Het correctievoorschrift uitgelegd: zo wordt je eindexamen nagekeken
Je eindexamen wordt niet nagekeken op gevoel. Elke corrector in Nederland gebruikt hetzelfde correctievoorschrift: een document van het College voor Toetsen en Examens (CvTE) met per vraag het goede antwoord en precies welke punten je waarvoor krijgt. Wie dat voorschrift kent, weet beter hoe je een antwoord opschrijft. In dit artikel lees je hoe het werkt, met voorbeelden uit echte examens.
Wie kijkt je examen na?
Je examen wordt twee keer nagekeken:
- eerst door je eigen docent, de examinator of eerste corrector;
- daarna door een docent van een andere school, de gecommitteerde of tweede corrector.
Samen stellen ze in overleg je score vast. Komen ze er niet uit, dan gaat het geschil naar het bestuur van de school van de tweede corrector, en als het dan nog niet is opgelost naar de inspectie. Die kan een derde, onafhankelijke corrector aanwijzen. Daarna zet de school je score met de N-term om in een cijfer.
Het correctievoorschrift is een wettelijk voorschrift. Een corrector mag er niet van afwijken, ook niet als hij denkt dat er een fout in zit. Die fout kan hij wel melden bij het CvTE.
Hoe een beoordelingsmodel eruitziet
Het belangrijkste deel van het correctievoorschrift is het beoordelingsmodel. Daarin staat per vraag:
- de maximumscore: hoeveel punten de vraag waard is;
- een of meer voorbeelden van een goed antwoord;
- een lijst met scorebolletjes (•): elk bolletje is één punt, met daarachter wat je voor dat punt moet noemen;
- soms een opmerking: welke andere antwoorden ook goed of juist fout zijn.
Scorepunten zijn altijd hele getallen: 0, 1, 2, enzovoort. Halve punten of minpunten bestaan niet.
Twee tekens om te kennen: een schuine streep (/) scheidt verschillende formuleringen van hetzelfde antwoord, en wat tussen haakjes staat, hoef je niet op te schrijven. Bij Koffiebekers gerecycled (Scheikunde HAVO 2026, vraag 2) staat als antwoord "(verschil in) dichtheid". Alleen "dichtheid" is dus ook goed. Een opmerking voegt eraan toe dat "(verschil in) polariteit / oplosbaarheid" ook goed is.
De algemene regels
Voor alle vakken gelden dezelfde algemene regels. Dit zijn de belangrijkste voor jou.
Een uitleg of berekening die ontbreekt, is 0 punten
Vraagt de vraag om een verklaring, uitleg, afleiding of berekening, en ontbreekt die of is die fout, dan krijg je 0 punten, ook als je eindantwoord klopt. Tenzij het beoordelingsmodel iets anders zegt. Bij Parapluspin (Natuurkunde HAVO 2026, vraag 23) levert alleen het antwoord "II" zonder uitleg dus niets op.
Alleen je eerste antwoord telt
Wordt er om één voorbeeld, reden of argument gevraagd, dan wordt alleen het eerste dat je geeft beoordeeld. Wordt er om twee gevraagd, dan alleen de eerste twee. Wie "voor de zekerheid" drie redenen opschrijft terwijl er één gevraagd wordt, krijgt geen punt als de eerste fout is, ook al staat de goede reden erachter. Bij Textielverfrisser (Scheikunde HAVO 2026, vraag 27) zijn drie redeneringen goed; kies er één en maak die af met een conclusie.
Bij meerkeuze telt één letter
Het goede antwoord op een meerkeuzevraag is de letter van de goede keuze. Geef je meer dan één antwoord, dan krijg je 0 punten.
Een fout telt één keer per vraag
Maak je binnen een vraag een fout en reken je daarna goed door, dan wordt die fout maar één keer aangerekend. Dat heet consequent doorrekenen. Bij Lekdetectie (Natuurkunde HAVO 2026, vraag 13) hangen drie keuzes van elkaar af: kies je de eerste fout, dan krijg je voor de twee volgende keuzes toch de punten als ze daar logisch uit volgen.
Er zijn twee uitzonderingen. Wordt de vraag door je fout veel makkelijker, dan geldt de regel niet. En dezelfde fout in verschillende vragen wordt elke keer opnieuw aangerekend, tenzij het beoordelingsmodel iets anders zegt. Dat gebeurt soms: bij Productie van aniline (Scheikunde VWO 2025, vraag 18) wordt een fout antwoord dat volgt uit een fout antwoord op vraag 17 toch goedgerekend.
