Subdomein O1 · Biologie HAVO
Examenvragen over Stofwisseling van het organisme
37 vragen uit 4 eindexamens Biologie HAVO (2025 tot en met 2026) gaan over het subdomein Stofwisseling van het organisme, samen goed voor 61 punten. Bij elke vraag staat een uitleg: wat er gevraagd wordt, hoe je het aanpakt, het antwoord voor alle punten en de valkuilen. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.
Valkuilen bij Stofwisseling van het organisme
Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.
- Bij vraag 4 van ‘Vanya in actie’ (2026, tijdvak 1) →
Noem de grotere hoeveelheid bloed die per samentrekking de bloedvaten (slagaders, aorta) in gaat. Alleen "het hart pompt harder" is te vaag.
- Bij vraag 29 van ‘Gastric bypass’ (2026, tijdvak 1) →
Per rij moeten beide cellen kloppen. Vergeet niet dat het speeksel de koolhydraatvertering al in de mond en de pouch laat beginnen.
- Bij vraag 4 van ‘Schrik voor een prik’ (2026, tijdvak 2) →
De oppervlakte van de longblaasjes wordt niet groter door vocht. Het concentratieverschil verandert mee, maar de vraag zegt dat één factor groter wordt, en dat is de afstand. Opties met een grotere diffusiesnelheid (A, C, E) kloppen niet, omdat in de noemer staat.
- Bij vraag 21 van ‘Kiezen voor vegan’ (2026, tijdvak 2) →
Noem je de mondholte of de dikke darm erbij, dan telt de lijst als "één onjuist deel" en verlies je een punt.
- Bij vraag 43 van ‘Paarden voeren zonder brokken’ (2026, tijdvak 2) →
Fructaan is een koolhydraat. Eiwitafbraak door bacteriën levert onder andere ammoniak. Daarmee valt ammoniak af, want dat is een stof uit eiwitafbraak. Methaan ontstaat juist waar geen zuurstof is, zoals in de dikke darm van een paard.
- Bij vraag 12 van ‘Fanconi-anemie’ (2025, tijdvak 1) →
Zet in elk vakje één symptoom. Zijn er meerdere symptomen in een vakje ingevuld, dan vervalt het tweede punt.
Alle 37 vragen over Stofwisseling van het organisme
Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.
Eindexamen 2026, tijdvak 1
- Vraag 12 punten · met uitleg
Je kiest het respirogram dat past bij tabel 1 voor "direct na het fietsen". Dit test het omzetten van ademhalingsfrequentie en ademvolume naar een grafiek.
- Vraag 22 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie uitspraken over diepe en ondiepe ademhaling. Dit test de kennis van de ademhalingsspieren en de longvolumes.
- Vraag 41 punt · met uitleg
Je verklaart het verband tussen een groter slagvolume en een hogere bloeddruk.
- Vraag 292 punten · met uitleg
Je bepaalt of er in de pouch en op plaats R koolhydraat- en eiwitvertering plaatsvindt. Dit test waar de spijsverteringssappen werken.
- Vraag 302 punten · met uitleg
Je geeft twee oorzaken waardoor een kortere darm de vetresorptie verminderd. Dit test de vetvertering en de resorptie in de dunne darm.
- Vraag 312 punten · met uitleg
Je legt uit waarom de maagwandklieren na de operatie nauwelijks maagzuur maken. Dit test de hormonale regeling van de maagzuurproductie.
- Vraag 322 punten · met uitleg
Je bepaalt wat er bij het dumpingsyndroom gebeurt met de bloeddruk en de osmotische waarde van het bloed. Dit test het verband tussen watertransport, bloedvolume en bloeddruk.
Eindexamen 2026, tijdvak 2
- Vraag 42 punten · met uitleg
Je bepaalt welke factor in de formule van de diffusiesnelheid groter wordt bij een longontsteking, en wat dat met de diffusiesnelheid doet.
