Subdomein M2 · Biologie VWO
Examenvragen over Stofwisseling van de cel
34 vragen uit 10 eindexamens Biologie VWO (2021 tot en met 2025) gaan over het subdomein Stofwisseling van de cel, samen goed voor 58 punten. Bij elke vraag staat een uitleg: wat er gevraagd wordt, hoe je het aanpakt, het antwoord voor alle punten en de valkuilen. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.
Valkuilen bij Stofwisseling van de cel
Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.
- Bij vraag 2 van ‘Slangengifklieren uit het lab’ (2025, tijdvak 1) →
Noem bij het golgi-systeem niet alleen 'transport', maar ook waarheen: naar buiten de cel. Ribosomen maken geen mRNA; dat gebeurt bij de transcriptie in de kern.
- Bij vraag 9 van ‘Hoe planten overstroming overleven’ (2025, tijdvak 1) →
Water zelf wordt niet actief getransporteerd: het beweegt passief, door osmose. Wie schrijft "er is minder energie om water op te nemen", slaat de stap met de ionen over en mist een punt. Begin ook niet bij de bladeren: de vraag gaat over wat er in de wortel misgaat.
- Bij vraag 19 van ‘De nijlpaarden van Pablo Escobar’ (2025, tijdvak 1) →
Ook 'glycerinezuur', 'glycerinezuur-1,3-difosfaat' en '(3-)glyceraldehyde-3-fosfaat' worden goed gerekend. Ribulosedifosfaat is fout: dat is het C5-molecuul waaraan wordt gebonden.
- Bij vraag 34 van ‘Histamine-intoxicatie’ (2025, tijdvak 1) →
Bij een lage temperatuur denatureert een enzym niet; dat gebeurt bij een hoge temperatuur. Een enzym dat koud is geweest, werkt weer gewoon als het warmer wordt.
- Bij vraag 5 van ‘Een brouwerij in de darmen’ (2025, tijdvak 2) →
Noem de glucose: die zetten de micro-organismen om in alcohol. Het dieet doodt de bacteriën niet; het neemt hun grondstof weg.
- Bij vraag 7 van ‘Jakobskruiskruid uit de berm’ (2025, tijdvak 2) →
Glucose is fout: dat is een organische stof die de plant zelf maakt. Een lading die je weglaat of fout noteert bij nitraat of ammonium, wordt niet aangerekend.
Alle 34 vragen over Stofwisseling van de cel
Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.
Eindexamen 2025, tijdvak 1
- Vraag 12 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie uitspraken over de gifklier en het afvoerbuisje. Je hebt kennis nodig van klieren (exocrien of endocrien), van ATP en van epitheelweefsel.
- Vraag 22 punten · met uitleg
Je legt uit waarom een cel die gif maakt veel ribosomen en een groot golgi-systeem heeft. Dit test de functie van organellen bij het maken en uitscheiden van eiwitten.
Eindexamen 2025, tijdvak 2
- Vraag 351 punt · met uitleg
Bij de mens zet eiwitcomplex II (SQR) in de citroenzuurcyclus barnsteenzuur om. Je noemt de twee stoffen die daarbij ontstaan. Dit test de citroenzuurcyclus en de koppeling met de elektronentransportketen.
- Vraag 362 punten · met uitleg
Je vult vier woorden in een tekst over het effect van albendazol op de elektronentransportketen van de lintworm in. Dit test de oxidatieve fosforylering en de rol van de laatste elektronenacceptor.
Eindexamen 2024, tijdvak 1
- Vraag 262 punten · met uitleg
Je bepaalt of NADPH energierijke elektronen afstaat of opneemt, en bij welk type stofwisseling NADPH wordt verbruikt. Dit test de rol van NADPH als drager van energierijke elektronen (en waterstof).
- Vraag 271 punt · met uitleg
Je leidt met afbeelding 1 (bij vraag 26) af wat er gebeurt met de productie van vetzuren als G6PD onwerkzaam is. De keuzes zijn A neemt toe, B neemt af en C verandert niet.
- Vraag 281 punt · met uitleg
Je verklaart waarom rode bloedcellen geen extra G6PD kunnen aanmaken, terwijl andere cellen dat wel doen.
Eindexamen 2024, tijdvak 2
- Vraag 311 punt · met uitleg
Je bepaalt bij welk proces zuurstof wordt gebruikt. Dit test de stappen van de dissimilatie.
- Vraag 322 punten · met uitleg
Je legt uit dat actieve neuronen veel ATP gebruiken, met een proces op cellulair niveau en een proces op moleculair niveau. Dit test waarvoor een zenuwcel ATP nodig heeft.
- Vraag 382 punten · met uitleg
Je beredeneert dat een klein verschil in wortelgewicht bij de kiemplant na 21 dagen kan uitgroeien tot een groot verschil. Dit test hoe wortels, opname van stoffen en groei samenhangen.
- Vraag 392 punten · met uitleg
Je bepaalt welk effect een lager gehalte chlorofyl b heeft op de fotosynthese. Dit test welk licht de pigmenten opvangen en wat elk fotosysteem doet.
- Vraag 412 punten · met uitleg
Je legt uit waarom een kortere stengel van witte klaver nadelig is voor de knolletjesbacteriën als er ook andere planten staan. Dit test lichtconcurrentie en de symbiose tussen plant en bacterie.
Eindexamen 2023, tijdvak 1
- Vraag 32 punten · met uitleg
Je kiest uit tabel 1 twee eigenschappen van type I-spiervezels en legt van elke uit waarom die handig is bij een lange zwemtocht. Dit test de bouw van spiervezels in relatie tot aerobe inspanning.
- Vraag 42 punten · met uitleg
Je bepaalt bij welke verhouding tussen glycolyse, citroenzuurcyclus en oxidatieve fosforylering melkzuur ophoopt. Dit test het verschil tussen aerobe en anaerobe ATP-vorming.
Eindexamen 2022, tijdvak 1
- Vraag 261 punt · met uitleg
Je legt uit waarom cAMP een second messenger heet. Dit test de signaaloverdracht van een hormoon via een membraanreceptor.
- Vraag 272 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie uitspraken over de werking van progesteron bij menstruerende zoogdieren en de toename van cAMP in de cellen van het baarmoederslijmvlies. Dit test de signaalcascade uit afbeelding 2 bij vraag 26.