Dauwpunt

Opgave 1 (vraag 1 t/m 4) uit eindexamen Wiskunde A VWO 2022 tijdvak 2

Als je op een zomerse dag een glas limonade op tafel zet, dan kan het glas binnen de kortste keren aan de buitenkant nat zijn. Dat komt doordat waterdamp uit de lucht neerslaat op het glas. We noemen dat condens. Condens ontstaat als de temperatuur van het glas lager is dan het zogenaamde dauwpunt: de temperatuur waarbij waterdamp uit de lucht condenseert.

Het dauwpunt TdT_{\mathrm{d}} in ∘C^{\circ}\text{C} is afhankelijk van de luchttemperatuur en de luchtvochtigheid en kan worden berekend met formule 1:

Td=237,7⋅G17,27−G, met G=17,27⋅L237,7+L+ln⁡(R100)(formule 1)T_{\mathrm{d}} = \frac{237,7 \cdot G}{17,27 - G}, \text{ met } G = \frac{17,27 \cdot L}{237,7 + L} + \ln\left(\frac{R}{100}\right) \quad \text{(formule 1)}

Hierin is LL de luchttemperatuur in ∘C^{\circ}\text{C} en RR de (relatieve) luchtvochtigheid in % (met 0<R≤1000 < R \leq 100).

Hoewel de eerste condens al eerder ontstaat, is de condens pas goed zichtbaar als de temperatuur van het glas minimaal 3∘C3^{\circ}\text{C} onder het dauwpunt ligt.

Op een dag is de luchttemperatuur 23∘C23^{\circ}\text{C} en de luchtvochtigheid 65%65\%. Op tafel staat een glas limonade. Het glas heeft een temperatuur van 12∘C12^{\circ}\text{C}. Onderzoek of er dan goed zichtbare condens op het glas ontstaat.

Voor nakijken en persoonlijke tips van de AI-docent: Maak een foto van jouw antwoord of type het in.