- Vraag 71 punt · met uitleg
Je geeft aan in welk type bloedvaten spiertjes zitten die de huid bleek maken. Dit test het bouwverschil tussen bloedvaten.
- Vraag 212 punten · met uitleg
Je noemt de delen van het spijsverteringskanaal waar enzymen voor de eiwitafbraak aan de voedselbrij worden toegevoegd. Dit test de kennis van de vertering. Gebruik je informatieboek.
- Vraag 222 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie uitspraken over aminozuren.
- Vraag 231 punt · met uitleg
Je verklaart waarom essentiële aminozuren in de voeding moeten zitten.
- Vraag 242 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie uitspraken over de tabel met informatie over witte bonen en rundvlees.
- Vraag 252 punten · met uitleg
Je legt uit hoe een tekort aan hemoglobine vermoeidheid veroorzaakt.
- Vraag 261 punt · met uitleg
Je geeft aan waar in de nier de bloeddruk het hoogst is. Dit test de bouw van de nefron en de ultrafiltratie.
- Vraag 402 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie uitspraken over de vertering en opname van koolhydraten.
- Vraag 432 punten · met uitleg
Je bepaalt welk gas er bij de bacteriële omzetting van fructaan vrijkomt en of dat aeroob of anaeroob gebeurt.
- Vraag 442 punten · met uitleg
Je legt uit hoe de vorming van monosachariden in de dikke darm tot diarree leidt.
Eindexamen 2025, tijdvak 1
- Vraag 122 punten · met uitleg
Je koppelt drie bloedbestanddelen aan de nummers in afbeelding 2 en aan het symptoom bij een tekort ervan.
- Vraag 141 punt · met uitleg
Je bepaalt in welk bloedvat bij het hart een katheter uitkomt die door de huid in een bloedvat is gebracht.
- Vraag 171 punt · met uitleg
Je bepaalt waar de getransplanteerde stamcellen zich moeten vestigen.
- Vraag 262 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie uitspraken over duiken met ingehouden adem: welke zijn juist en welke onjuist.
- Vraag 281 punt · met uitleg
Je kiest het orgaan, naast de milt, waar rode bloedcellen worden afgebroken.
- Vraag 291 punt · met uitleg
Je noemt het eiwit in rode bloedcellen dat zuurstof vervoert.
- Vraag 311 punt · met uitleg
Je kiest de plaats op de romp waar de transductor moet staan om de milt te zien.
Eindexamen 2025, tijdvak 2
- Vraag 11 punt · met uitleg
Je noemt een vierde verschil tussen het hart van Britt en een normaal hart. Het verschil zie je in afbeelding 1, een tekening van het hart bij de tetralogie van Fallot.
- Vraag 21 punt · met uitleg
Je bepaalt of het bloed terugstroomt tijdens de systole of de diastole van de kamers, en je verklaart dat.
- Vraag 32 punten · met uitleg
Je legt uit waarom menging van bloed uit de linker- en rechterharthelft ervoor zorgt dat de cellen bij inspanning minder energie maken.
- Vraag 42 punten · met uitleg
Je kiest het schema waarin de hart-longmachine goed is aangesloten en het bloed de goede kant op stroomt.
- Vraag 412 punten · met uitleg
Je bepaalt of er te veel of te weinig water wordt teruggenomen in de nieren van Rio, en of ze daardoor meer of minder urine maakt.
- Vraag 422 punten · met uitleg
Je zet de bloedvaten in de volgorde waar een ureum-molecuul doorheen gaat op de kortste weg van de lever naar de nieren.
- Vraag 432 punten · met uitleg
Je bepaalt welke letter in afbeelding 2 het kapsel van Bowman aanwijst, en op welke plaats in afbeelding 1 de doorsnede is gemaakt.
- Vraag 442 punten · met uitleg
Je vult twee woorden in over het ontstaan van ureum uit eiwitten: wat er bij de vertering ontstaat en welk orgaan het afbreekt.