Subdomein O1 · Biologie VWO
Examenvragen over Stofwisseling van het organisme
60 vragen uit 10 eindexamens Biologie VWO (2021 tot en met 2025) gaan over het subdomein Stofwisseling van het organisme, samen goed voor 104 punten. Bij elke vraag staat een uitleg: wat er gevraagd wordt, hoe je het aanpakt, het antwoord voor alle punten en de valkuilen. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.
Valkuilen bij Stofwisseling van het organisme
Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.
- Bij vraag 8 van ‘Hoe planten overstroming overleven’ (2025, tijdvak 1) →
Het tweede punt krijg je alleen als je het eerste ook hebt. "De concentratiegradiënt wordt kleiner" is alleen goed als je minstens één van de twee factoren uit de breuk toelicht.
- Bij vraag 33 van ‘Onderzoek naar pijnbeleving’ (2025, tijdvak 1) →
Denk bij -kanaaltjes aan impulsen, dus aan het ritme van het hart, niet aan de bloedtoevoer of de kleppen.
- Bij vraag 38 van ‘Histamine-intoxicatie’ (2025, tijdvak 1) →
In de bronchiolen laat histamine (via H1-receptoren) de gladde spiercellen samentrekken, maar rond de slagadertjes (via H2-receptoren) ontspannen ze juist. Verwar die twee effecten niet.
- Bij vraag 1 van ‘Een brouwerij in de darmen’ (2025, tijdvak 2) →
Noem bij elke oorzaak wat er verandert én het gevolg. Alleen "de maag is kleiner" verklaart het gewichtsverlies niet; "er past minder voedsel in de kleinere maag" wel.
- Bij vraag 9 van ‘Jakobskruiskruid uit de berm’ (2025, tijdvak 2) →
Het eerste punt is voor de naam 'filtratie'; 'diffusie' of 'osmose' is iets anders. Bij het tweede punt gaat het om het terugnemen van vocht in het bloed. Alleen "er komt meer vocht uit de bloedvaten" verklaart niet waarom de afvoer geremd wordt.
- Bij vraag 33 van ‘Epilepsie door lintwormlarven’ (2025, tijdvak 2) →
De zuignappen houden de worm vast, maar zorgen niet voor de opname. Noem 'plat' of 'lang' en het gevolg: een groot (relatief) oppervlak.
Alle 60 vragen over Stofwisseling van het organisme
Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.
Eindexamen 2025, tijdvak 1
- Vraag 82 punten · met uitleg
Je legt met één factor uit de wet van Fick uit waarom wortels in een overstroomde bodem minder zuurstof opnemen. Dit test diffusie en de factoren die de diffusiesnelheid bepalen.
- Vraag 93 punten · met uitleg
Je legt uit hoe zuurstofgebrek in de wortelcellen ertoe leidt dat er minder water naar de bladeren gaat. Je hebt kennis nodig van dissimilatie, actief transport en osmose in de wortel.
- Vraag 101 punt · met uitleg
Je noemt het deel van het blad waardoor het gasvormige ethyleen normaal de plant verlaat. Dit test de bouw van het blad en gaswisseling.
- Vraag 381 punt · met uitleg
Je kiest de bloeddruk die past bij het ontspannen van de gladde spiercellen rond de slagadertjes. Dit test hoe de wijdte van bloedvaten de bloeddruk beïnvloedt.
- Vraag 402 punten · met uitleg
Je bepaalt of anderhalf uur na inname de concentratie clemastine in de leverader en in de leverslagader hoger of lager is dan in de poortader. Dit test de bloedsomloop van de lever en de afbraak van stoffen in de lever.
Eindexamen 2025, tijdvak 2
- Vraag 12 punten · met uitleg
Je noemt twee oorzaken van het snelle gewichtsverlies na een maagverkleining, af te leiden uit het informatiekader. Dit test de vertering en opname van voedingsstoffen.
- Vraag 21 punt · met uitleg
Je verklaart waarom vetten na de operatie nog steeds worden geëmulgeerd. Dit test de weg van de gal.
- Vraag 82 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie uitspraken over de vorming en het transport van PA's. Dit test het begrip stikstofassimilatie en het transport van stoffen in een plant.
- Vraag 92 punten · met uitleg
Je noemt het proces waarbij bloedplasma de bloedvaten verlaat, en je verklaart waarom een hoge bloeddruk in de poortader de afvoer van weefselvloeistof remt. Dit test het ontstaan en de terugkeer van weefselvloeistof bij de haarvaten.
- Vraag 102 punten · met uitleg
Je berekent hoeveel kilogram hooi met 3% jakobskruiskruid dodelijk is voor een koe van 600 kg. Dit test rekenen met doses en percentages.
