Subdomein M3 · Biologie VWO
Examenvragen over Zelforganisatie van cellen
17 vragen uit 4 eindexamens Biologie VWO (2021 tot en met 2025) gaan over het subdomein Zelforganisatie van cellen, samen goed voor 31 punten. Bij elke vraag staat een uitleg: wat er gevraagd wordt, hoe je het aanpakt, het antwoord voor alle punten en de valkuilen. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.
Valkuilen bij Zelforganisatie van cellen
Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.
- Bij vraag 5 van ‘Slangengifklieren uit het lab’ (2025, tijdvak 1) →
Dat de cellen zich gingen delen, bewijst niets: ook gedifferentieerde cellen kunnen zich delen. Ook het spontaan vormen van bolletjes zegt niets over stamcellen.
- Bij vraag 28 van ‘Onderzoek naar pijnbeleving’ (2025, tijdvak 1) →
Een gen hebben is iets anders dan het gebruiken: P en R hebben het gen ook, maar alleen in de sensorische neuronen heeft de mutatie gevolgen. Zet bij de tweede regel dus alleen Q.
- Bij vraag 5 van ‘Nicotine tijdens de vroege embryonale ontwikkeling’ (2024, tijdvak 1) →
Een blastula is geen zygote meer: de binnenste cellen kunnen geen placenta maken, dus ze zijn pluripotent. Onthoud de volgorde toti → pluri → multi: tijdens de ontwikkeling ga je die alleen van links naar rechts af.
- Bij vraag 3 van ‘Meldonium’ (2022, tijdvak 3) →
Vergeet de 2 ATP voor de koppeling aan CoA niet: zonder die aftrek kom je op 131, en dan mis je het derde punt. De drie producten per acetyl-CoA staan niet in de afbeelding, die moet je kennen. De 7 en de 8 in de afbeelding geven je het aantal omzettingen.
- Bij vraag 16 van ‘Fosfietbemesting in strijd tegen onkruid’ (2022, tijdvak 3) →
Noem de rol van de aminozuren als bouwstenen voor eiwitten of enzymen. "De plant krijgt geen voeding" is niet specifiek genoeg.
- Bij vraag 6 van ‘Koraalverbleking’ (2021, tijdvak 3) →
Water is het begin van de keten, NADPH het einde.
Alle 17 vragen over Zelforganisatie van cellen
Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.
Eindexamen 2025, tijdvak 1
- Vraag 51 punt · met uitleg
Je zoekt in de tekst het gegeven waaruit blijkt dat er stamcellen tussen de losgemaakte cellen zaten, en je legt uit waarom. Dit test wat een stamcel is.
- Vraag 62 punten · met uitleg
De onderzoekers concludeerden dat de organoïden minigifkliertjes zijn. Je beschrijft welke uitkomst van de mRNA-vergelijking tot die conclusie leidt. Dit gaat over genexpressie en celdifferentiatie.
Eindexamen 2024, tijdvak 1
- Vraag 52 punten · met uitleg
Je kiest de potentie van de stamcellen bij de start van het onderzoek en na 21 dagen. Dit test de begrippen totipotent, pluripotent en multipotent.
- Vraag 62 punten · met uitleg
Je beoordeelt welke van twee uitspraken over het resultaat wordt ondersteund door de metingen. De keuzes zijn A geen van beide, B alleen 1, C alleen 2 en D zowel 1 als 2. Dit test het lezen van een grafiek en het begrip 'significant'.
Eindexamen 2022, tijdvak 3
- Vraag 152 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie beweringen over fotosysteem II. Dit test de plaats en de werking van de lichtreactie in de chloroplast.
- Vraag 161 punt · met uitleg
Je verklaart waarom remming van EPSPS bijna alle stofwisselingsprocessen remt. Dit test het verband tussen aminozuren, eiwitten en enzymen.
Eindexamen 2021, tijdvak 3
- Vraag 61 punt · met uitleg
Je bepaalt in welke verbinding een elektron terechtkomt dat via fotosysteem II en I wordt vervoerd. Dit test de lichtreactie van de fotosynthese.
- Vraag 71 punt · met uitleg
Je legt uit dat de lichtreactie stilvalt als de donkerreactie niet werkt. Dit test het verband tussen de twee delen van de fotosynthese.
- Vraag 232 punten · met uitleg
Je verklaart in twee delen waarom sluiten van huidmondjes de fotorespiratie verhoogt, en waarom fotorespiratie de opbrengst van de fotosynthese verlaagt. Dit test de werking van rubisco en de Calvin-cyclus.
- Vraag 242 punten · met uitleg
Je bepaalt van drie beweringen of ze op grond van afbeelding 2 juist zijn. Dit test het lezen van een grafiek met twee lijnen.
- Vraag 252 punten · met uitleg
Je bepaalt welke verbinding bij C3-planten en welke bij C4-planten het eerst stabiel wordt gevormd na fixatie van uit de lucht. Dit test het verschil tussen C3- en C4-planten.
- Vraag 262 punten · met uitleg
Je legt uit waarom fotosysteem II in de bundelschedecellen nadelig zou zijn voor de efficiëntie van de fotosynthese. Dit test de koppeling tussen fotosysteem II, zuurstof en fotorespiratie.
- Vraag 292 punten · met uitleg
Je koppelt drie eigenschappen van C4-rijst aan de verbetering van de efficiëntie waaraan ze in de eerste plaats bijdragen: land, stikstof of water. Dit test het verband tussen de eigenschappen van C4-planten en duurzame landbouw.