Subdomein O3 · Biologie HAVO
Examenvragen over Afweer van het organisme
15 vragen uit 4 eindexamens Biologie HAVO (2025 tot en met 2026) gaan over het subdomein Afweer van het organisme, samen goed voor 25 punten. Bij elke vraag staat een uitleg: wat er gevraagd wordt, hoe je het aanpakt, het antwoord voor alle punten en de valkuilen. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.
Valkuilen bij Afweer van het organisme
Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.
- Bij vraag 37 van ‘Mastitis bestrijden zonder antibiotica’ (2026, tijdvak 1) →
De prop (4) bestaat uit een eiwit, maar werkt als afsluiting en is dus mechanisch. Kijk naar hoe de barrière werkt, niet uit welke stof ze bestaat.
- Bij vraag 3 van ‘Schrik voor een prik’ (2026, tijdvak 2) →
Noem de cellen van de luchtwegen die beschadigd raken. Alleen "de afweer is zwakker" blijft te vaag, want de vraag zegt "op celniveau".
- Bij vraag 30 van ‘De Vel-bloedgroep’ (2026, tijdvak 2) →
Bij Kate gaat het om de plaats van de antistoffen: plasma, niet de rode bloedcellen. Het Vel-eiwit zit op de rode bloedcellen.
- Bij vraag 13 van ‘Fanconi-anemie’ (2025, tijdvak 1) →
erbij noteren wordt niet aangerekend, want die staat niet in de voorraad. Eén extra onjuiste groep kost wel een punt.
- Bij vraag 35 van ‘Gevaarlijke sporen’ (2025, tijdvak 1) →
Het eerste punt krijg je alleen als je zowel de productie van slijm als het effect (de sporen blijven plakken) noemt. "Slijmcellen maken slijm" alleen is te weinig. Noem ook wat er daarna met het slijm gebeurt, want het tweede punt gaat over het afvoeren.
- Bij vraag 18 van ‘Ademtherapie bij long covid’ (2025, tijdvak 2) →
Het model geeft ook een punt voor (geactiveerde) B-cellen. Geheugencellen maken zelf geen antistoffen, dus noem niet alleen 'geheugencellen'.
Alle 15 vragen over Afweer van het organisme
Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.
Eindexamen 2026, tijdvak 1
- Vraag 372 punten · met uitleg
Je bepaalt bij vier processen of de barrière mechanisch (fysisch) of chemisch (biochemisch) is. Dit test de eerste afweerlinie.
- Vraag 382 punten · met uitleg
Je noemt twee effecten van mediatoren op bloedvaten bij de ontstekingsreactie: één voor het rood worden, één voor de vochtophoping. Dit test de rol van bloedvaten bij een ontsteking.
- Vraag 391 punt · met uitleg
Je noemt welke afweercellen antistoffen maken.
- Vraag 402 punten · met uitleg
Je bepaalt welk type immuniteit ontstaat als antistoffen worden toegediend, en of er geheugencellen ontstaan. Dit test het verschil tussen actieve en passieve immuniteit.
- Vraag 412 punten · met uitleg
Je kiest de tekening waarin antistoffen en macrofaag goed samenwerken. Dit test de werking van antistoffen bij fagocytose.
Eindexamen 2026, tijdvak 2
- Vraag 12 punten · met uitleg
Je kiest de fysische barrière en de (bio)chemische barrière van de aangeboren afweer in de neusholte. Dit test de kennis van de eerste afweerlinie.
- Vraag 31 punt · met uitleg
Je verklaart op celniveau waarom een virusinfectie de kans vergroot dat de pneumokok het inwendig milieu bereikt.
- Vraag 81 punt · met uitleg
Je bepaalt wat er in een vaccin zit. Dit test het verschil tussen actieve en passieve immunisatie.
Eindexamen 2025, tijdvak 1
Eindexamen 2025, tijdvak 2
- Vraag 181 punt · met uitleg
Je noemt de cellen die antistoffen maken.
- Vraag 191 punt · met uitleg
Je noemt de cellen van het verworven afweersysteem die geïnfecteerde cellen kunnen lekprikken.
- Vraag 202 punten · met uitleg
Je legt op molecuulniveau uit waarom een gemuteerd coronavirus niet door het immuunsysteem wordt herkend.