Stuiterbal

Opgave 4 (vraag 8 t/m 9) uit eindexamen Wiskunde B VWO 2026 tijdvak 1

Vraag 8

[C] Differentiaal- en integraalrekening[C1] Afgeleide functies[Moderne Wiskunde] H5: Afgeleide functies[Getal en Ruimte] H2: De afgeleide functie
2p

Stuiterbal

In deze opgave bekijken we een vereenvoudigd model van de situatie waarin iemand een stuiterbal recht omlaag laat vallen.

Deze bal zal dan een aantal keer stuiteren. Het moment waarop de bal de grond raakt noemen we stuit. Na elke stuit komt de stuiterbal minder hoog dan na de voorgaande stuit.

De hoogte van de stuiterbal tussen twee opeenvolgende keren stuiten wordt steeds beschreven door een kwadratische functie van de tijd tt. Vanaf het loslaten tot aan de eerste stuit heet de functie h0h_0, tussen de eerste en de tweede stuit heet de functie h1h_1, vervolgens h2h_2 enzovoorts.

De grafieken van deze functies zijn delen van parabolen.

In deze opgave bekijken we een stuiterbal die wordt losgelaten vanaf een hoogte van 1 meter op tijdstip t=0t = 0. De eerste stuit is na 0,45 seconden. Zie figuur 1.

Er geldt (bij benadering) h0(t)=−4,9t2+1h_0(t) = -4{,}9t^2 + 1, met tt in seconden en h0h_0 de hoogte in meters.

Bereken algebraïsch de snelheid in m/s waarmee de stuiterbal voor het eerst de grond raakt. Geef je eindantwoord in één decimaal.

Figuur 1 bij vraag 8 van opgave Stuiterbal (Wiskunde B VWO 2026)

Voor nakijken en persoonlijke tips van de AI-docent: Maak een foto van jouw antwoord of type het in.