Eindexamen 2024, tijdvak 1
- Vraag 212 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie uitspraken over GA en de enterohepatische kringloop van afbeelding 1.
- Vraag 232 punten · met uitleg
Je legt met afbeelding 2 (bij vraag 22) uit waarom de opname van GA de osmotische waarde van het bloed verhoogt.
- Vraag 241 punt · met uitleg
Je verklaart hoe een hoge bloeddruk oedeem, een ophoping van vocht in de weefsels, kan veroorzaken.
Eindexamen 2024, tijdvak 2
- Vraag 132 punten · met uitleg
Je beschrijft hoe het diffusie-oppervlak en het verschil in partiële druk veranderen tijdens een astma-aanval, en waardoor. Dit test de gaswisseling in de longblaasjes.
- Vraag 152 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie uitspraken over de grafieken in afbeelding 3. Dit test het lezen van een stroom-volumediagram en de begrippen vitale capaciteit en totale longcapaciteit.
- Vraag 192 punten · met uitleg
Je geeft de naam van proces P in afbeelding 1 en het orgaan dat de stoffen voor dit proces maakt. Dit test de vertering van vetten.
- Vraag 202 punten · met uitleg
Je geeft de namen van de onderdelen Q, R en S in afbeelding 1. Dit test de bouw van een darmepitheelcel en de afvoer van vetten.
- Vraag 222 punten · met uitleg
Je zegt welke bloedbestanddelen in fractie P en in fractie Q zitten en in welke fractie de chylomicronen komen. Dit test centrifugeren van bloed en de bouw van bloed.
- Vraag 232 punten · met uitleg
Je noemt de twee stoffen die de ontstoken alvleesklier minder maakt. Dit test de twee functies van de alvleesklier: verteringsenzymen en hormonen.
- Vraag 242 punten · met uitleg
Je beredeneert waarom injecties in de beenspieren genoeg zijn om in het hele lichaam LPL-activiteit te krijgen. Dit test hoe een enzym in het lichaam wordt verspreid.
Eindexamen 2023, tijdvak 1
- Vraag 11 punt · met uitleg
Je noemt een verandering op orgaanniveau die de maximale zuurstofopname vergroot. Dit test de organisatieniveaus en de weg van zuurstof.
- Vraag 72 punten · met uitleg
Je bepaalt of de filtratie in de huid is toegenomen of afgenomen en in welk bloedvat de spierspanning is toegenomen. Dit test de uitwisseling van stoffen tussen bloed en weefselvloeistof.
Eindexamen 2022, tijdvak 1
- Vraag 12 punten · met uitleg
Je beredeneert in hoeverre een vochtafdrijvend middel echt voor afslanken zorgt. Dit test het verschil tussen verlies van water en verlies van lichaamsvet.
- Vraag 32 punten · met uitleg
Je legt uit hoe een lagere permeabiliteit van de verzamelbuisjes voor ureum leidt tot meer waterverlies via de urine. Dit test het terugnemen van water in de nier via de osmotische waarde.
- Vraag 41 punt · met uitleg
Je verklaart waarom vrouwen met nierschade te weinig rode bloedcellen hebben. Dit test de rol van de nier bij de aanmaak van rode bloedcellen.
- Vraag 301 punt · met uitleg
Je noteert de bloedvaten (met hun nummers) waar een N₂O-molecuul doorheen gaat op de kortste weg van de plaats van opname naar de hersenen. Dit test de route van het bloed.
- Vraag 312 punten · met uitleg
Je bepaalt hoe een hogere pCO₂ de zuurstofverzadigingscurve van hemoglobine verschuift, en wat dat betekent voor de hoeveelheid zuurstof die in de longhaarvaten wordt gebonden. Dit test het Bohr-effect.
- Vraag 371 punt · met uitleg
Je koppelt drie eigenschappen aan haptocorrine, intrinsieke factor en dierlijk eiwit. Dit test de opname van vitamine B12 (afbeelding 3).
- Vraag 391 punt · met uitleg
Je verklaart waarom een injectie met vitamine B12 beter is dan een pil. Dit test de opname van vitamine B12 (afbeelding 3).
Eindexamen 2022, tijdvak 2
- Vraag 82 punten · met uitleg
Je verklaart twee gevolgen van vogelmijt bij een kip: een bleke huid en vermagering. Dit test de functie van rode bloedcellen en de vorming ervan.
- Vraag 102 punten · met uitleg
Je laat zien hoe de bewering over het kind van 10 kg en één ei is berekend, en je noemt een reden waarom de bewering niet altijd klopt. Dit test het omrekenen van concentratie en lichaamsgewicht.
