Bandenspanning en aquaplaning

Opgave 4 (vraag 13 t/m 16) uit eindexamen Wiskunde A VWO 2025 tijdvak 1

Bij elke vraag: uitleg stap voor stap, het antwoordmodel en feedback van de AI-docent.

Vliegtuigen die landen op een zeer natte landingsbaan, kunnen te maken krijgen met aquaplaning. Hierbij vormt zich een laagje water tussen de vliegtuigband en de landingsbaan, waardoor het vliegtuig gaat glijden en onbestuurbaar wordt. Het risico op aquaplaning neemt toe bij een te lage bandenspanning.

Om de minimale snelheid te berekenen waarbij aquaplaning kan optreden bij vliegtuigen gebruikt men de formule van Horne:

Svliegtuig=63,5⋅PS_{vliegtuig}=63,5\cdot\sqrt{P}

(formule 1) Hierin is SvliegtuigS_{vliegtuig} de laagste snelheid van een vliegtuig in km/uur\text{km/uur} waarbij aquaplaning kan optreden en PP de bandenspanning van de banden in bar.

Bereken in één decimaal de minimale bandenspanning die een vliegtuig met een landingssnelheid van 223 km/uur223\ \text{km/uur} moet hebben, om bij een landing op een zeer natte landingsbaan géén last te krijgen van aquaplaning.

Klaar met deze vraag?

Of laat de AI-docent jouw antwoord nakijken:

Uitleg bij vraag 13

Kom je er niet uit? Begin met een hint. Klaar? Bekijk stap voor stap hoe je alle punten haalt.