Subdomein C2 · Wiskunde A VWO

Examenvragen over Functies, grafieken, vergelijkingen en ongelijkheden

45 vragen uit 6 eindexamens Wiskunde A VWO (2022 tot en met 2025) gaan over het subdomein Functies, grafieken, vergelijkingen en ongelijkheden, samen goed voor 165 punten. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.

Valkuilen bij Functies, grafieken, vergelijkingen en ongelijkheden

Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.

  • Je mag bij beide waarden 10 kJ van het model afwijken. Deel door de waarde op de stippellijn (170), niet door die van de duif (230): dan reken je het percentage ten opzichte van het verkeerde getal en kom je op ongeveer 26%. Rond pas aan het eind af op hele procenten.

    Bij vraag 1 van ‘Energiebehoefte van vogels’ (2025, tijdvak 1) →
  • Schrijf op hoe je de vergelijking oplost: alleen "GR" of alleen het antwoord geeft het tweede punt niet. Gebruik de macht 10,75\frac{1}{0{,}75} en niet 0,750{,}75 zelf. Vul E=1000E = 1000 in, niet G=1000G = 1000. Rond pas aan het eind af: 1169,61169{,}6 wordt 1170.

    Bij vraag 2 van ‘Energiebehoefte van vogels’ (2025, tijdvak 1) →
  • Laat de tussenstappen zien: alleen het eindresultaat geeft niet alle punten, omdat de opgave om de herleiding vraagt. Gebruik ln⁡\ln en niet log⁡\log: de vorm in de opgave heeft de natuurlijke logaritme, en met een andere logaritme krijg je een andere waarde voor aa. Vergeet niet om ook ln⁡(5,0)\ln(5{,}0) om te zetten naar een getal.

    Bij vraag 4 van ‘Energiebehoefte van vogels’ (2025, tijdvak 1) →
  • Zet de GR op radialen, anders klopt de 2π2\pi niet. 1 september is acht maanden na 1 januari, dus t=812t = \frac{8}{12} en niet t=8t = 8. Het maximum van een sinus ligt een kwart periode na het begin van een stijgende periode: daarom trek je 14\frac{1}{4} van de periode af.

    Bij vraag 7 van ‘Golven in de Nieuw-Zeelandse economie’ (2025, tijdvak 1) →
  • Afronden naar 12,3 is fout: bij 12,3 bar ligt de grenssnelheid net onder 223 km/uur en is de spanning dus te laag. Het gaat om een minimum, dus je rondt hier omhoog af. Vergeet niet te kwadrateren na het delen: P=3,512\sqrt{P} = 3{,}512 is nog niet het antwoord.

    Bij vraag 13 van ‘Bandenspanning en aquaplaning’ (2025, tijdvak 1) →
  • Bij "toon aan" moet je de tussenstap laten zien: eerst ln⁡(6−4)=ln⁡(2)=0,6931…\ln(6-4) = \ln(2) = 0{,}6931\ldots en dan pas de afronding op drie decimalen. Alleen het eindresultaat opschrijven geeft geen punten. Vul t=6t = 6 in en niet t−4=6t - 4 = 6: dan zou je ln⁡(6)\ln(6) krijgen.

    Bij vraag 20 van ‘Myopie’ (2025, tijdvak 1) →

Alle 45 vragen over Functies, grafieken, vergelijkingen en ongelijkheden

Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.

Eindexamen 2025, tijdvak 1