Subdomein C2 · Scheikunde HAVO
Examenvragen over Chemisch rekenen
17 vragen uit 3 eindexamens Scheikunde HAVO (2024 tot en met 2026) gaan over het subdomein Chemisch rekenen, samen goed voor 51 punten. Bij elke vraag staat een uitleg: wat er gevraagd wordt, hoe je het aanpakt, het antwoord voor alle punten en de valkuilen. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.
Valkuilen bij Chemisch rekenen
Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.
- Bij vraag 18 van ‘Zuurstofproductie op Mars’ (2026, tijdvak 1) →
Het model laat ook twee andere routes zien die hetzelfde scoren: eerst de benodigde mol zuurstof per dag ( mol) uitrekenen en delen door de mol per SOXE per dag, of delen door de mol per seconde. Een rekenfout kost 1 punt.
- Bij vraag 23 van ‘Groen staal’ (2026, tijdvak 1) →
Streep wat links en rechts hetzelfde is niet weg: in deze optelling komt er niets dat weg te strepen is. Tel de en Fe goed mee: dat zijn 4 en 8, niet 1 en 2.
- Bij vraag 8 van ‘Slimme kattenbakkorrels’ (2026, tijdvak 2) →
Neem je pH 6,3 (de grootste , ), dan heb je de maximale in plaats van de minimale waarde berekend en mis je het eerste punt. De eenheid staat in de vraag; in het model staat die tussen haakjes, dus is hij hier niet verplicht.
- Bij vraag 19 van ‘Terugwinning van lithium’ (2026, tijdvak 2) →
Reken de minuten om naar seconden, anders klopt de eenheid niet. De eenheid staat in de vraag, en in het model staat hij tussen haakjes. Het rendement van 98,8% is een tweede percentage: vergeet dat niet. Voor een rekenfout wordt 1 punt afgetrokken.
- Bij vraag 24 van ‘Gemodificeerd zetmeel’ (2026, tijdvak 2) →
Reken eerst de massa zetmeel uit en neem pas daarna de 0,20 g NaClO per gram. De 39 massaprocent geldt voor de suspensie en niet voor het NaClO. De eenheid gram is gevraagd; het model zet hem tussen haakjes.
- Bij vraag 4 van ‘Toiletpapier wordt bio-ethanol’ (2024, tijdvak 1) →
Reken de mee bij de beginstoffen. Vergeet je het water, dan krijg je , en dat is fout. Reken met de coëfficiënt 6 bij ethanol. Een rekenfout of een verkeerde eenheid kost een punt, maar een atoomeconomie als percentage of als getal tussen 0 en 1 is goed.
Alle 17 vragen over Chemisch rekenen
Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.
Eindexamen 2026, tijdvak 1
- Vraag 204 punten · met uitleg
Je berekent hoeveel ton reactie 2 uitstoot per 1,00 ton staal met 2,00 massaprocent koolstof, in het juiste aantal significante cijfers.
- Vraag 233 punten · met uitleg
Je telt reactie 2 en reactie 3 in de juiste verhouding op tot één totale reactie van het MIDREX-proces, met = 3 : 1, en leidt af hoeveel mol er per mol Fe vrijkomt.
Eindexamen 2026, tijdvak 2
- Vraag 82 punten · met uitleg
Je berekent de laagste in urine van gezonde katten. De pH ligt tussen 6,3 en 6,6.
- Vraag 122 punten · met uitleg
Je laat met een berekening zien dat de waarde +++ bij merk A (60 mmol ) en bij merk B (1000 mg ) ongeveer dezelfde glucose-concentratie is. Je rekent een van de twee waarden om naar de eenheid van de andere en vergelijkt.
- Vraag 243 punten · met uitleg
Je berekent hoeveel gram NaCl er ontstaat per kilogram zetmeelsuspensie. De suspensie bevat 39 massaprocent zetmeel. Per gram zetmeel wordt 0,20 g NaClO verbruikt. NaClO en NaCl zijn in de molverhouding 1 : 1.
- Vraag 252 punten · met uitleg
Je berekent de atoomeconomie van reactie 1: het zetmeel reageert met waterstofperoxide tot gemodificeerd zetmeel en water. De atoomeconomie is de massa van het gewenste product gedeeld door de totale massa van de beginstoffen, in procenten.