Subdomein O2 · Biologie VWO
Examenvragen over Zelfregulatie van het organisme
34 vragen uit 10 eindexamens Biologie VWO (2021 tot en met 2025) gaan over het subdomein Zelfregulatie van het organisme, samen goed voor 58 punten. Bij elke vraag staat een uitleg: wat er gevraagd wordt, hoe je het aanpakt, het antwoord voor alle punten en de valkuilen. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.
Valkuilen bij Zelfregulatie van het organisme
Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.
- Bij vraag 26 van ‘Onderzoek naar pijnbeleving’ (2025, tijdvak 1) →
'Een dikkere uitloper' is fout: dat is de diameter, die de vraag al als andere oorzaak noemt.
- Bij vraag 37 van ‘Histamine-intoxicatie’ (2025, tijdvak 1) →
Sla de stap met de receptoren niet over: het ademcentrum wordt pas gestimuleerd als receptoren de verandering doorgeven. De belangrijkste prikkel is de stijging van (en de daling van de pH), maar ook de daling van wordt goed gerekend.
- Bij vraag 3 van ‘Een brouwerij in de darmen’ (2025, tijdvak 2) →
De pijl links in het schema (remming bij lage pH) verklaart het niet: die remt de gastrine-cellen juist als de pH laag is. Begin bij de peptiden. Noem beide stappen: met alleen "er is minder gastrine" mis je het tweede punt.
- Bij vraag 23 van ‘Zwanger met de ziekte van Graves’ (2025, tijdvak 2) →
Het tweede punt krijg je ook als je schrijft dat de -concentratie in het bloed daalt. Sla de stap via de stofwisseling niet over: alleen "T4 stimuleert het ademcentrum" is geen uitleg.
- Bij vraag 37 van ‘Epilepsie door lintwormlarven’ (2025, tijdvak 2) →
Schrijf niet dat de larven nog leven of resistent zijn: volgens de tekst zijn ze gedood. Het gaat om wat er na hun dood achterblijft.
- Bij vraag 10 van ‘Spitsbergenrendier verandert zijn dieet’ (2024, tijdvak 1) →
De tekst noemt de verhouding 'gunstig'. Schrijf niet dat ze groter wordt: een grotere verhouding betekent juist meer warmteverlies. Noem bij de tweede vraag het warmteverlies; "het dier is beter aangepast aan de kou" is te vaag.
Alle 34 vragen over Zelfregulatie van het organisme
Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.
Eindexamen 2025, tijdvak 1
- Vraag 261 punt · met uitleg
Je noemt onderdeel P: wat de Aδ-neuronen wel hebben en de C-neuronen niet, en wat zorgt voor snellere geleiding. Dit test de bouw van neuronen en impulsgeleiding.
- Vraag 272 punten · met uitleg
Je berekent hoeveel tijd er minimaal zit tussen het begin van de stekende pijn en het begin van de zeurende pijn, bij uitlopers van 1,0 meter. Dit test rekenen met geleidingssnelheden.
- Vraag 282 punten · met uitleg
Je geeft aan bij welke cellichamen in afbeelding 2 het ZFHX2-gen aanwezig is, en bij welke een afwijkende expressie van dat gen tot het Marsili-fenotype leidt. Dit test het verschil tussen een gen hebben en het tot expressie brengen.
- Vraag 312 punten · met uitleg
De -kanaaltjes openen bij een kleinere stijging van de membraanpotentiaal dan normaal. Je bepaalt of de drempelpotentiaal dan hoger of lager is, en of dat past bij CIP of IEM.
- Vraag 373 punten · met uitleg
Je legt uit hoe het samentrekken van het glad spierweefsel in de bronchiolen ertoe leidt dat het ademcentrum wordt gestimuleerd. Je hebt kennis nodig van ventilatie, gaswisseling en de regeling van de ademhaling.
- Vraag 391 punt · met uitleg
Je verklaart waarom een sterker doorbloede huid het tegenovergestelde doet van wat er bij koorts gebeurt. Dit test de regeling van de lichaamstemperatuur.
