindexamen 2024, tijdvak 1
- Vraag 322 punten · met uitleg
Je zoekt in de stamboom van afbeelding 2 het kind van Francesca waaruit blijkt dat zij niet homozygoot is voor het gemuteerde G6PD-allel, en je licht dat toe.
- Vraag 342 punten · met uitleg
Je berekent met de stamboom van afbeelding 2 (bij vraag 32) de kans dat de zoon van Stella het gemuteerde G6PD-allel erft. De keuzes zijn A 0, B , C , D en E .
Eindexamen 2024, tijdvak 2
- Vraag 72 punten · met uitleg
Je bepaalt van de cellen P, Q en R in afbeelding 3 of ze haploïd of diploïd zijn. Dit test het verschil tussen lichaamscellen en geslachtscellen.
- Vraag 81 punt · met uitleg
Je zegt welk deel van het genoom van het veulen niet identiek is aan dat van de hengst. Dit test waar het DNA in een cel zit.
Eindexamen 2022, tijdvak 2
- Vraag 211 punt · met uitleg
Je bepaalt op welk niveau miRNA's de expressie van een gen verminderen. Dit test de stappen van genexpressie: transcriptie en translatie.
- Vraag 221 punt · met uitleg
Je bepaalt wat de mutatie in de target-genen van de gastheerplant doet, als warkruid er beter op groeit. Dit test het combineren van de gegeven tekst over RNAi met mutaties.