Thermosflessen

Opgave 3 (vraag 4 t/m 5) uit eindexamen Wiskunde B VWO 2026 tijdvak 2

Vraag 4

[A] Vaardigheden[A3] Wiskundige vaardigheden[Getal en Ruimte] H9: Exponentiële en logaritmische functies[Moderne Wiskunde] H14: Exponentiële en logaritmische functies
6p

Thermosflessen

Een thermosfles heeft een dubbele wand. Hierdoor blijft een vloeistof die in een thermosfles wordt bewaard langere tijd warm of juist koud.

De vloeistoftemperatuur TT in een volledig gevulde en afgesloten thermosfles kan worden berekend met de formule:

T(t)=A+(T0−A)⋅e−ctT(t) = A + (T_0 - A) \cdot \text{e}^{-ct}

Hierbij geldt:

  • tt is de tijd in uren nadat de thermosfles werd afgesloten.
  • T(t)T(t) is de vloeistoftemperatuur in °C na tt uur.
  • T0T_0 is de vloeistoftemperatuur in °C bij t=0t = 0.
  • AA is de constante omgevingstemperatuur in °C.
  • cc is een constante die afhangt van de kwaliteit van de thermosfles.

Om 9.00 uur ’s ochtends wordt een volledig met vloeistof gevulde thermosfles afgesloten en in een ruimte geplaatst.

De vloeistoftemperatuur in de fles is op dat moment 87 °C.

De omgevingstemperatuur in de ruimte is constant.

De vloeistoftemperatuur in de fles is om 11.30 uur 67 °C en om 14.00 uur 53 °C.

Met bovenstaande gegevens kan een stelsel vergelijkingen worden opgesteld. Dit stelsel kan vervolgens worden herleid tot een vergelijking met één variabele.

Stel deze vergelijking op en bereken vervolgens met behulp van deze vergelijking de temperatuur in °C van de vloeistof om 15.00 uur. Geef je eindantwoord als geheel getal.

Voor nakijken en persoonlijke tips van de AI-docent: Maak een foto van jouw antwoord of type het in.