Eindexamen 2025, tijdvak 2
- Vraag 232 punten · met uitleg
Je legt uit hoe een verhoogde T4-afgifte leidt tot een sterkere stimulering van het ademcentrum. Dit test de werking van schildklierhormoon en de regeling van de ademhaling.
- Vraag 241 punt · met uitleg
Je bepaalt of Ellens TSH-concentratie vóór de behandeling hoger of lager was dan normaal. Dit test negatieve terugkoppeling.
- Vraag 291 punt · met uitleg
Je verklaart waardoor de schildklier van de foetus vergroot zou kunnen zijn. Dit test welke stoffen de placenta passeren.
- Vraag 302 punten · met uitleg
Ellen heeft het aan het eind van haar zwangerschap sneller warm en ademt sneller, terwijl haar T4-concentratie normaal is. Je beoordeelt drie mogelijke verklaringen. Dit test ademhaling, warmteproductie en de oppervlakte-inhoudsverhouding.
- Vraag 312 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie uitspraken over de MRI-scan van het hoofd van de jongen (afbeelding 1) en de tekening ervan (afbeelding 2). Dit test de bouw van de hersenen: de functies van hersengebieden en het verschil tussen grijze en witte stof.
- Vraag 371 punt · met uitleg
De larven zijn gedood, maar de jongen heeft nog steeds af en toe epileptische aanvallen. Je verklaart waardoor. Dit test of je oorzaak en gevolg uit elkaar houdt.
Eindexamen 2024, tijdvak 1
Eindexamen 2024, tijdvak 2
Eindexamen 2023, tijdvak 1
Eindexamen 2022, tijdvak 1
- Vraag 292 punten · met uitleg
Je bepaalt in welk membraan de NMDA-receptor zit en welk proces (depolarisatie, repolarisatie of hyperpolarisatie) de binding van N₂O voorkomt. Dit test de werking van een synaps.
- Vraag 322 punten · met uitleg
Je bepaalt waar het ademcentrum ligt en in welke bloedvaten de chemoreceptoren zitten die de ademhaling regelen. Dit test de regeling van de ademhaling.
- Vraag 331 punt · met uitleg
Je kiest in welk deel van het zenuwstelsel myelineschedes voorkomen. Dit test de bouw van zenuwen.
- Vraag 341 punt · met uitleg
Je verklaart waarom impulsen bij Lia later aankomen dan bij een gezond persoon. Dit test de impulsgeleiding in een myelinevezel.
Eindexamen 2022, tijdvak 2
Eindexamen 2022, tijdvak 3
- Vraag 22 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie beweringen over carnitine in de nier, met afbeelding 1 en tabel 1. Dit test het lezen van een transportschema en het rekenen met een tabel.
- Vraag 41 punt · met uitleg
Je legt uit waarom een hogere ATP-opbrengst per zuurstofmolecuul bij vaatvernauwing hartklachten uitstelt. Dit test het verband tussen doorbloeding, zuurstofaanvoer en ATP-productie.
- Vraag 61 punt · met uitleg
Je bepaalt waarop meldonium (met meer PPARα, dus meer oxidatieve capaciteit van de mitochondriën) bij een tennisster gunstig kan werken. Dit test het verschil tussen uithoudingsvermogen en explosieve kracht.
Eindexamen 2021, tijdvak 2
- Vraag 142 punten · met uitleg
Je legt uit waarom een snellere hartslag bij CO-vergiftiging functioneel is. Dit test het zuurstoftransport en de regulatie van de bloedsomloop.
- Vraag 162 punten · met uitleg
Je vergelijkt de zuurstofafgifte in de weefsels bij een CO-vergiftiging (50% van de bindingsplaatsen bezet) met die bij zware bloedarmoede (50% minder hemoglobine) en verklaart je antwoord. Dit test de werking van hemoglobine bij CO.