- Vraag 111 punt · met uitleg
Je geeft een argument waarom de ADI veel lager ligt dan de norm voor kortdurende blootstelling. Dit test het verschil tussen eenmalige en langdurige blootstelling aan een giftige stof.
- Vraag 231 punt · met uitleg
Je verklaart waarom het voor warkruid functioneel is dat het de expressie van het SEOR1-gen remt. Dit test het verband tussen een gen en het voordeel voor de parasiet.
- Vraag 252 punten · met uitleg
Je kiest bij P en Q het nummer in afbeelding 4 dat de bastvaten aangeeft. Dit test de ligging van hout- en bastvaten in blad en stengel.
Eindexamen 2022, tijdvak 3
- Vraag 281 punt · met uitleg
Je verklaart met de neurale-lijstceltheorie waar de witte vlekken vooral zitten. Dit test het verband tussen migratie van neurale-lijstcellen en pigmentatie.
- Vraag 292 punten · met uitleg
Je noemt het hormoon van de snelle stressrespons en het deel van het autonome zenuwstelsel dat de afgifte stimuleert. Dit test de rol van het autonome zenuwstelsel bij stress.
- Vraag 302 punten · met uitleg
Je noemt het hormoon van de hypothalamus dat uiteindelijk cortisol laat vrijkomen, en verklaart waarom cortisol langzamer komt dan het hormoon van de snelle respons. Dit test de hormonale keten van hypothalamus, hypofyse en bijnierschors.
- Vraag 312 punten · met uitleg
Je beschrijft waaraan je aan afbeelding 1 ziet dat de weergegeven motorische neuronen geen schakelneuronen en geen sensorische neuronen zijn. Dit test het herkennen van de typen neuronen.
- Vraag 321 punt · met uitleg
Je verklaart met afbeelding 1 waarom de spierfunctie acht jaar na de infectie weer deels hersteld is. Dit test het herstellen van de verbinding tussen zenuw en spier.
- Vraag 332 punten · met uitleg
Je bepaalt van vier effecten of ze door aantasting van het animale zenuwstelsel kunnen komen. Dit test het verschil tussen het animale en het autonome zenuwstelsel.
- Vraag 352 punten · met uitleg
Je bepaalt of de borstholte vergroot of verkleind moet worden om de middenrifspieren na te bootsen, en of de druk in de ijzeren long daarvoor hoger of lager moet worden. Dit test het mechanisme van de inademing.
- Vraag 382 punten · met uitleg
Je kiest de conclusie over de immuunrespons na het salkvaccin en het sabinvaccin, uit afbeelding 4. Dit test het lezen van diagrammen met antistofconcentraties.
- Vraag 402 punten · met uitleg
Je beoordeelt of drie factoren in het spijsverteringskanaal de werkzaamheid van oraal toegediende VLP's beïnvloeden. Dit test het afbreken van eiwitten in maag en darm.
Eindexamen 2021, tijdvak 2
- Vraag 312 punten · met uitleg
Je legt uit hoe bij de BH₄-vorm van PKU een afwijkende prolactineconcentratie ontstaat. Dit test het verband tussen een coënzym, dopamine en hormoonafgifte.
- Vraag 322 punten · met uitleg
Je beoordeelt of drie afwijkingen bij PKU de informatieverwerking in de hersenen verstoren. Dit test de werking van zenuwcellen.
- Vraag 331 punt · met uitleg
Je verklaart waarom extra andere grote neutrale aminozuren de schadelijke effecten van PKU bij een minder strikt dieet kunnen helpen voorkomen. Dit test competitie om transporteiwitten.
Eindexamen 2021, tijdvak 3
- Vraag 112 punten · met uitleg
Je noteert de bloedvaten uit de lijst die een ijskristal achtereenvolgens passeert op de kortste route van de darmhaarvaten naar de milt. Dit test de enkelvoudige bloedsomloop van een vis.
- Vraag 152 punten · met uitleg
Je noemt de functie van trypsine en de functie van AFGP in het darmkanaal. Dit test de spijsvertering en de werking van antivrieseiwitten.
- Vraag 303 punten · met uitleg
Je beschrijft twee verschillende gevolgen van minder darmvlokken, aan de hand van afbeelding 1, en verklaart hoe dat tot vermoeidheid leidt. Dit test de bouw en werking van de dunne darm.
- Vraag 361 punt · met uitleg
Je bepaalt bij welke categorie het onderzoek van Peppelenbosch hoort en verklaart je antwoord. Dit test het onderscheid tussen onderzoek naar oorzaken, naar het verloop van een ziekte en naar behandelingen.