Hoofdstuk 10 · Getal en Ruimte · Wiskunde A VWO

Examenvragen bij hoofdstuk 10: Exponenten en logaritmen

34 vragen uit 6 eindexamens Wiskunde A VWO (2022 tot en met 2025) gaan over de stof van hoofdstuk 10 (Exponenten en logaritmen) van Getal en Ruimte, samen goed voor 114 punten. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.

Valkuilen bij hoofdstuk 10

Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.

  • Laat de tussenstappen zien: alleen het eindresultaat geeft niet alle punten, omdat de opgave om de herleiding vraagt. Gebruik ln⁡\ln en niet log⁡\log: de vorm in de opgave heeft de natuurlijke logaritme, en met een andere logaritme krijg je een andere waarde voor aa. Vergeet niet om ook ln⁡(5,0)\ln(5{,}0) om te zetten naar een getal.

    Bij vraag 4 van ‘Energiebehoefte van vogels’ (2025, tijdvak 1) →
  • Hier levert optellen (−0,17+1,69=1,52-0{,}17 + 1{,}69 = 1{,}52) toevallig hetzelfde afgeronde antwoord op, maar de punten voor de groeifactoren en het product krijg je alleen als je ze noemt. Reken met de niet-afgeronde waarden door: afronden van tussenantwoorden dat het eindantwoord verandert, kost een punt.

    Bij vraag 8 van ‘Golven in de Nieuw-Zeelandse economie’ (2025, tijdvak 1) →
  • Neem voor 2050 de bevolking van 2050, niet die van 2018: de 50% is een percentage van de dan grotere bevolking. De groeifactor per jaar is 1,00361{,}0036 en niet 0,00360{,}0036. Rond pas aan het eind af op duizendtallen en reken tussendoor met de niet-afgeronde bevolking, anders kan het eindantwoord verschuiven.

    Bij vraag 17 van ‘Myopie’ (2025, tijdvak 1) →
  • Bij "toon aan" moet je de tussenstap laten zien: eerst ln⁡(6−4)=ln⁡(2)=0,6931…\ln(6-4) = \ln(2) = 0{,}6931\ldots en dan pas de afronding op drie decimalen. Alleen het eindresultaat opschrijven geeft geen punten. Vul t=6t = 6 in en niet t−4=6t - 4 = 6: dan zou je ln⁡(6)\ln(6) krijgen.

    Bij vraag 20 van ‘Myopie’ (2025, tijdvak 1) →
  • Geef pp en qq allebei in drie decimalen. De nul bij p=0,910p = 0{,}910 hoort erbij. Reken met de formules (1) en (2) uit de opgave: de gegeven p=0,91p = 0{,}91 en q=22,77q = 22{,}77 zijn de uitkomsten op twee decimalen en dienen als controle.

    Bij vraag 21 van ‘Myopie’ (2025, tijdvak 1) →

Alle 34 vragen over hoofdstuk 10

Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.

Eindexamen 2025, tijdvak 1