Een antwoord dat niet in het model staat, kan toch goed zijn
Geef je een antwoord dat niet in het beoordelingsmodel staat, maar dat vakinhoudelijk aantoonbaar juist is, dan moet de corrector je punten geven "naar analogie of in de geest van het beoordelingsmodel". Een origineel maar goed onderbouwd antwoord wordt dus niet afgestraft.
Extra regels per vak
Sommige vakken hebben eigen regels. Bij Biologie HAVO 2026 waren die er niet, maar Natuurkunde en Scheikunde hebben er een paar die veel punten schelen.
Natuurkunde
- Het laatste punt van een berekening ("completeren") krijg je niet als je een rekenfout maakt, als de eenheid ontbreekt of niet past, of als je alleen een orde van grootte geeft terwijl er een getal gevraagd wordt. Bij Hamsterwiel (Natuurkunde HAVO 2026, vraag 1) kost een vergeten eenheid dus het laatste punt.
- Significante cijfers worden alleen beoordeeld als de vraag erom vraagt, of als je een gegeven waarde moet aantonen. Het aantal moet passen bij de route die je zelf hebt gekozen. Rond je tussendoor af, gebruik dan minstens zoveel cijfers als in je eindantwoord.
- Het punt voor een formule krijg je bij een berekening als je de juiste formule kiest en er minstens één waarde in invult. Je hoeft de formule niet apart op te schrijven als het gebruik ervan uit je berekening blijkt.
Scheikunde
- Rekenfout of eenheid: per berekening gaat er één punt af als je een rekenfout maakt of de eenheid weglaat of fout opschrijft. Bij Zuurstofproductie op Mars (Scheikunde HAVO 2026, vraag 15) is de uitkomst een verhouding, dus daar is geen eenheid nodig.
- Tussentijds afronden: een kleine afwijking in je uitkomst doordat je tussendoor acceptabel hebt afgerond, wordt niet aangerekend.
- Reactievergelijkingen: er gaat één punt af als je tribune-ionen opschrijft of als de coëfficiënten niet de kleinst mogelijke gehele getallen zijn. Bij Veiligheidsglas (Scheikunde VWO 2025, vraag 17) kost K+ aan beide kanten van de pijl dus een punt.
- Toestandsaanduidingen zoals (s), (l) en (aq): wordt daar niet om gevraagd, dan tellen fouten erin niet mee.
Aanvullingen: als het voorschrift wordt aangepast
Het correctievoorschrift wordt geschreven vóór het examen. Pas daarna blijkt welke antwoorden leerlingen echt geven. Docenten kunnen vragen en opmerkingen doorgeven aan het CvTE, en soms volgt er een aanvulling op het correctievoorschrift: een verduidelijking, of een correctie als er een fout in het examen zat. Komt een fout pas zo laat aan het licht dat ook de tweede corrector te laat is, dan houdt het CvTE er rekening mee bij het vaststellen van de N-term.
Een voorbeeld: bij GelCORE (Scheikunde HAVO 2026, vraag 10) werd met een aanvulling vastgelegd dat de conclusie moet passen bij de COOH-groep of NH2-groep die je noemt. In de uitleg bij die vraag op deze site staat de aanvulling erbij.
Wat betekent dit voor jou?
- Schrijf je redenering op. Een goed eindantwoord zonder gevraagde uitleg of berekening levert 0 punten op.
- Geef precies zoveel antwoorden als gevraagd. Zet je beste antwoord vooraan; extra antwoorden worden niet gelezen.
- Reken door na een fout. Ben je onzeker over een tussenantwoord, ga er dan gewoon mee verder: met consequent doorrekenen haal je de volgende punten nog wel.
- Controleer bij elke berekening de eenheid en, als erom gevraagd wordt, het aantal significante cijfers. Bij Natuurkunde en Scheikunde kost een vergeten eenheid een punt.
- Kijk je oefenexamens na met het correctievoorschrift. Bij elke vraag op deze site staat het antwoord uit het correctievoorschrift, met een uitleg die per scorepunt laat zien wat je moet noemen.
Bron
- Correctievoorschriften HAVO 2026, eerste tijdvak, Biologie, Natuurkunde en Scheikunde, en de aanvulling bij Scheikunde HAVO (College voor Toetsen en Examens, via Examenblad.nl). De algemene regels zijn voor alle vakken gelijk; de vakspecifieke regels kunnen per examen iets verschillen.