Subdomein B3 · Scheikunde VWO
Examenvragen over Bindingen en eigenschappen
15 vragen uit 7 eindexamens Scheikunde VWO (2022 tot en met 2025) gaan over het subdomein Bindingen en eigenschappen, samen goed voor 36 punten. Bij elke vraag staat een uitleg: wat er gevraagd wordt, hoe je het aanpakt, het antwoord voor alle punten en de valkuilen. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.
Valkuilen bij Bindingen en eigenschappen
Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.
- Bij vraag 20 van ‘Veiligheidsglas’ (2025, tijdvak 1) →
Je mag ook redeneren vanuit materiaal I: meer VB-eenheden betekent meer lange zijketens, dus een grotere afstand tot het glas en minder waterstofbruggen. Dan hecht I slechter, en de conclusie blijft dat II beter hecht. Beschrijf je het glas niet op microniveau, dan wordt dat niet aangerekend.
- Bij vraag 3 van ‘DME uit koolstofdioxide’ (2024, tijdvak 1) →
Gebruik begrippen op microniveau (moleculen en bindingen), niet alleen "DME is vluchtiger". Noem je alleen dat DME geen waterstofbruggen vormt, maar niet dat dit de sterkste binding is, dan mis je het tweede punt.
- Bij vraag 13 van ‘Microbolletjes’ (2024, tijdvak 1) →
Noem de reden (minder ingekapseld) en niet alleen "laag". De vraag zegt dat het oplosmiddel niet verandert: het gaat hier alleen om de oplosbaarheid van het geneesmiddel.
- Bij vraag 18 van ‘Creatine’ (2024, tijdvak 1) →
Vanderwaalsbindingen tellen niet mee: de vraag zegt dat ze geen rol spelen. Teken je een derde interactie, dan telt alleen de eerste twee die je hebt genummerd. Zet de naam in de tabel bij hetzelfde nummer als de stippellijn.
- Bij vraag 10 van ‘Gerolsteiner®’ (2023, tijdvak 1) →
Het derde punt is "consequent": de stippellijn moet een met een verbinden volgens jouw eigen tekening. Teken geen stippellijn tussen twee gelijke ladingen. is als geheel apolair door de lineaire bouw, maar de ladingen op de atomen zijn er wel.
- Bij vraag 4 van ‘Indigo’ (2023, tijdvak 2) →
Het model geeft ook een tweede antwoord: het negatief geladen O-atoom (zoals in de grensstructuur) en een NH-groep, met als interactie een ion-dipoolbinding. De interactie wordt consequent beoordeeld: kies je andere atomen, dan moet de interactie bij die atomen passen. Noem geen interactie met watermoleculen: de vraag gaat om interactie binnen het molecuul.
Alle 15 vragen over Bindingen en eigenschappen
Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.
Eindexamen 2025, tijdvak 1
Eindexamen 2025, tijdvak 2
Eindexamen 2024, tijdvak 1
- Vraag 132 punten · met uitleg
Je zegt of de EE relatief hoog of laag is bij een geneesmiddel met hoge wateroplosbaarheid, met uitleg.
- Vraag 143 punten · met uitleg
Je legt met de bouw van de moleculen uit welk oplosmiddel, dichloormethaan () of tetrachloormethaan (), het best in water oplost, met begrippen op microniveau.
- Vraag 162 punten · met uitleg
Je zegt of de stof uit figuur 6 bij lagere pH beter of slechter oplost in water, met uitleg.
Eindexamen 2023, tijdvak 1
Eindexamen 2023, tijdvak 2
Eindexamen 2022, tijdvak 1
Eindexamen 2022, tijdvak 2
- Vraag 32 punten · met uitleg
Je legt uit waarom zwavel al bij een lagere temperatuur verdampt dan cadmiumsulfide. Je gebruikt begrippen op microniveau en noemt de bindingstypes in beide stoffen.
- Vraag 63 punten · met uitleg
Je legt uit, met evenwichten, waarom er lood(II)sulfaat in de vernislaag zit na periodes met hoge luchtvochtigheid.