Domein B · Wiskunde A VWO
Examenvragen over Algebra en tellen
50 vragen uit 6 eindexamens Wiskunde A VWO (2022 tot en met 2025) gaan over het domein Algebra en tellen, samen goed voor 179 punten. Hieronder vind je de subdomeinen en alle opgaven met vragen over dit domein.
Subdomeinen van Algebra en tellen
Valkuilen bij Algebra en tellen
Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.
- Bij vraag 1 van ‘Energiebehoefte van vogels’ (2025, tijdvak 1) →
Je mag bij beide waarden 10 kJ van het model afwijken. Deel door de waarde op de stippellijn (170), niet door die van de duif (230): dan reken je het percentage ten opzichte van het verkeerde getal en kom je op ongeveer 26%. Rond pas aan het eind af op hele procenten.
- Bij vraag 4 van ‘Energiebehoefte van vogels’ (2025, tijdvak 1) →
Laat de tussenstappen zien: alleen het eindresultaat geeft niet alle punten, omdat de opgave om de herleiding vraagt. Gebruik en niet : de vorm in de opgave heeft de natuurlijke logaritme, en met een andere logaritme krijg je een andere waarde voor . Vergeet niet om ook om te zetten naar een getal.
- Bij vraag 8 van ‘Golven in de Nieuw-Zeelandse economie’ (2025, tijdvak 1) →
Hier levert optellen () toevallig hetzelfde afgeronde antwoord op, maar de punten voor de groeifactoren en het product krijg je alleen als je ze noemt. Reken met de niet-afgeronde waarden door: afronden van tussenantwoorden dat het eindantwoord verandert, kost een punt.
- Bij vraag 10 van ‘De slimste mens’ (2025, tijdvak 1) →
Seizoen 11 telt maar 5 afleveringen: trek die er apart af. Seizoen 17 zelf telt je niet mee, alleen de 30 afleveringen daarvan tot en met nummer 500. Zonder en in de vergelijking mis je het eerste punt van het tweede alternatief.
- Bij vraag 11 van ‘De slimste mens’ (2025, tijdvak 1) →
Een stand zegt wie hoeveel heeft: 90/70/60 is een andere stand dan 70/90/60, dus de bedragen over de kandidaten wisselen telt mee. Mist een van de verdelingen 100/60/60, 80/80/60 of 80/70/70 in de eerste twee stappen, dan krijg je maximaal 3 punten.
- Bij vraag 12 van ‘De slimste mens’ (2025, tijdvak 1) →
Werk je niet met combinaties, bijvoorbeeld met een volgorde (permutaties), dan krijg je maximaal 1 punt. Het antwoord is het aantal personen (7), niet het aantal drietallen (35). Geef beide getallen en : laat je de 20 weg, dan is niet te zien waarom 6 niet genoeg is.
- Bij vraag 15 van ‘Bandenspanning en aquaplaning’ (2025, tijdvak 1) →
Noem alle drie de stappen: alleen de conclusie "hoger" geeft maar weinig punten. Verwar niet "lagere " met "lagere snelheid": staat in een noemer, dus de snelheid gaat de andere kant op. De conclusie moet ook de vraag beantwoorden: hoger bij een zwaar beladen auto.
- Bij vraag 17 van ‘Myopie’ (2025, tijdvak 1) →
Neem voor 2050 de bevolking van 2050, niet die van 2018: de 50% is een percentage van de dan grotere bevolking. De groeifactor per jaar is en niet . Rond pas aan het eind af op duizendtallen en reken tussendoor met de niet-afgeronde bevolking, anders kan het eindantwoord verschuiven.
Opgaven over Algebra en tellen
Per opgave zie je hoeveel vragen over dit domein gaan. In de opgave staan die vragen in het groen.