Hoofdstuk 10 · Nova (2.2e editie) · Natuurkunde HAVO
Examenvragen bij hoofdstuk 10: Aarde en heelal
15 vragen uit 4 eindexamens Natuurkunde HAVO (2025 tot en met 2026) gaan over de stof van hoofdstuk 10 (Aarde en heelal) van Nova (2.2e editie), samen goed voor 43 punten. Bij elke vraag staat een uitleg: wat er gevraagd wordt, hoe je het aanpakt, het antwoord voor alle punten en de valkuilen. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.
Valkuilen bij hoofdstuk 10
Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.
- Bij vraag 1 van ‘Hamsterwiel’ (2026, tijdvak 1) →
Gebruik de straal (), niet de diameter, en reken de om naar meter. Zonder eenheid of met een rekenfout vervalt het laatste punt. Meet liever over meerdere perioden ( voor drie omlopen) dan over één, dan is je aflezing nauwkeuriger.
- Bij vraag 7 van ‘Solar Orbiter’ (2026, tijdvak 1) →
Je moet de afstandsverhouding kwadrateren: de intensiteit gaat met , niet met . Noem aan het eind de gekozen orde van grootte, , en geef niet alleen het getal .
- Bij vraag 9 van ‘Solar Orbiter’ (2026, tijdvak 1) →
Reken de afstand om van km naar m: is . Vergeet niet te kwadrateren. Zonder eenheid of met een rekenfout vervalt het laatste punt.
- Bij vraag 7 van ‘Draaitafel’ (2026, tijdvak 2) →
Maak de periode niet korter of langer: alleen de hoogte van de grafiek verandert. Een kleine faseverschuiving, bijvoorbeeld een dal waar de oorspronkelijke grafiek een top heeft, wordt niet aangerekend.
- Bij vraag 10 van ‘Coconuts’ (2025, tijdvak 1) →
Reken met kelvin, niet met graden Celsius: met in plaats van krijg je een heel andere golflengte. Je conclusie moet kloppen met de golflengte die jij hebt uitgerekend.
- Bij vraag 19 van ‘Vloeibare telescoop’ (2025, tijdvak 2) →
Je omcirkelt in elke tabel één antwoord. Bij de kracht krijg je "vier keer zo klein" als je alleen naar kijkt en de in de noemer vergeet.
Alle 15 vragen over hoofdstuk 10
Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.
Eindexamen 2026, tijdvak 1
- Vraag 73 punten · met uitleg
Je berekent met het omgekeerd kwadratische verband de intensiteit van het zonlicht op de plek van Solar Orbiter, en bepaalt daarmee welke orde van grootte in de ontwerpeis staat.
- Vraag 93 punten · met uitleg
Je berekent de versnelling van Solar Orbiter door de gravitatiekracht van de zon. Dit test de gravitatiewet en de tweede wet van Newton.
- Vraag 101 punt · met uitleg
Je zoekt in figuur 6 de positie van de aarde die past bij de foto van Solar Orbiter. Dit test het koppelen van een kijkrichting aan een plattegrond van het zonnestelsel.
- Vraag 112 punten · met uitleg
Je zegt welke fase van Venus (1, 2 of 3) Solar Orbiter ziet. Dit test dat de verlichte kant van een planeet naar de zon wijst, zoals bij de maanfasen.
Eindexamen 2026, tijdvak 2
- Vraag 72 punten · met uitleg
Je tekent het -diagram voor een schijfje dat twee keer zo ver van het midden ligt bij dezelfde draaisnelheid. Dit test hoe de periode en de amplitude van de grafiek samenhangen met de cirkelbeweging.
- Vraag 83 punten · met uitleg
Je legt met de formule voor de middelpuntzoekende kracht uit of de omlooptijd groter of kleiner is geworden toen het schijfje naar buiten schoof. Dit test het verband tussen middelpuntzoekende kracht, baansnelheid en omlooptijd.
- Vraag 94 punten · met uitleg
Je toont met formule (1) aan op welk materiaal het schijfje lag, door de wrijvingscoëfficiënt uit de meting te berekenen en met tabel 1 te vergelijken. Dit test het verband tussen wrijvingskracht, middelpuntzoekende kracht en baansnelheid.
Eindexamen 2025, tijdvak 1
- Vraag 103 punten · met uitleg
Je berekent bij welke golflengte de planeet van de meeste straling uitzendt, en beslist of de camera voor infraroodstraling, ultravioletstraling of zichtbaar licht was. Dit test de wet van Wien en het elektromagnetisch spectrum.
- Vraag 113 punten · met uitleg
Je toont met figuur 2 aan dat de afstand tussen COCONUTS-2b en zijn ster is. Dit test goniometrie in een rechthoekige driehoek en het omrekenen van lichtjaren.
- Vraag 124 punten · met uitleg
Je toont aan dat COCONUTS-2b met rond zijn ster beweegt. Dit test de gravitatiekracht als middelpuntzoekende kracht.
- Vraag 134 punten · met uitleg
Je berekent de omlooptijd van COCONUTS-2b in aardse jaren, met het juiste aantal significante cijfers, en legt uit waarom de transitmethode (figuur 3) hier niet geschikt is. Dit test en het begrip van de transitmethode.
Eindexamen 2025, tijdvak 2
- Vraag 192 punten · met uitleg
Je kiest bij twee grootheden hoeveel keer zo groot of klein ze op plek I zijn ten opzichte van plek II: de baansnelheid en de benodigde middelpuntzoekende kracht. Dit test cirkelbeweging.
- Vraag 204 punten · met uitleg
Je bepaalt de baansnelheid in punt I waarbij figuur 5 is gemaakt, in twee significante cijfers. Daarvoor lees je de hoek af in figuur 5, zoek je bij die hoek de omlooptijd in figuur 6 en reken je uit. Dit test .
- Vraag 212 punten · met uitleg
Je zegt met formule (1) of Bob (op de maan is een kleinere baansnelheid nodig) of Roel (een grotere) gelijk heeft. Dit test het redeneren met een formule.